Jaarverslag
mboRijnland 2025

Voorwoord

Hoofstuk 1

Missie en belofte

Hoofstuk 2

Onze strategie

Hoofstuk 3

Studenten in beeld

Hoofstuk 4

Medewerkers in beeld

Hoofstuk 5

Verslag Raad van Toezicht

Hoofstuk 6

Verslag ondernemingsraad

Hoofstuk 7

Studentenraad

Hoofstuk 8

Financieel verslag

Hoofstuk 9

Continuiteits- en risicoparagraaf

Hoofstuk 10

Jaarrekening

Hoofstuk 11

Overige gegevens

Hoofstuk 12

Activiteiten MBO Colleges

Hoofstuk 13

Verantwoording werkagenda

Hoofstuk 14

Duurzaamheids verantwoording

Voorwoord 

Hierbij presenteren wij het jaarverslag van mboRijnland over 2025. Dit verslag geeft inzicht in onze missie, kernwaarden en strategische koers. Ook blikken we hierin terug op de belangrijkste ontwikkelingen en prestaties van het afgelopen jaar. 

2025 was een jaar van vooruitgang en samenwerking, van vernieuwing en continuïteit. We versterkten ons onderwijs met het ontwikkelplan studiesucces. Dat plan maakt het voor elk onderwijsteam mogelijk om gestructureerd naar de eigen onderwijsresultaten te kijken. We bouwden verder aan flexibele leertrajecten en innovatieve beroepspraktijkvorming. Ook werkten we aan duurzame en inclusieve initiatieven. Onze focus op studiesucces en flexibel onderwijs blijft onverminderd sterk. We investeerden in netwerken met bedrijven, instellingen en overheden. Zo blijft ons onderwijs relevant voor studenten en werkveld. We zagen hoe op niveau 1 en 2 meer studenten instroomden. Dit vraagt onze aandacht om hen allemaal goed onderwijs te bieden.

Met het programma Flexpeditie maken we ruimte voor studenten. Zij kunnen het onderwijs passend maken bij hun behoeften. Studenten kunnen versnellen, verbreden en verdiepen. Ook kunnen zij hun opleiding verlengen als de omstandigheden daarom vragen. We bieden mogelijkheden om opleidingen te combineren of gemakkelijker te switchen. Zo helpen we studenten om met een diploma hun opleiding af te ronden. Ook bieden we daarmee onderwijs dat zich aanpast aan veranderende behoeften van het werkveld en de samenleving.

De Flexpeditie vraagt om standaardisatie en harmonisatie. In het onderwijs is dat vaak taai en ingewikkeld. Zes pilotteams deden in studiejaar 2024-2025 waardevolle inzichten op in de organisatie van flexibel onderwijs. In 2025 namen we de tijd om te leren van de opgedane kennis, om ons voor te bereiden op de volgende fase. Samen met het ontwikkelplan studiesucces gaat dit leiden tot meer studenten die hun opleiding met succes afronden.

De Derde Donderdag in September – bij mboRijnland de opening van het nieuwe studiejaar – stond in 2025 in het teken van het afscheid van Otto Jelsma. Hij was bijna twintig jaar bestuurder bij mboRijnland en zijn rechtsvoorgangers. De staande ovatie die hij kreeg, was zeer verdiend.  Frans Möhring presenteerde zich aan mboRijnland als nieuwe bestuursvoorzitter. Begin 2025 nam Ron van Kints het stokje over van Oege de Jong. Het College van Bestuur sloot het jaar 2025 af in een nieuwe samenstelling. Saskia Schenning garandeert daarin de continuïteit van beleid. Eind 2025 vulden we ook de laatste vacatures op directieniveau. In 2026 begint een bestuur en directieteam dat een goede mix van continuïteit en vernieuwing biedt. Deze ontwikkelingen waren alleen mogelijk dankzij de inzet en betrokkenheid van al onze medewerkers, studenten, raad van toezicht, ondernemingsraad, studentenraad en onze samenwerkingspartners. We kijken ernaar uit om deze lijn in 2026 voort te zetten, om verder te bouwen aan flexibel onderwijs met studiesucces. 


      

Frans Möhring, Saskia Schenning en Ron van Kints

College van Bestuur

Leeswijzer

De indeling van de hoofdstukken en paragrafen in dit jaarverslag volgt de opbouw van de kaderbrief 2025. De hoofdstukken 13 Verantwoording werkagenda en 14 Duurzaamheidsverantwoording 2025 volgen het format van de desbetreffende verantwoordingsvoorschriften. Dat leidt ertoe dat er op punten overlap kan zijn tussen de hoofdstukken 13 en 14 en de eerdere hoofdstukken.

Waar in dit jaarverslag over hij of hem wordt gesproken, kan vanzelfsprekend ook zij of haar, respectievelijk hen of hun worden gelezen – tenzij uit de context anders blijkt.

Hoofdstuk 1


Missie en belofte

1.1 Onze missie 

De missie van mboRijnland is: wij leiden op voor een inclusieve en duurzame samenleving. In ons onderwijs werken wij aan de toekomst van onze studenten. We leggen de basis voor een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin iedereen meetelt. Waarin iedereen de kans krijgt om zijn talenten te ontwikkelen. Ons onderwijs draagt ook bij aan een duurzame wereld. We laten ons hierbij inspireren door de duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Die zijn gericht op het verkleinen van de ongelijkheid in de maatschappij en op een meer duurzame omgang met onze planeet.

Duurzaamheid 
mboRijnland pakt zijn rol in maatschappelijke opgaven. Duurzaamheid is zo’n belangrijke opgave. Er vinden binnen mboRijnland veel duurzame initiatieven plaats, zowel in ons onderwijs als in onze bedrijfsvoering. Gezien het grote belang van het thema willen we hier nóg breder op inzetten.   

In 2025 hebben we opnieuw mooie duurzame stappen kunnen zetten. Alle organisatieonderdelen waren vertegenwoordigd in de werkgroep duurzaamheid. De contouren voor onze organisatiebrede aanpak kwamen steeds meer in beeld. Dit was onder meer het gevolg van het besluit om de 17 duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties (externe link, opent in nieuw tabblad) en de Whole School Approach (externe link, opent in nieuw tabblad) als basis te gebruiken voor ons duurzaamheidsbeleid. 

In hoofdstuk 14 van dit jaarverslag gaan we hier uitgebreider op in.

1.2. Kernwaarden 



Vertrouwen
 
We geven elkaar de kans om mee te denken over de inhoud en organisatie van het werk. Alle collega’s krijgen de ruimte om hun werk in te richten op de wijze die zij het beste vinden. Zij zorgen er zelf voor dat zij de afgesproken resultaten bereiken. Zo kunnen we samen zoeken naar mogelijkheden om het onderwijs te verbeteren. Datzelfde vragen we van onze studenten. Als zij zich verantwoordelijk voelen voor hun eigen leerproces, kunnen ze het beste uit zichzelf halen.

Verbinding 
Samenwerking staat voorop, zowel met studenten als met collega’s, maar ook met bedrijven, instellingen en andere scholen. Daarbij richten we ons op het belang van de ander, op zijn behoeften en ambities. Die verbinden we met onze eigen drijfveren. We maken tijd om elkaar persoonlijk te ontmoeten. We delen kennis en tonen waardering voor successen. We reiken de ander de helpende hand toe als dat nodig is. Tegelijkertijd maken we duidelijke afspraken. Zo weten we wat we van elkaar kunnen verwachten.  

Vakmanschap 
We leren studenten een vak. Dat bestaat uit kennis en vaardigheden, maar ook uit ondernemerschap, probleemoplossend vermogen, creativiteit en flexibiliteit. Zo kunnen studenten straks een belangrijke rol spelen in de samenleving. We vertrouwen hierbij op ons eigen vakmanschap. Medewerkers weten hoe ze het werk het beste kunnen uitvoeren. Daar geven we dan ook ruimte voor. Ook zorgen we dat ze zich gesteund weten door hun collega’s en leidinggevenden. Zo kan iedere medewerker trots zijn op zijn werk. Dat de zogenoemde generieke basisvaardigheden van groot belang zijn om welk vak dan ook in de praktijk uit te kunnen oefenen, is voor ons geen vraag, maar een gegeven.

1.3. Onze belofte 

Ons werkgebied bestaat uit de arbeidsmarktregio’s Holland Rijnland, Zuid-Holland Centraal en Midden-Holland. In deze drie regio’s zijn wij als mboRijnland actief in zes steden. Dit zijn Alphen aan den Rijn, Gouda, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Woerden en Zoetermeer. In dit werkgebied ontwikkelen we samen met bedrijven, instellingen, hogescholen en vo-scholen onderwijs dat meerwaarde heeft. Meerwaarde voor bedrijven, instellingen en studenten. Samen met hen dragen we bij aan de versterking van de economie en de sociale cohesie in de samenleving. Ook zorgen we dat ons onderwijs aansluit bij het jeugdbeleid in de regio en bij de regionale onderwijsagenda. We geven de samenwerkingen graag een formeel karakter. Op die manier weten wij en onze partners wat we van elkaar kunnen verwachten. 

1.4. Structuur

Stichting mboRijnland heeft een statutair bestuur. Dit noemen we het College van Bestuur. Het CvB is het bevoegd gezag van mboRijnland zoals de Wet educatie en beroepsonderwijs dat bedoelt. Stichting mboRijnland kent verder een Raad van Toezicht. Deze raad houdt toezicht op de manier waarop het College van Bestuur de stichting en de school bestuurt. 

Het College van Bestuur overlegt periodiek met de medezeggenschapsorganen Ondernemingsraad en Studentenraad. In de uitoefening van bevoegdheden volgt de medezeggenschap de zeggenschap. 

Binnen mboRijnland hebben we ons onderwijs kleinschalig georganiseerd. Studenten krijgen les van een relatief klein docententeam. De docenten hebben veel aandacht voor de ontwikkeling van studenten. Iedere student heeft een eigen studieloopbaanbegeleider. Deze helpt hem bij het plannen van zijn studie, stage en examens. Ieder team maakt onderdeel uit van een domeingericht College. Dit bevordert de samenwerking tussen de onderwijsteams en zorgt dat ons onderwijs goed aansluit bij de scholingsvragen van de arbeidsmarkt. 

Begeleiding & Ondersteuning Studiesucces (BOSS) doet de begeleiding op aanwezigheid en de tweedelijns studentenbegeleiding. BOSS komt in zicht wanneer studenten een ondersteuningsbehoefte hebben die verder gaat dan wat de studieloopbaanbegeleider kan bieden.  

Zowel het College van Bestuur als de Colleges krijgen ondersteuning van een ondersteunend centrum: Service & Strategie.

Hoofdstuk 2


Onze strategie

2.1 Strategische Agenda

Het kompas van mboRijnland vormt de basis voor onze strategische keuzes. Vanuit onze kernwaarden verbinding, vertrouwen en vakmanschap werken we aan kwalitatief sterk, flexibel en toekomstgericht beroepsonderwijs. De Strategische Agenda 2022–2027 vertaalt deze ambitie naar vijf samenhangende doelen die richting geven aan onderwijs, organisatie en samenwerking met de regio:    

Doel 1 – Continue kwaliteitsverbetering  
We willen het best mogelijke beroepsonderwijs voor onze studenten. Daarom werken we continu aan de kwaliteitsverbetering van ons onderwijs, met meer eigenaarschap en ruimte voor vakmanschap van medewerkers. 

Doel 2 – Flexibel onderwijs  
We modulariseren ons onderwijs. Dit maakt dat studenten hun opleiding kunnen verdiepen, verbreden, verlengen en versnellen. Zo spelen we steeds beter in op de persoonlijke ontwikkelbehoeften van alle studenten in de verschillende fasen van hun leven. 

Doel 3 – Sterk regionaal netwerk  
We hebben een sterke band en mooie samenwerkingen met partners binnen ons regionaal netwerk. Dankzij dit netwerk leren onze studenten over de nieuwste ontwikkelingen en innovaties in hun vakgebied. Zo bereiden we onze studenten optimaal voor, om na hun studie aan de slag te gaan in het werkveld of om door te studeren.  

Doel 4 – Oog voor elkaar, vitaal en veilig  
We zijn een vitale organisatie met oog voor het welzijn en de ontwikkeling van onze medewerkers en studenten. Hierbij hebben we aandacht voor gelijke kansen, sociale veiligheid (online en fysiek), diversiteit en inclusie. Zo bieden we iedereen de kans op goed onderwijs en op een fijne, veilige werkplek met voldoende persoonlijke aandacht en steun.  

Doel 5 – Digitalisering als mogelijkmaker  
We maken in de organisatie van ons onderwijs optimaal gebruik van digitale hulpmiddelen. Zo spelen we in op de belevingswereld van de student, verbeteren we onze samenwerking en sluiten we aan op ontwikkelingen in de samenleving.   

In onderstaande infographic is de strategische agenda visueel weergegeven. De volledige strategische agenda is op onze website te vinden via deze link (externe link, opent in nieuw tabblad).

2.1.1 Strategische koers in 2025

2025 vormde het middelste jaar van de strategische agenda. In 2025 lag de nadruk op het verder versterken van de ingezette koers uit voorgaande jaren, met aandacht voor kwaliteitscultuur, processturing en regionale samenwerking. Teams werkten steeds zelfstandiger aan onderwijsverbetering, ondersteund door instrumenten vanuit het landelijke Kwaliteitsnetwerk mbo zoals peer reviews en kwaliteitstafels. Daarmee bouwden we verder aan een organisatie waarin eigenaarschap en vakmanschap centraal staan.

Vanaf de zomer van 2025 is een duidelijkere prioritering aangebracht. De samenhang tussen flexibilisering van het onderwijs en studiesucces zijn leidend in de koers. Deze aanscherping sluit aan bij landelijke ontwikkelingen en bij de noodzaak om studenten meer regie te geven over hun leerroute én tegelijkertijd onderwijsresultaten duurzaam te verbeteren. Met de Flexpeditie zetten we stappen richting een eenduidige onderwijslogistiek en modulaire leerpaden, waardoor flexibele instroom en maatwerk beter mogelijk worden.

Hoewel flexibilisering en studiesucces vanaf de tweede helft van het jaar meer nadruk kregen, bleven ook de overige strategische doelen richtinggevend voor onze ontwikkeling. Daarmee bleef de strategische agenda als geheel leidend, terwijl de focus in uitvoering verschoof. De rest van hoofdstuk 2 licht de activiteiten die in verslagjaar 2025 zijn uitgevoerd op het gebied van de vijf strategische doelen verder toe.

Opbouw van dit hoofdstuk
In de kaderbrief 2025 zijn per strategische prioriteit specifieke accenten en ontwikkelrichtingen benoemd. Dit hoofdstuk volgt dezelfde indeling als de kaderbrief. Per strategisch doel beschrijven we welke activiteiten en resultaten in 2025 zijn gerealiseerd en hoe deze bijdragen aan de voortgang van de strategische agenda. Door deze opbouw ontstaat een duidelijke lijn tussen de vooraf gestelde prioriteiten en de verantwoording daarover in dit jaarverslag.

2.2 Continue kwaliteitsverbetering

2.2.1 Kwaliteitszorg

In 2025 werkte mboRijnland verder aan continue kwaliteitsverbetering. We deden dat vanuit Referentiewaarden MBO van het Kwaliteitsnetwerk MBO. We voerden ontwikkelingsgerichte onderzoeken uit. Dit betrof onder meer peer reviews tussen onderwijsteams en tussen centrale examenbureaus. Daarnaast organiseerden we veel kwaliteitstafels met onderwijsteams over studiesucces. Ook hielden we kwaliteitstafels over het thema huisvesting. Met de directies van de Colleges en de centra reflecteerden we op de uitkomsten van de midtermreview van de strategie en op de kwaliteit van hun college- en centrumplannen. Deze onderzoeken versterkten de kwaliteitscultuur in teams. Ze vergrootten ook de verbinding tussen onderwijs en ondersteuning.

Audits en steekproefkwaliteitsonderzoeken
Naast deze kwaliteitsonderzoeken voerden we reguliere audits uit bij teams met nieuwe teamleiders. Deze audits volgden het inspectiekader. Ze gaven inzicht in de beginsituatie van de onderwijskwaliteit. Waar nodig formuleerden teams concrete verbeterpunten voor hun teamplan.

De onderwijsinspectie voerde in het voorjaar van 2025 vier steekproefkwaliteitsonderzoeken uit (SKO’s). Zij beoordeelde de kwaliteit van het onderwijsproces als voldoende. Ook veiligheid en schoolklimaat kreeg een voldoende. Dat gold eveneens voor borging en afsluiting. Ook sturen, kwaliteitszorg en ambitie voldeden aan de norm. Alleen de standaard ‘aanbod’ kreeg één keer een onvoldoende. In het voorgaande studiejaar 2023-2024 waren bij deze SKO-opleidingen de definitieve onderwijsresultaten onvoldoende, waarmee deze opleidingen uiteindelijk als onvoldoende beoordeeld werden.

Ontwikkelplan Studiesucces
Voor structurele en duurzame verbetering van de onderwijsresultaten startten we direct na de zomervakantie met de uitvoering van het Ontwikkelplan Studiesucces. Elk cluster van opleidingen dat onvoldoende scoorde, analyseerde de oorzaken daarvan. De betreffende teams organiseerden een kwaliteitstafel met collega’s, studenten en werkveld, en stelden een verbeterplan op. We monitoren de uitvoering van deze plannen actief. In 2026 volgt een zelfevaluatie als input voor het teamplan.

De voorlopige onderwijsresultaten 2024-2025 laten een stijgende lijn zien. Bij twee van de vier SKO-opleidingen zijn de onderwijsresultaten inmiddels voldoende.

2.2.2 Processturing

Binnen mboRijnland werken we met verschillende organisatiebrede processen. In de Kaderbrief 2025 zijn binnen de prioriteit Continue kwaliteitsverbetering voor een aantal processen specifieke doelen en ontwikkelrichtingen benoemd. In deze paragraaf beschrijven we de drie onderwijsprocessen die daarin als prioriteit zijn benoemd en die in het verslagjaar extra aandacht kregen.

2.2.2.1 Examinering

mboRijnland examineerde in het verslagjaar volgens het examineringsproces zoals vastgelegd in de Procesarchitectuur Examinering uit 2022. We actualiseerden het Examenreglement mbo en het Examenreglement vavo. Deze aanpassingen zorgen ervoor dat beide reglementen aansluiten op de laatste wet- en regelgeving. Ook formuleerden we een nieuwe visie op toetsing en afsluiting. Alle Colleges passen deze visie inmiddels toe.

Optimalisering in gang gezet
We voerden twee grote onderzoeken uit naar de examenlogistiek en de examenorganisatie. We zagen dat taken, rollen en verantwoordelijkheden niet overal werden uitgevoerd zoals beschreven. De aanbevelingen waren helder: een optimalisering van rollen, taken en verantwoordelijkheden was nodig. Dat proces vergt meer tijd dan verwacht, vanwege de complexiteit ervan en de zorgvuldigheid waarmee we dat willen doen. In 2025 bereidden we het optimaliseringsproces voor. In 2026 voeren we de optimalisering uit.

Alle gebruikte exameninstrumenten voldoen aan de vereisten van validiteit en betrouwbaarheid. Alle Colleges kochten exameninstrumenten in bij gecertificeerde examenleveranciers. Vijf opleidingen ontwikkelden daarnaast zelf enkele exameninstrumenten.

2.2.2.2 Beroepspraktijkvorming

In 2025 bouwde mboRijnland verder aan een inclusieve, veilige en kwalitatief hoogwaardige beroepspraktijkvorming (BPV). We versterkten bestaande afspraken en startten nieuwe samenwerkingen.

Kwaliteitsverbeteringen
We voerden in het verslagjaar een interne audit uit naar de administratieve inrichting van het proces rond praktijkovereenkomsten. De audit leverde een aantal aanbevelingen op voor verbeteringen. Verder voerden we een tertiaalrapportage in. Deze moet ons meer inzicht geven.

Stagepact en gelijke stagekansen
Binnen het Stagepact, gericht op voldoende stageplekken, goede stagebegeleiding, stagevergoeding en tegengaan van stagediscriminatie, voerden we meerdere activiteiten uit. We organiseerden workshops tijdens collegedagen en een onderwijsconferentie in het teken van het Stagepact. We hebben interactieve modules ontwikkeld die docenten helpen om stagediscriminatie te herkennen en bespreekbaar te maken. Deze modules worden momenteel interactiever en aantrekkelijker vormgegeven met subsidie van de Haagse Aanpak.

We vulden het studentenportaal met laagdrempelig materiaal over gelijke stagekansen, het melden van stagediscriminatie en steun tijdens stagediscriminatie. Via een mboRijnland brede campagne werkten we aan normstelling rond (het melden van) stagediscriminatie. Lesbrieven maakten rechten, plichten en het stageproces bespreekbaar. Dit versterkte de weerbaarheid van studenten.

In 2025 ontvingen we één anonieme melding. We deelden die met de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

Voor eerstejaarsstudenten verpleegkunde in de Beroepsopleidende Leerweg (BOL) bij College Welzijn & Zorg in Zoetermeer rondden we objectieve stagematching af en evalueerden we deze aanpak.

Geïnspireerd door de Haagse Aanpak startte in 2025 de Leidse Aanpak. Met de Leidse Aanpak Gelijke stagekansen gaan onderwijsinstellingen, gemeente en werkveld in regio Leiden met elkaar in gesprek om stagediscriminatie tegen te gaan. Daarnaast zorgden we ervoor, dat stagediscriminatie een onderwerp is in de meerjarenagenda’s van de arbeidsmarktregio’s.

2.2.2.3 Onderwijsuitvoering

In 2025 richtte de procesgroep Onderwijsuitvoering zich op de verdere ontwikkeling van formatief handelen. Deze aanpak geeft studenten beter inzicht in hun leerproces. Ook draagt het bij aan studiesucces.

Onder begeleiding van Vernieuwenderwijs stelden we een organisatiebreed begrippenkader vast. Hierdoor gebruikt iedereen binnen mboRijnland één gezamenlijke taal.

We voerden bij alle Colleges een nulmeting uit. Deze bracht het huidige gebruik van formatief handelen in beeld. Op basis van de resultaten ontwikkelden we een implementatieplan voor het studiejaar 2025-2026. In oktober 2025 versterkten we de samenwerking met het proces onderwijsontwerp. Dit deden we tijdens een miniconferentie.

2.2.3 Projectsturing

Naast processturing werkt mboRijnland met een aantal organisatiebrede projecten die bijdragen aan de strategische prioriteiten. In de Kaderbrief 2025 zijn binnen de prioriteit Continue kwaliteitsverbetering enkele projecten benoemd waarvoor specifieke doelen en ontwikkelrichtingen zijn vastgesteld. In deze paragraaf beschrijven we de voortgang van de projecten die in 2025 in de kaderbrief als prioriteit zijn aangemerkt.

2.2.3.1 Terugdringen studentenuitval/Voortijdig Schoolverlaten (VSV)

We hebben in het verslagjaar verder ingezet op het terugdringen van uitval. Docenten en studieloopbaanbegeleiders pakten signalen van verzuim en teruglopende motivatie sneller op. Dit deden en doen ze via vaste check-ins en korte lijnen met BOSS (Begeleiding en Ondersteuning StudieSucces). Studenten krijgen daardoor eerder passende hulp. Denk aan ondersteuning bij persoonlijke problemen of begeleiding naar een beter passende leerroute.

In het kader van de Wet van school naar duurzaam werk ontwikkelden we nieuwe regionale vsv-programma’s. De projecten hierin richten zich op persoonlijke hulp en leren in de praktijk. Iedere gediplomeerde krijgt voortaan een nazorgaanbod. Met gemeenten en doorstroompunten maakten we afspraken over samenwerking en over het overgangsdocument.

2.2.3.2 Instroom

Het project Instroom zet in op behoud of zelfs groei van het huidige studentenaantal. Dit hopen we te bereiken door een hoger aantal inschrijvingen vanuit het totale aantal aanmeldingen te genereren. In juni 2025 leverde de projectgroep een inhoudelijk advies op. Dit advies bestaat uit drie delen:

  • een voorstel voor de herinrichting van voorlichting, intake en instroomactiviteiten. Loopbaanoriëntatie en -begeleiding vormen daarbij het gemeenschappelijke thema. Het advies is om te werken met drie doorstroommomenten in een studiejaar: augustus, november en februari.
  • een voorstel voor de herinrichting van de voorlichtingsorganisatie. In dat advies sluit de voorlichting beter aan op de wensen van de doelgroep. Het draagt zo bij aan een verbeterde instroom.
  • een voorstel voor verlenging van het project met een pilotfase in Gouda.

Project Instroom kent een tweede fase. Daarin voeren we de bovenstaande adviezen uit op de locatie Groen van Prinsterersingel in Gouda. Daar ontwikkelen we de beschreven werkwijze verder en toetsen die in de praktijk. De pilot Instroom startte in november 2025. Hij bevindt zich daardoor nog in een vroege uitvoeringsfase. Met deze pilot willen we de conversie verhogen en daarmee ook het aantal inschrijvingen. We zien een brede bereidheid tot samenwerking. De inhoudelijke resultaten zijn vooralsnog beperkt door de korte looptijd.

2.2.3.3 Integraal begeleiden

In 2025 maakte het project Integraal begeleiden binnen mboRijnland een sterke ontwikkeling door. We rondden de professionele leergemeenschap feestelijk af met de publicatie van inspiratiekaarten. Ze bundelen ingrediënten voor succesvolle begeleiding, rechtstreeks uit onze praktijk. Door voort te bouwen op wat werkt, creëren we vanaf de start van het project draagvlak. Draagvlak voor de beweging naar steeds meer samenwerking bij het begeleiden van onze studenten.

Praktijkgids Integraal begeleiden
De Praktijkgids Integraal begeleiden wordt met belangstelling aan het begin van 2026 verwacht. De inhoud van deze praktijkgids is ontwikkeld voor en door mboRijnland. De rest van het studiejaar 2025-2026 besteden we aan de brede introductie ervan. In studiejaar 2026-2027 willen we de praktijkgids integreren in onze werkwijzen binnen mboRijnland.

In het verslagjaar versterkten we de verbinding tussen procesgroep en projectgroep. Leden van de procesgroep leverden input voor het project en fungeerden als reviewers van de praktijkgids. Eén van de projectleiders nam actief deel aan de overleggen van de procesgroep.

Als één van de begeleidingslijnen binnen de Flexpeditie werd integraal begeleiden steeds zichtbaarder in de organisatie. Collega’s vragen kwartiermakers om erover te spreken op collegedagen en in teamoverleggen. Integraal begeleiden is een gesprekspunt in de yurt, op collegedagen en tijdens onderwijsconferenties. Dankzij ambassadeursbijeenkomsten op locatie konden collega’s laagdrempelig aansluiten.

2.2.3.4 Basisvaardigheden

In 2025 hebben we met het project Basisvaardigheden een belangrijke stap gezet in het versterken van zowel de inhoudelijke kwaliteit als de positionering van de generieke onderdelen (Nederlands, rekenen, burgerschap, Engels en loopbaanoriëntatie) binnen mboRijnland. Dit betreft niet alleen de kwaliteit van deze vakken, maar ook hun zichtbaarheid en integrale inbedding in het curriculum, de teamplannen en de organisatiebrede sturing. Dat versterking hiervan nodig was, bleek uit een nulmeting die we organisatiebreed onder eerstejaarsstudenten hielden. 78 procent van hen nam hieraan deel. We toetsten bij hen de kennis van Nederlands, Engels en rekenen. De meting liet zien dat het instroomniveau lager was dan in het studiejaar 2024-2025, vooral voor Nederlands en rekenen. Dit resultaat benadrukt de urgentie van het project Basisvaardigheden en past bij het landelijke beeld hierover.

Professionalisering
Daarnaast zetten we in 2025 in op het zichtbaarder maken van het project Basisvaardigheden binnen mboRijnland. We deden ook veel aan de professionalisering van docenten. Met het platform voor open leermiddelen creëerden we een duurzame infrastructuur voor kennisdeling. Ruim 300 docenten kwamen samen tijdens de Conferentie Basisvaardigheden. De rekendocenten professionaliseerden zichzelf met een leergang. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om de docenten een passende training aan te bieden over taalbewust beroepsonderwijs.

Door docenten te scholen, verbeterden we de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs. Denk bij scholing aan leergangen en masterclasses rondom financiële educatie. Ook startten we een verkenning naar een passend exameninstrument voor een instellingsexamen Burgerschap. Tot slot werken we met de Battle Basisvaardigheden hard aan het versterken van het imago van de generieke vakken bij studenten.

2.2.3.5 Strategisch Huisvestingsplan (SHP)

We zorgen ervoor dat onze gebouwen geschikt worden en blijven voor eigentijds onderwijs. Studenten en medewerkers moeten zich er prettig en veilig voelen, goed kunnen leren en plezierig kunnen samenwerken. Het Strategisch Huisvestingsplan 2023-2035 vormt het kader voor zowel korte-, middellange- als langetermijnplannen die passen binnen onze onderwijsvisie. Zo zijn we erop gericht onze duurzaamheidsmaatregelen te realiseren, om daarmee zo veel mogelijk te voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. We willen gebouwen aanpassen om zo het welzijn van medewerkers en studenten in die gebouwen te optimaliseren. Om onze vestigingen te transformeren naar omgevingen waar iedereen zich thuis voelt en waar het mboRijnlandgevoel tot leven komt. In het kader daarvan willen we voor de verschillende Colleges onder meer thuishavens creëren, een herkenbare plek met een kleinschalige uitstraling op de locaties. De eerste stappen in die richting zijn al zichtbaar op onze locatie Polanerbaan in Woerden. 

Onderhoud en verduurzaming
We zijn gestart met onderhouds- en verduurzamingswerkzaamheden op de locatie Ambonstraat in Alphen aan den Rijn en de Groen van Prinsterersingel in Gouda. Voor deze locaties zijn de voorbereidende werkzaamheden in volle gang. In 2026 kunnen we met de bouw of verbouw beginnen. Voor Zoetermeer wegen we nog af of onze huisvestingsdoelen beter gediend worden door bouwen op een nieuwe plek of verbouwen op de huidige locatie. Een haalbaarheidsstudie ligt aan de basis van onze keuze. Aanpassingen in het kader van de thuishavens voeren we op alle locaties door.

2.2.3.6 Alumni

In 2025 stond de ontwikkeling van de Community centraal. Het ledenaantal groeide naar 635 leden: studenten, alumni, medewerkers en bedrijven. Uit een behoefteonderzoek onder uitstromende studenten bleek dat zij vooral netwerken, loopbaanontwikkeling en internationale oriëntatie belangrijk vinden. Deze inzichten vormden de basis voor nieuwe content en voor de sub-community Buitenland Reizen.

Met de campagne “Diploma op zak, blijf in contact” bereikten we ruim 5.000 afgestudeerden. Dit zorgde voor nieuwe leden van de Community. We lanceerden vier nieuwe sub-communities en richtten het communityplatform verder in op verbinding en interactie. Met evenementen zoals de Week van het Ondernemen en Create Your Future bereikten we samen ruim 1.000 studenten. Ook die evenementen leverden nieuwe communityleden op.

2.2.4 Practoraat Samen Onderzoekend Werken

De vijf docentonderzoekers van het practoraat Samen Onderzoekend Werken focusten in 2025 op continue kwaliteitsverbetering. Ze stelden onderzoekend werken aan onderwijsverbetering centraal in hun projecten. Deze focus komt ook tot uiting in de naamswijziging van het practoraat. Het practoraat heette Research Lab en nu Samen Onderzoekend Werken. In alle onderzoeken staat leren tijdens het proces centraal. Zo startten zij onderzoeken naar flexibel onderwijs en naar manieren om zelfregulatie bij studenten te ondersteunen. Zelfregulatie gaat over vaardigheden waarbij studenten hun cognitie (leren leren), meta-cognitie (reguleren van het leren, denk aan plannen), motivatie en gedrag kunnen sturen voor een optimale leerervaring. De docentonderzoekers betrekken de stakeholders actief in hun werk en delen met hen de tussentijdse resultaten.

Daarnaast versterkte het practoraat de samenwerking met collega-practoraten, onderwijs, ondersteuning en externe kennispartners. De docentonderzoekers deelden kennis tijdens de CVI-conferentie (Centrum Voor Innovatie), de Practoratendag, de EAPRIL en de Onderwijs Research Dagen. Ook participeerden zij in een practoratenplatform en het Kennisnetwerk Beroepsonderwijs. Intern leverden zij professionaliseringsbijdragen aan docenten binnen de opleidingsschool en het LC-traject.

2.3 Flexibel onderwijs

2.3.1 Flexpeditie

mboRijnland zette in 2025 belangrijke stappen in de verdere ontwikkeling van flexibel onderwijs. We ontwikkelden verschillende visies: visie op toetsing en afsluiting van modules, visie op Leven Lang Ontwikkelen (LLO), visie op keuzedelen, visie op integrale begeleiding van studenten en visie op basisvaardigheden. In 2026 zullen meer visies volgen. In het verslagjaar begonnen we deze visies samen te voegen tot één integrale visie op onderwijs voor mboRijnland. Het resultaat verwachten we in de loop van 2026.

Referentieopleidingen als proeftuin
De Colleges stapten af van het idee om pilotteams te laten werken aan de flexibilisering. Elk College selecteerde één referentieopleiding. Een referentieopleiding is een opleiding binnen een learning community, waarin onderwijsteams samen met studenten, examencommissies en het werkveld de gemaakte keuzes kunnen testen en verfijnen. Zo bieden we studenten een flexibel leertraject en geven we docenten experimenteerruimte binnen duidelijke kaders. Dit alles vanuit het idee dat de resultaten herhaalbaar en schaalbaar moeten zijn. In 2025 hebben de referentieopleiding onderzocht hoe ze een goed modulair onderwijsontwerp kunnen maken passend bij formatief handelen en lerend kwalificeren. Hier zijn in het verslagjaar de eerste stappen in gezet.

Modulair onderwijs en formatief handelen
Formatief handelen vormt de basis voor onze onderwijsactiviteiten. Het is een didactisch proces waarbij de nadruk ligt op het verbeteren van het leerproces van de studenten, in plaats van het beoordelen van hun prestaties. Formatief handelen omvat alle activiteiten van studenten, docenten en betrokkenen om de leeractiviteiten van studenten in kaart te brengen, te interpreteren en te gebruiken om betere beslissingen te nemen over vervolgstappen. Het is óók de basis voor lerend kwalificeren, een passende vorm van examinering. Binnen een learning community bereidden de referentieopleidingen zich in 2025 hierop voor.

We maakten een grote kwaliteitsslag in het ontwerpen van modules. Voor het eerst in vijf jaar pasten we het onderwijsontwerpmodel aan. We verbeterden de basiskwaliteit van alle modules en formuleerden de leeruitkomsten beter.

Digitalisering en AI
Flexibel onderwijs vraagt om duidelijke afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is en welke voorwaarden nodig zijn om veranderingen goed te laten landen in de organisatie. Daarom hebben we onderzocht wat minimaal nodig is om flexibel onderwijs te laten slagen. Hieruit bleek dat helder proceseigenaarschap essentieel is om de veranderingen goed te borgen. Een integrale visie, duidelijke processturing, learning communities, het ontwikkelinstrument en goede digitale voorzieningen vormen samen de basis voor flexibilisering.

Uit een nulmeting naar digitale bekwaamheid bleek een grote behoefte aan kennis over AI. We startten een AI-werkgroep die onderzoekt wat AI betekent voor studenten, docenten en de organisatie. Daarmee beweegt mboRijnland zich landelijk in de voorhoede. Om verder invulling te geven aan die randvoorwaarden, begonnen we in 2025 met de ontwikkeling van het Center for Teaching & Learning. Vanaf september 2026 kan elke docent daar terecht voor digitaliseringsvraagstukken en professionalisering op digitaal gebied.

In 2025 werkten we veel processen voor de flexibilisering van ons onderwijs uit. We creëerden kaders die nodig waren, met handelingsruimtes binnen die kaders. De processen en kaders moeten kunnen veranderen naarmate we vorderen naar volledig flexibel onderwijs. In dat licht onderzochten we welke mogelijkheden digitale voorzieningen aan docenten, studenten en de organisatie kan bieden: systemen die meebewegen met de keuzes die we maken.

2.3.2 Ketensamenwerking in de processen

mboRijnland ontwikkelde in 2025 een dynamische procesplaat. Daarin zijn alle processen helder weergegeven. De procesplaat geeft de ketensamenwerking weer die de flexibilisering van onderwijs van ons vraagt.

Werken vanuit samenhang
Voorheen werkten de processen min of meer naast elkaar. Dat is vanwege de flexibilisering van onderwijs niet langer houdbaar. Binnen de organisatie was behoefte aan werken vanuit samenhang. Als in het ene proces iets verandert, veroorzaakt dat veranderingen in andere processen. Na een stevige professionaliseringslag weten we nu van elkaar beter wat we doen. Maar wie welke rol waar in de keten heeft, is nog onduidelijk. Daar ligt de doorontwikkeling voor 2026. De ketensamenwerking moet uiteindelijk leiden tot een verbetering van het studiesucces.

Alle onderwijsteams hebben dat doel helder voor ogen. mboRijnland is een pionier door die ketensamenwerking organisatiebreed door te voeren. We zijn gedreven en willen dat het slaagt.

2.3.3 Leven Lang Ontwikkelen

De Colleges dragen de verantwoordelijkheid voor het verwerven, ontwikkelen en uitvoeren van LLO-trajecten. LLO staat voor Leven Lang Ontwikkelen. De Colleges richtten hun interne organisatie in 2025 verder in voor LLO.

De LLO-coördinatoren en relatiemanagers LLO van de Colleges overleggen regelmatig met elkaar. Ze bespreken dan onder meer de onderwijskansen en knelpunten en leren zo van elkaar. Het LLO-Expertiseteam van Service & Strategie faciliteert deze overleggen. In drie arbeidsmarktregio’s tekende mboRijnland samenwerkingsconvenanten. Met de regionale partners maakten we de aanzet tot meerjarenagenda’s waarin LLO is opgenomen.

Subsidie
mboRijnland werkt met Albeda, ROC Mondriaan en Zadkine samen in Via Delta. Via Delta is een samenwerkingsverband dat zich specifiek richt op Leven Lang Ontwikkelen. In het verslagjaar ontving Via Delta een subsidie van ruim € 4 miljoen. Deze kwam van de Economic Board Zuid-Holland, de LLO-Katalysator en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. mboRijnland is penvoerder van deze subsidie. Via Delta verbetert de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het verband richt zich op onbenut arbeidspotentieel en op het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Zo pakken de deelnemende roc’s de tekorten op de arbeidsmarkt aan.

2.4 Sterk regionaal netwerk

2.4.1 Versterking van ons netwerk

In 2025 versterkte mboRijnland het regionale netwerk. Leiden was dit jaar Nationale Onderwijsstad. Dit zorgde voor 226 evenementen, waar ook mboRijnland aan deel nam. Deze sloten aan bij de doelen om de rijke leeromgeving van Leiden zichtbaar te maken. Ook om de educatieve professional in het zonnetje te zetten en de samenwerking tussen meerdere partners te verstevigen.

mboRijnland was in 2025 voorzitter van Leiden Kennisstad. In die hoedanigheid speelden we een centrale rol in het zoeken naar verbinding tussen onderwijsinstellingen en de gemeente Leiden. Deze samenwerking resulteerde in een sterkere regionale connectie, mede door gelegde verbindingen tussen mboRijnland en netwerken als Key Region Leiden.

In het kader van de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur ondertekende mboRijnland samenwerkingsconvenanten in de regio’s Holland Rijnland, Midden-Holland en Zuid-Holland Centraal. In deze regio’s droegen we bij aan de vorming van de Werkcentra, een meerjarige beleidsagenda, de inzet van praktijkverklaringen en de vorming van een LLO-collectief voor het versterken van basisvaardigheden voor volwassenen.

2.4.2 Innovatie en onderzoekskracht met strategische partners

De vier Centra voor Innovatief Vakmanschap en de bijbehorende practoraten bewezen in het verslagjaar opnieuw hun waarde. Ze verbonden het regionale netwerk met onderwijsteams. Verschillende Colleges versterkten hun hybride en projectmatig onderwijs dankzij de constructieve samenwerking met externe partners.

Zo werken het CIV Zorg & Welzijn en het CIV Smart Technology samen met De Haagse Hogeschool en met scholengroep Unicoz aan het project Smart Kitchen. Dit project richt zich op oplossingen voor mindervaliden en ouderen. Daarnaast levert de samenwerking met Siemens NV, het College T&I en De Haagse Hogeschool waardevolle inzichten op. Inzichten in de competenties die nodig zijn voor de medewerker van de toekomst.

Het CIV Bio Sciences rondde een LLO-traject succesvol af. Samen met het Techniek College Rotterdam startte het een opleiding Operator voor bedrijven in het Leidse Bio Science Park. CIV Leven Lang Flex richtte zich op learning communities, waarin onderwijs en werkveld samen leren. Op basis van deze activiteiten raakte de CIV-structuur duurzaam verankerd binnen mboRijnland.

2.4.3 Doorlopende leerlijnen

In 2025 schonk mboRijnland veel aandacht aan een betere aansluiting tussen vo, mbo en ho. We focusten op opleidingen die bijdragen aan maatschappelijke opgaven. We focusten ook op opleidingen waar studenten drempels ervaren. Samen met vo-scholen stemden we onderwijsinhoud en -inrichting beter op elkaar af. Dit deden we onder meer rond thema’s als cybersecurity, data & privacy, AI en robotica. Dit leidde tot gezamenlijke onderwijsprojecten, lessen en workshops op mbo-locaties. Ook leidde dit tot een stevige inhoudelijke basis voor doorlopende leerlijnen.

Naast deze projecten hebben we ook onze structurele doorlopende leerlijnen voortgezet en versterkt, zoals de leerlijn tussen praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en mbo, en de geïntegreerde leerlijnen vmbo-mbo.

Daarnaast versterkten we de relaties met het beroepsonderwijs. mboRijnland organiseerde meeloopdagen voor vo-scholieren. Ook waren we actief betrokken bij regionale oriëntatie-activiteiten zoals Techniek Tastbaar (externe link, opent in nieuw tabblad) en de beroepenmanifestatie Go4It tijdens de Week van het Werk (externe link, opent in nieuw tabblad).

2.5 Oog voor elkaar vitaal en veilig

2.5.1 Studentparticipatie

In 2025 zetten we het project ‘Inclusieve medezeggenschap en studentparticipatie’ voort. Dit project vloeit voort uit de werkagenda mbo. In de eerste helft van het jaar lag de focus op het studentenonderzoek dat Young Inspiration uitvoerde. Samen met studenten onderzochten we hoe we onze aanpak van studentparticipatie duidelijker, aantrekkelijker en bruikbaarder kunnen maken. Het onderzoek bestond uit wandelganggesprekken en duo-interviews. In het onderzoek maakten we gebruik van studenten als co-onderzoekers. Begin juli leverde Young Inspiration een impactgids op met de verworven inzichten.

Visie studentparticipatie
Mede gebaseerd op dit onderzoek begonnen we in augustus 2025 met het opstellen van een visie studentparticipatie. Met de opgehaalde feedback scherpen we in 2026 deze visie aan. Ook werkten we in het verslagjaar aan de opzet van een participatietoolbox voor medewerkers. Dit online handboek, dat we eveneens in de loop van 2026 willen opleveren,  biedt medewerkers inspiratie en praktische handvatten om gebruik te maken van verschillende participatievormen.

Doorontwikkeling van participatie in de praktijk
Daarnaast voerden we samen met de Studentenraad twee pilots uit voor locatiepanels. In januari 2025 gebeurde dat in Zoetermeer; in december 2025 op locatie de Breestraat in Leiden. We scherpten de werkwijze daarvan verder aan. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in een landelijk netwerk met andere mbo-instellingen, waarbij via de MBO Raad stappen zijn gezet richting verdere professionalisering, opschaling en uitbreiding van het netwerk.

We betrokken de Studentenraad bij de onderwerpen waar de raad wettelijke rechten op heeft. En ook bij aanvullende onderwerpen, waar het studentenperspectief van meerwaarde is. Het jaarverslag van de Studentenraad is opgenomen in hoofdstuk 7.

2.5.2 Internationalisering

In 2025 namen ongeveer 850 studenten en medewerkers van mboRijnland deel aan internationale leer-, stage- en werkervaringen. Ten opzichte van 2024 betekende dat een groei van 13 procent. Ongeveer 500 deelnemers deden dit met een subsidie van Erasmus+. De groei van het aantal deelnemers benadrukt de strategische inzet op toegankelijke internationalisering voor alle studenten om kansengelijkheid te realiseren.

Internationale leerervaringen studenten
Bij College Techniek & ICT liepen studenten internationale stages. Bij College Welzijn & Zorg deden studenten Verpleegkunde stages, waarbij de nadruk lag op internationale beroepspraktijken en interculturele vaardigheden. Studenten van College Business & Hospitality deden leerervaringen op bij een Noorse mbo-partner en tijdens een internationale bootcamp. Niveau 2-studenten bij Start-Up reisden mee in programma’s rond wereldburgerschap, zorgsystemen en maatschappelijke vraagstukken.

Collegeoverstijgend maakten collega’s en studenten belevingsreizen naar Kenia, Marokko en Montenegro. Tijdens deze reizen focusten de deelnemers zich op armoedebestrijding in samenwerking met lokale organisaties.

Internationale leerervaringen docenten
College Techniek & ICT en College Business & Hospitality waren internationaal actief via deelname aan symposia, stagebezoeken en samenwerkingsprojecten binnen en buiten Europa. Zo bouwden we aan een constructieve samenwerking met een Noorse mbo-school. Die resulteerde in bezoeken aan elkaar van studenten en docenten. Daarnaast startte de opleiding Sport & Bewegen twee internationale keuzedelen.

Internationale samenwerkingsprojecten
mboRijnland neemt deel aan strategische internationale samenwerkingsprojecten. Denk aan een project rond zorgtechnologie met vier Europese mbo-scholen. Ook het NL Knowledge House-project is hiervan een voorbeeld. Dit project verbindt het CIV Bio Sciences-netwerk met Indonesische onderwijsinstellingen. Ook Nuffic Zuidoost-Azië, het ministerie van OCW en de Nederlandse ambassade in Jakarta zijn daarbij betrokken. Zo versterken we de samenwerking en de uitwisseling van mbo-studenten. Dit alles om gelijke kansen voor mbo-studenten te bevorderen.

Kwaliteitsverbetering
We ontwikkelden in 2025 een impacttool om de opbrengsten van internationalisering zichtbaar te maken en te monitoren. Daarnaast hebben we een alumni-netwerk internationalisering opgezet. In dat netwerk willen we de betrokkenheid van oud-studenten verduurzamen. Ook is het netwerk bedoeld om nieuwe deelnemers te begeleiden.

2.6 Digitalisering als mogelijkmaker

Digitalisering
In 2025 zetten we digitalisering gericht in om flexibel onderwijs, continue kwaliteitsverbetering en studiesucces mogelijk te maken. Met digitalisering ondersteunen we nadrukkelijk het primaire proces. We doen dat met goed werkende systemen, relevante data en een veilige digitale leer- en werkomgeving.

Digitale ondersteuning Flexpeditie
Een belangrijk accent lag in 2025 op de digitale ondersteuning van de Flexpeditie. In dit kader ontwikkelden we een aantal applicaties door. Deze zijn nodig om modulair en flexibel onderwijs goed te kunnen organiseren. We besteedden hierbij specifiek aandacht aan de ondersteuning van de onderwijslogistiek en het inzicht in het onderwijsaanbod. Ook was er veel aandacht voor de begeleiding van studenten bij het maken van onderbouwde keuzes binnen flexibele leerpaden.

Digitale vaardigheden
mboRijnland wil digitalisering effectief laten bijdragen aan onderwijs en organisatie. Een voorwaarde is dan wel dat de digitale vaardigheden van medewerkers op peil zijn. Een nulmeting wees uit dat hier nog verbeteringen mogelijk waren. Daarom stond 2025 mede in het teken van het versterken van de digitale vaardigheden. Op basis van een vastgestelde ambitie begonnen we met de uitvoering van een plan van aanpak. Dat heeft als doel: efficiënter en effectiever gebruikmaken van bestaande en nieuwe systemen. De focus lag hierbij op handelingsbekwaamheid van medewerkers in het dagelijks werk, met daarbij aandacht voor de verschillen tussen rollen en functies. Deze lijn draagt bij aan een meer uniforme en bewuste inzet van digitalisering binnen mboRijnland.

Digitale veiligheid en digitaal burgerschap
Op de digitaliseringsagenda van mboRijnland stonden in 2025 nadrukkelijk digitale veiligheid en privacy. We vergrootten in het verslagjaar het bewustzijn rondom informatiebeveiliging. We leerden medewerkers zorgvuldig om te gaan met data. Daarbij besteedden we aandacht aan digitaal burgerschap. Gebruikers houden hierbij de regie over hun eigen informatie. Zij kunnen veilig werken en leren binnen de digitale omgeving van mboRijnland.

Verbinding met Npuls
Binnen het nationale groeifondsprogramma Npuls focuste mboRijnland zich in 2025 op twee onderdelen die nauw samenhangen met de door ons ingezette digitaliseringslijnen. Dat zijn de Npuls-transformatiehub ‘Wendbaar georganiseerd onderwijs’ en de Npuls-kennishub ‘Leren en Innoveren’. In dit kader begonnen we met de ontwikkeling van een Center for Teaching & Learning. Hiervoor bereidden we een subsidieaanvraag voor.

Studiesucces
De inzet van digitalisering draagt hiermee ook bij aan het verbeteren van het studiesucces. Door betere informatievoorziening, ondersteuning van flexibele leerpaden en versterking van formatief handelen krijgen studenten meer inzicht in hun voortgang en ontwikkelmogelijkheden. Dit ondersteunt tijdige begeleiding en draagt bij aan het maken van passende keuzes in het onderwijsproces.

Hoofdstuk 3


Studenten in beeld

3.1 Aantal mbo-studenten 

In 2025 zien we een lichte stijging in het totaal aantal studenten (stijging van 2.3 procent).

Peildatum: 06-01-2026



We zien een verhoging in het aantal studenten in niveau 1 en 2, terwijl niveau 3 en 4 vrijwel gelijk zijn gebleven.

3.1.1 Aantal studenten per niveau

Peildatum: 06-01-2026

3.1.2 Aantal studenten per leerweg

Peildatum: 06-01-2026



De beroepsopleidende leerweg (BOL)
De student gaat dan voor het grootste deel van zijn opleiding naar school. Daarnaast loopt hij een bepaalde periode stage (beroepspraktijkvorming) in een bedrijf of instelling. Het aantal BOL-studenten vormt al jaren het grootste aandeel van alle studenten en varieert rond de 75 procent.

De beroepsbegeleidende leerweg (BBL)
De student heeft minimaal drie dagen per week een baan bij een bedrijf of instelling. Daarnaast gaat hij één of twee dagen of avonden per week naar school. 

Het aantal BBL-studenten is ten opzichte van eerdere jaren gestegen (7 procent) waar het aantal BOL-studenten ten opzichte van 2024 nagenoeg gelijk is gebleven.

De verdeling is daarmee ten opzichte van het totaal niet significant anders geworden. Van de studenten neemt 70 procent deel aan een BOL-opleiding en 30 procent aan een BBL-opleiding.

3.1.3 Aantal studenten per vestigingsplaats

Peildatum: 06-01-2026

Het toelatingsbeleid voldoet aan de geldende wettelijke kaders en aan het onderzoekskader voor het middelbaar beroepsonderwijs. Dit houdt in dat kandidaten worden geplaatst in de opleiding en op het niveau van hun eerste voorkeur, mits zij aan de bijbehorende toelatingscriteria voldoen.

Deze benadering is in 2025 ongewijzigd voortgezet ten opzichte van voorgaande jaren en wordt samengevat in de uitgangspunten: ‘Fijn dat je voor ons kiest’ en ‘Fijn dat je bij ons blijft’.

In 2025 verzorgden we onderwijs in zes gemeenten: Alphen aan den Rijn, Gouda, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Woerden en Zoetermeer. In sommige plaatsen hebben we meerdere vestigingen.

Het aantal studenten dat onderwijs volgt buiten de zes reguliere vestigingen van mboRijnland is toegenomen. Dit betreft voornamelijk trajecten die mboRijnland in samenwerking met bedrijven en instellingen uitvoert. Het onderwijs vindt dan (deels) op de werkplek plaats. Ondanks deze ontwikkeling is de verdeling van studenten over de verschillende vestigingsplaatsen nagenoeg gelijk gebleven.

Toelichting
In deze cijfers hebben we 38 studenten niet meegenomen die onderwijs volgen via een samenwerking met een vo-school. Dit omdat zij niet zijn gekoppeld aan een eigen mboRijnland vestiging. Dit verklaart de lichte afwijkingen ten opzichte van eerder gepresenteerde studentenaantallen.

3.1.4 Aantal studenten per College

Peildatum: 06-01-2026

Het onderwijs bij mboRijnland verzorgen we binnen vier verschillende Colleges. Waar in jaarverslagen tot en met 2023 het middelbaar laboratorium onderwijs (MLO) apart stond vermeld, is dit sinds vorig jaar onderdeel van College Techniek & ICT.

Elk College heeft een eigen focus, gericht op een specifieke opleidingsrichting of doelgroep. In dit verslagjaar vertoonde de verdeling van het aantal studenten over de Colleges grotendeels hetzelfde beeld als in 2023 en 2024. Een uitzondering hierop vormt het college Start-Up, waar we tussen 2023 en 2025 een groei waarnemen van 28,8 procent. Deze toename is zichtbaar bij zowel BOL- als BBL-studenten. De stijging is het sterkst binnen de BOL-opleidingen.

3.2 Aantal studenten vavo

Peildatum: 06-01-2026

3.2.1 Aantal studenten vavo per vo-soort

Peildatum: 06-01-2026



Binnen het vavo krijgen studenten de mogelijkheid om een volledige of gedeeltelijke opleiding binnen het voortgezet onderwijs (vmbo, havo of vwo) te volgen of af te ronden via verkorte leertrajecten. Het aantal vavo-studenten is ten opzichte van 2024 vrijwel gelijk gebleven. Desondanks blijft de groei ten opzichte van eerdere jaren (vóór 2023) aanzienlijk.

Door de jaren heen zijn er kleine verschuivingen zichtbaar tussen de verschillende niveaus en het totaal. Maar dit leidt niet tot wezenlijke veranderingen in het relatieve aandeel binnen het totaal aantal vavo-studenten.

3.2.2 Aantal studenten vavo naar geldstroom

Peildatum: 06-01-2026

*De vavo-opleidingen worden per student altijd via maximaal één van de volgende manieren gefinancierd:

  • het Rijk (overheidsfinanciering);
  • een reguliere school (uitbesteed aan mboRijnland via de zogenoemde Rutte-regeling);
  • de student zelf (een zelfbetaler).

Het percentage door het Rijk bekostigde studenten laat ten opzichte van 2023 en 2024 een lichte stijging zien.

3.2.3 Aantal studenten vavo per vestigingsplaats

Peildatum: 06-01-2026

mboRijnland verzorgt het vavo-onderwijs op vier plaatsen: Leiden, Gouda, Woerden en Zoetermeer. In elk van deze plaatsen concentreren we het vavo op één locatie. In 2025 bleef de spreiding van studenten over deze locaties nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van 2024.

3.3 Aantal studenten LLO

Leven Lang Ontwikkelen (LLO) daalde in 2025 over de gehele linie met 18 procent, het sterkst bij cursussen en trainingen.

Door de combinatie van vraaggestuurd werken en veranderende wet- en regelgeving vraagt de arbeidsmarkt steeds vaker om flexibele opleidingsmogelijkheden. Daarbij gaat het enerzijds om trajecten waarin werken en leren worden gecombineerd en die leiden tot een diploma, en anderzijds om kortere scholingstrajecten gericht op specifieke vaardigheden voor medewerkers.

mboRijnland werkt samen met drie andere roc’s in Zuid-Holland. Samen vormen we Via Delta. Door deze samenwerking verwachten we dat in 2026 zich meer mensen inschrijven voor onze cursussen in trainingen. Het LLO-Collectief en het groeifonds dragen hier naar verwachting aan bij.

Aantal LLO-studenten per College

Bij vrijwel alle colleges zien we een lichte daling van LLO-studenten.

3.4 Onderwijsresultaten mbo-studenten

3.4.1 Diplomaresultaat

Driejaarsgemiddelde over de studiejaren 2022-2023, 2023-2024, 2024-2025: totaal, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 (toelichting op kpi). 

Het diplomaresultaat berekenen we door het aantal schoolverlaters dat binnen de instelling een diploma heeft behaald, te delen door het totaal aantal schoolverlaters binnen datzelfde jaar (maal 100 procent).

Om een stabiel(er) beeld te krijgen, werken we in het algemeen met driejaarsgemiddelden. De bovenstaande berekening voeren we dan uit voor drie opeenvolgende jaren. Dit resultaat vergelijken we met een landelijk geldende norm.

Door de jaren heen scoort mboRijnland boven die norm op niveau 2 en 3. Sinds het studiejaar 2024-2025 scoort ook niveau 4 boven de norm voor het diplomaresultaat.

NB. Het betreft voor studiejaar 2024-2025 nog voorlopige cijfers van begin december 2024. Deze kunnen gaandeweg het jaar nog (licht) wijzigen.

3.4.2 Jaarresultaat

Driejaarsgemiddelde over de studiejaren 2022-2023, 2023-2024, 2024-2025: totaal, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 (toelichting op kpi). 

Het jaarresultaat berekenen we door het aantal gediplomeerde schoolverlaters (inclusief gediplomeerde doorstromers) in een betreffend jaar te delen door hetzelfde aantal gediplomeerden plus de ongediplomeerde schoolverlaters in datzelfde jaar (maal 100 procent).

Om een stabiel(er) beeld te krijgen, werken we ook hier in het algemeen met driejaarsgemiddelden. De bovenstaande berekening voeren we dan uit voor drie opeenvolgende jaren. Dit resultaat vergelijken we met een landelijk geldende norm.

Al geruime tijd scoort mboRijnland op niveau 2 en 3 hoger dan de norm voorschrijft. Sinds studiejaar 2024-2025 is deze positieve ontwikkeling van het jaarresultaat ook zichtbaar op niveau 4.

NB. Het betreft voor studiejaar 2024-2025 nog voorlopige cijfers van begin december 2024. Deze kunnen gaandeweg het jaar nog (licht) wijzigen.

3.4.3 Startersresultaat

Driejaarsgemiddelde over de studiejaren 2022-2023, 2023-2024, 2024-2025: totaal, niveau 2, niveau 3 en niveau 4 (toelichting op kpi). 

Een starter is een student die op 1 oktober van een jaar aan twee voorwaarden voldoet. Hij heeft een geldige inschrijving voor een mbo-opleiding niveau 2, 3 of 4. Én hij heeft zo’n inschrijving in de voorgaande zes jaren op 1 oktober niet gehad bij dezelfde instelling.

Het startersresultaat is het aantal starters dat bij de volgende 1 oktober nog staat ingeschreven bij de mbo-instelling of dat die instelling met een diploma heeft verlaten, gedeeld door het totaal aantal starters (maal 100 procent).

Om een stabiel(er) beeld te krijgen, werken we ook hier in het algemeen met driejaarsgemiddelden. De bovenstaande berekening voeren we dan uit voor drie opeenvolgende jaren. Dit resultaat vergelijken we met een landelijk geldende norm.

Op niveau 2 en 3 liggen de startersresultaten van mboRijnland al meerdere jaren boven de gestelde norm. Vanaf het studiejaar 2024-2025 geldt dit ook voor het startersresultaat op niveau 4.

NB. Het betreft voor studiejaar 2024-2025 nog voorlopige cijfers van begin december 2024. Deze kunnen gaandeweg het jaar nog (licht) wijzigen.

 

3.5 Resultaten entreestudenten

De opleidingen op niveau 1 kennen een andere indicator voor studiesucces dan de mbo-opleidingen op niveau 2, 3 en 4. Voor entree-opleidingen geldt het onderwijsresultaat als indicator uitgedrukt in het entreerendement. 

We berekenen het entreerendement als volgt. We tellen het aantal entreestudenten dat een jaar later dan het teljaar op 1 oktober een diploma op niveau 1 heeft behaald. Ook tellen we dan de entreestudenten die nog bij mboRijnland staan ingeschreven. Dit totaal delen we door het aantal ingeschreven entreestudenten op 1 oktober van het teljaar.

Het rendement bij de entreeopleidingen ligt bij mboRijnland licht boven het landelijk gemiddelde en is ook licht gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Deze ontwikkeling is beter te zien in het éénjaarsgemiddelde (waar de ontwikkeling per jaar wordt bekeken) dan in het driejaarsgemiddelde.

3.6 Voortijdige schooluitval

Driejaarsgemiddelde over de studiejaren 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025. 

Een voortijdig schoolverlater is een jongere die tussen de 12 en 23 jaar is. Hij is niet ingeschreven op een school. Hij heeft geen startkwalificatie (een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger) en hij komt niet uit het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs. In het studiejaar 2024-2025 was bij mboRijnland sprake van dalende uitvalcijfers ten opzichte van voorgaande jaren.

3.7 Studentenonderzoek

3.7 Studentenonderzoek

2020 (JOB)2021 (STO)2022 (JOB)2023 (STO)2024 (JOB)2025 (STO)
Opleiding6,56,86,56,66,56.6
School6,16,66,26,36,26.3
Docenten6,77,26,86,96,86.8

Belangrijkste cijfers mboRijnland. 

Ieder jaar voeren we binnen mboRijnland een studenttevredenheidsonderzoek uit. We doen dit afwisselend via de vragenlijst die het JOB (Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs) gebruikt voor haar landelijk onderzoek en ons eigen studenttevredenheidsonderzoek (STO).

Begin 2024 hebben we de tevredenheid van studenten gemeten met behulp van de JOB-vragenlijst. De resultaten daarvan lieten een vergelijkbaar beeld zien ten opzichte van eerdere JOB-metingen.

3.8 Alumni-onderzoek

In 2025 hebben we geen alumnionderzoek uitgevoerd. Dit is uitgesteld vanwege de gezamenlijke ontwikkeling van een nieuwe vragenlijst binnen het landelijke mbo-netwerk. Die vragenlijst sluit beter aan op onze wensen en kosten. Het eerstvolgende alumni-onderzoek staat gepland in het voorjaar van 2026.

3.9 Studentenfonds

Mbo-instellingen zijn sinds 2022 wettelijk verplicht om in hun bestuursverslag aan te geven hoeveel studenten ondersteuning hebben aangevraagd uit het mbo-studentenfonds. Ook moet daarin staan hoeveel aanvragen de mbo-instelling heeft toegekend, wat het totaalbedrag van de toekenningen was en wat het gemiddelde bedrag per toekenning was. Voor mboRijnland in 2025 waren die aantallen als volgt:  

Uitkeringen mbo-studentenfonds

Omschrijving Aantallen studenten Totaal van de toekenningenGemiddelde hoogte van de toekenningen
Studenten die lid zijn van
• een studentenraad als bedoeld in artikel 8a.1.2 WEB;
• van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur;
• of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid.
9 aanvragen
9 toekenningen

**Een deel van de studenten is gestopt na studiejaar 2024/2025.
€ 17.150€ 1.906
Studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt1 aanvraag
1 toekenning
€ 2.812€ 2.812
Studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen 429 aanvragen
413 toekenningen
€ 253.543€ 614
Studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen1 aanvraag
1 toekenning
€ 1.600€ 1.600

Met ingang van studiejaar 2024-2025 heeft mboRijnland de regeling van het mbo-studentenfonds uitgebreid. Daardoor kunnen meer studenten aanspraak maken op een vergoeding van de onderwijsbenodigdheden wanneer zij, of hun wettelijk vertegenwoordigers, over onvoldoende financiële middelen beschikken. Als gevolgd daarvan maken ook steeds meer BBL-studenten op niveau 1 en 2 gebruik van de regeling. Dit zijn zowel minderjarige als meerderjarige BBL-studenten. Ook stijgt het aantal verzoeken van studenten bij wie hun verblijfstatus geen recht geeft op studiefinanciering.

Hoofdstuk 4


Medewerkers in beeld

4.1 Algemene toelichting

In 2025 heeft mboRijnland belangrijke stappen gezet in de verdere professionalisering van medewerkers. Vanuit de strategische koers, met nadruk op oog voor elkaar, kwaliteitsverbetering en flexibel onderwijs, is stevig geïnvesteerd in leren en ontwikkelen (ook in relatie tot de opleidingsschool en de onderwijsregio). De groei in deelname aan scholing, de ontwikkeling van de strategische leeragenda en de toename van loopbaanvragen laten zien dat medewerkers actief regie nemen over hun ontwikkeling. Dit versterkt de wendbaarheid van de organisatie en draagt direct bij aan het studiesucces van studenten.

Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten die blijvende inzet vragen. De doorontwikkeling van het functiehuis en de afspraken rondom de functiemix vragen zorgvuldige afstemming. Ook het realiseren van de wettelijke taakstelling voor participatiebanen blijft een uitdaging. Deze thema’s worden actief opgepakt om duurzame voortgang te borgen.

Het welzijn van medewerkers staat centraal in alle HR‑initiatieven. Er is blijvende aandacht voor het welzijn van de medewerkers door te investeren in integrale (preventieve) verzuimbegeleiding, leiderschap, samenwerking, vitaliteit en professionele ruimte. Hierdoor voelen medewerkers zich gesteund en kunnen optimaal bijdragen aan goed onderwijs.

4.1.1 Professionalisering en medewerkers

mboRijnland werkt aan zijn strategische koers met bijzondere aandacht voor medewerkers. Vanuit HRM leggen we de nadruk op de strategische pijlers oog voor elkaar, continue kwaliteitsverbetering en flexibel onderwijs. Hiermee sluiten we aan op de landelijke werkagenda mbo. De genoemde uitgangspunten vormen de basis voor onze visie op leren, ontwikkelen en persoonlijk leiderschap.

We hechten grote waarde aan de professionele en persoonlijke ontwikkeling van medewerkers. Een leven lang leren is een integraal onderdeel van onze werkwijze. Medewerkers ontwikkelen zich op de werkplek en via gerichte trainingen. En vooral ook door samen te werken en kennis te delen binnen teams en centra. Hierdoor wordt mboRijnland wendbaarder. Dit draagt direct bij aan het studiesucces van onze studenten.

4.1.2 Loopbaanpaden en carrièreperspectief

mboRijnland hecht groot belang aan duidelijke loopbaanpaden voor alle medewerkers. In dat kader begonnen we eerder al met een actualisatie van het functiehuis. In 2025 rondden we het eerste deel daarvan af. In 2026 maken we de loopbaanontwikkeling binnen de organisatie inzichtelijker. We gaan die beter verankeren in ontwikkelgesprekken tussen medewerkers en leidinggevenden.

Met de ondernemingsraad maakten we afspraken over de functiemix van docentfuncties. Daaraan gevolg geven vormt een uitdaging. De groei naar de streefwaarden verloopt geleidelijk door instroom en uitstroom. Ons beleid blijft stimulerend en faciliterend, met ruimte voor maatwerk.

Vanuit de strategische personeelsplanning was zichtbaar dat in 2025 meerdere vacatures voor teamleiders zouden ontstaan. Om hier tijdig op te anticiperen organiseerde mboRijnland in april het evenement Ontdek jouw leiderschapstalent, waar 50 collega’s aan deelnamen. In 2025 zijn elf nieuwe teamleiders benoemd, waarvan vijf interne doorgroeiers en zes nieuwe collega’s van buiten de organisatie. Daarnaast zijn vier trainee‑teamleiders gestart in een maatwerk ontwikkeltraject.

De elf teamleiders en vier trainees zijn in september 2025 gezamenlijk gestart met een management development‑traject. Dit programma ondersteunt hen in het ontwikkelen en versterken van hun leiderschap binnen de Rijnlandse context. Ook is in 2025 een directietrainee benoemd om een maatwerktraject te volgen richting een toekomstige directierol. Deze collega heeft het traject inmiddels succesvol afgerond.

4.1.3 Rijnlandse leer- en ontwikkelcultuur

We stelden in 2025 de visie op leren en ontwikkelen vast. Met deze visie werken we het Rijnlandse perspectief concreet uit. In dit gedachtegoed benadrukken we het belang van verbinding, vertrouwen en vakmanschap als fundament voor professionele en persoonlijke groei.

Vanuit teamontwikkeling is HRM betrokken bij diverse teams door de hele organisatie waarin de HR-specialisten soms zelf een begeleidende rol hebben, of vanuit een regierol een passende (externe) teamcoach aan een team koppelen. Daarbij coachen zij de leidinggevende om hierin zelf reflectief te zijn naar het eigen leiderschap en om met het team de ontwikkeling zelf voort te zetten als de begeleiding eindigt. Teamontwikkeling kan daarbij diverse vraagstukken omvatten waarbij de rode draad is het verbeteren van samenwerking in relatie tot de strategische opgaven. We ontwikkelen onze teamleiders tijdens bijeenkomsten zoals een Yurt waarin we samenwerken aan het realiseren van de strategische ambities en het versterken van verbinding en leiderschapsontwikkeling. Het directieteam en College van Bestuur gaat hierin voor door ook gezamenlijk te werken aan hun team en leiderschapsontwikkeling, en voorbeeldgedrag hierin.

Jaarlijks nodigen we al onze medewerkers uit voor een evenement genaamd Derde Donderdag in September. Dit is de start van ons studiejaar waarbij professionalisering, ontmoeting en verbinding centraal staan. 

Hiermee versterken we onze gezamenlijke aanpak. We bouwen verder aan een duurzame en toekomstbestendige organisatie.

4.1.4 Locatie- en regiosturing

De ondersteunende Centra (werknaam: Centrum O) ontwikkelden zich door. Dit leidde tot een aangepaste visie op de rol van de locatiecoördinator. In januari 2025 stelden we het document ‘advies locatie & regiosturing’ vast. Op basis hiervan en door voortschrijdend inzicht op diverse aandachtgebieden ontstond een aangepast beeld. We ontwikkelen dit verder in 2026.

4.1.5 Loopbaanontwikkeling 

mboRijnland besteedt aandacht aan loopbaanontwikkeling, omdat dit de wendbaarheid en vitaliteit van medewerkers versterkt. Steeds meer collega’s nemen zelf de regie over hun ontwikkeling. Ze zetten hun talenten gericht in om bij te dragen aan de doelstellingen van mboRijnland. In 2025 zette deze beweging verder door.

Het Loopbaancentrum registreerde een duidelijke groei in nieuwe loopbaanvragen: 30 procent meer dan in 2024. In totaal voerden we ruim 140 trajecten uit, een stijging van meer dan 10 procent. Door mijnLoopbaan te verlengen, konden medewerkers 24/7 zelfstandig met hun ontwikkeling aan de slag. Ruim 750 collega’s maakten hiervan gebruik. Bijna 400 van hen deden een test of oefening.

4.1.6 mboRijnland Academie

De mboRijnland Academie bood in 2025 een breed en inspirerend programma aan scholings- en ontwikkelactiviteiten, zoals de LC-leergang, trainingen 4C/ID, werkplekbegeleiding en het MD-programma. We bereikten daarmee een brede groep collega’s, waaronder docenten basisvaardigheden, slb’ers, ontwerpers, teamleiders, maar ook nieuwe medewerkers via het introductieprogramma. We versterkten het aanbod met nieuwe programma’s. Zo boden we een leergang burgerschapsonderwijs aan en een training gericht op studentwelzijn. Ook organiseerden we diverse goed bezochte masterclasses, zoals ‘Taboemoe’ en ‘GenZ & geld’.

De Academie blijft investeren in blended en online leren. We werken daarin samen met GoodHabitz. Dit ondersteunt medewerkers structureel bij hun professionele ontwikkeling. Collega’s maken breed gebruik van online trainingen over thema’s zoals samenwerking, digitale vaardigheden en nieuwe technologieën.

4.1.7 Opleidingsschool Rijnland en Onderwijsregio Groene Hart

Opleidingsschool Rijnland vormt een erkend partnerschap tussen mboRijnland en de lerarenopleidingen van Hogeschool Rotterdam en Hogeschool Leiden. Ook met andere hogescholen en universiteiten werken wij samen in dit partnerschap. De opleidingsschool leidt docenten in opleiding op en begeleidt hen. Met docenten in opleiding bedoelen we zowel studenten van lerarenopleidingen als zij-instromers die het Pedagogisch Didactisch Getuigschrift (het PDG-traject) voor het mbo volgen. In 2025 zijn er in totaal 173 docenten in opleiding onder begeleiding, waarvan 75 zij-instromers in een PDG-traject. Het merendeel van de overige docenten in opleiding volgen een voltijd- of deeltijdopleiding (43 respectievelijk 31) aan een van de lerarenopleidingen.

In 2025 breidden we de opleidingsschool verder uit naar vo-scholen binnen onderwijsregio Groene Hart. Hiermee borgen we de kwaliteit van ‘Samen Opleiden’ . Dit is een structurele samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen (po, vo, mbo), waarbij zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het opleiden van aanstaande leraren en docenten. Onze docenten in opleiding krijgen hierdoor toegang tot meer diverse leerwerkplekken en een breder beroepsbeeld.

mboRijnland maakt sinds 2025 deel uit van Onderwijsregio Groene Hart. We werken hierin samen met vo- en po-scholen en opleidingsinstituten. Samen werven en matchen we onderwijspersoneel. We leiden hen op, begeleidenen professionaliseren hen. mboRijnland levert hierin een actieve bijdrage via werkgroepen en als opleider voor de regio. Ook met onderwijsregio Leiden, Duin- en Bollenstreek werken we samen. We stellen bijvoorbeeld faciliteiten beschikbaar zoals de Academie en het Loopbaancentrum. Zo vervult mboRijnland een stevige regionale rol. We dragen bij aan een krachtig onderwijsnetwerk.

4.1.8 WW/BWW

mboRijnland is als mbo-school eigenrisicodrager voor de WW en BWW. Onze verplichtingen starten zodra duidelijk is dat een arbeidsovereenkomst niet wordt voortgezet. Vanaf dat moment begint de preventieve re-integratie. We melden medewerkers vroeg aan bij het Loopbaancentrum van mboRijnland. In 2025 borgden we deze processen zorgvuldig om medewerkers tijdig te ondersteunen.

Voor de WW betaalden we in januari 2025 17 uitkeringen uit (€ 40.220,76). In december 2025 waren dit 10 uitkeringen (€ 17.502,00). Voor de BWW betaalden we in januari 2025 28 uitkeringen uit

(€ 54.741,16). In december 2025 waren dit 33 uitkeringen (€59.617,32).

4.1.9 Participatiebanen

mboRijnland wil naast inclusief opleider ook inclusief werkgever zijn. We streven naar een omgeving waar iedereen zich gewaardeerd en ondersteund voelt, ook mensen met een arbeidsbeperking. Daarvoor hadden we in 2022 een project gestart. Na de aanloopfase konden we in het verslagjaar hierin daadwerkelijk stappen maken. We realiseerden 14,4 fte, inclusief drie stagiaires. De wettelijke taakstelling voor inclusief werkgeverschap (banenafspraak) is 36 fte.

4.2 Sociaal jaarverslag

4.2.1 Toelichting

We lichten graag de belangrijkste ontwikkelingen binnen ons personeelsbestand toe. In 2025 hadden we te maken met een veranderende arbeidsmarkt. De uitstroom door pensionering steeg. Tegelijk stroomden meer nieuwe medewerkers in door toenemende studentaantallen op niveau 1 en 2. Deze dynamiek had invloed op de functiemix, de verhouding vast-tijdelijk en de teamsamenstelling.

In het verslagjaar werkten we aan diverse strategische thema’s. Denk aan duurzame inzetbaarheid, professionalisering, herijking van het functiehuis, het management development-programma en het versterken van aantrekkelijk werkgeverschap. We maakten met de ondernemingsraad belangrijke afspraken over loopbaanontwikkeling en de functiemix voor docentfuncties. Ook stelden we een nieuw plan vast voor verzuimreductie. Met dit plan richten we ons op preventie, vroegsignalering en een integrale aanpak van inzetbaarheid.

Verzuim, instroom en doorstroom vragen onze voortdurende aandacht. De komende jaren blijven we investeren in de kwaliteit en stabiliteit van onze teams. We begeleiden nieuwe medewerkers en creëren een gezonde, inclusieve en toekomstbestendige werkomgeving.

4.2.2 Leeftijdsopbouw personeel

Het merendeel van onze medewerkers is 35 jaar of ouder. De verdeling over de leeftijdscategorieën bleef in 2025 grotendeels stabiel. Wél zien we een lichte toename in de groep 35 tot en met 44 jaar en een lichte afname in de categorie 45 tot 55 jaar. We verwachten dat het natuurlijk verloop door pensionering de komende jaren hoog blijft. Medewerkers kunnen namelijk gebruikmaken van pre‑pensioenregelingen. Deze ontwikkeling vraagt de voortdurende aandacht van onze Colleges en centra.

We focussen op duurzame inzetbaarheid. Ook spelen we tijdig in op de vervangingsvraag. Daarnaast anticiperen we op veranderende studentenaantallen. Zo blijft de formatie in balans blijft met de onderwijsbehoefte.

De totale formatie nam in 2025 toe met 26 fte. Deze groei hangt samen met de stijgende studentenaantallen, vooral op niveau 1 en 2. De grootste vervangingsopgave ligt bij de onderwijsgevende functies. Tegelijkertijd wordt het vervullen van niet‑onderwijsgevende functies, zoals staffuncties, steeds uitdagender. Onze Colleges en centra werken daarom intensief samen met HRM aan passende en toekomstbestendige oplossingen. Zo waarborgen we de continuïteit van zowel het onderwijs als de ondersteunende processen.

Leeftijdscategorie in fte.

Leeftijdscategorie in fte.202320242025
Jonger dan 25 jaar211917
25 t/m 34 jaar225228231
35 t/m 44 jaar322334357
45 t/m 54 jaar329341340
55 jaar en ouder481462465
137813841410

Leeftijdscategorie in percentages

Leeftijdscategorie in %202320242025
Jonger dan 25 jaar2%1%1%
25 t/m 34 jaar16%16%16%
35 t/m 44 jaar23%24%25%
45 t/m 54 jaar24%25%24%
55 jaar en ouder35%33%33%
100%100%100%

Peildatum: 31-12-2025



4.2.3 Verdeling man/vrouw

Bij mboRijnland bleef de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke medewerkers in de afgelopen jaren stabiel. De onderstaande tabellen laten dat zien. 

Verdeling man/vrouw in fte.

Verdeling man/vrouw in fte202320242025
Man516511521
Vrouw862873889
Totalen1.3781.3841.410

Verdeling man/vrouw in percentages

Verdeling man/vrouw in %202320242025
Man37%37%37%
Vrouw63%63%63%
Totalen100%100%100%

Peildatum: 31-12-2025

Verdeling mannen en vrouwen in managementfuncties 
De jaren 2023 tot en met 2025 laten wel een verschuiving zien in de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke medewerkers in managementfuncties. Het aandeel mannen in managementposities steeg licht; het aandeel vrouwen nam enigszins af. Niettemin vervullen vrouwen nog steeds het merendeel van de managementfuncties.

Managementfuncties man/vrouw in fte.

Verdeling man/vrouw in fte202320242025
Man363841
Vrouw475047
Totalen838888

Managementfuncties man/vrouw in percentages

Verdeling man/vrouw in %202320242025
Man434347
Vrouw575753
Totalen100%100%100%

Peildatum: 31-12-2025


4.2.4 Type aanstelling

Het grootste deel van onze medewerkers heeft een vast dienstverband. In 2025 steeg het aantal tijdelijke contracten licht. Het aantal vaste contracten daalde licht. We voldoen hiermee nagenoeg aan de norm van mboRijnland: 80 procent vast en 20 procent tijdelijk. Eind 2025 had 79 procent van de medewerkers een vast contract en 21 procent een tijdelijk contract.

We verwachten dat deze verhouding de komende jaren fluctueert als gevolg van pensionering. Een aanzienlijk aantal vaste medewerkers stroomt dan uit. We vervangen hen door nieuwe collega’s die in eerste instantie een tijdelijk contract krijgen. Dit biedt hun de gelegenheid om in deze periode hun bevoegdheid te behalen en zich verder te ontwikkelen binnen de organisatie.

Type aanstelling in fte.

Type aanstelling in fte202320242025
Tijdelijk277270297
Vast1.1011.1141.113
Totalen1.3781.3841.410

Type aanstelling in percentages

Type aanstelling in %202320242025
Tijdelijk20%20%21%
Vast80%80%79%
Totalen100%100%100%

Peildatum: 31-12-2025

4.2.5 Verdeling onderwijzend en ondersteunend en beheerspersoneel

De verdeling tussen onderwijzend personeel (OP) en ondersteunend en beheerspersoneel (OBP) bleef in 2025 stabiel. Deze verdeling sluit aan bij de organisatienorm van 60 procent onderwijzend personeel. In totaal valt 62 procent van onze medewerkers binnen de OP-functiecategorie en 38 procent binnen OBP-functiecategorie. Deze verhouding bleef de afgelopen jaren nagenoeg onveranderd. Dit duidt op een evenwichtige personeelsopbouw die aansluit bij de behoeften van onze onderwijsorganisatie.

Verdeling OP/ OBP in fte.

Verdeling OP/ OBP in fte202320242025
OP871856871
OBP507528539
Totalen1.3781.3841.410

Verdeling OP/ OBP in percentages

Verdeling man/vrouw in %202320242025
OP63%62%62%
OBP37%38%38%
Totalen100%100%100%

Peildatum: 31-12-2025


4.2.6 Functiemix

Met de ondernemingsraad maakten we afspraken over de functiemix en het loopbaanperspectief van docenten. We stelden samen voor 2025 en 2026 streefwaarden vast voor de verhouding docent B‑C‑D. Hierbij wogen we onderwijskwaliteit, teamsamenstelling, werkdruk en aantrekkelijk werkgeverschap mee. Door de verwachte grote in‑ en uitstroom blijft het een uitdaging om een goede balans te vinden in teams.

mboRijnland investeert als opleidingsschool bewust in de instroom van nieuwe docenten. Hierdoor blijft het aandeel docenten B relatief hoog. We zien wel doorstroom richting hogere functies via professionalisering en maatwerk. De huidige functiemix (circa 40 procent B en 60 procent C/D) biedt een stevige basis. Hoewel we de streefwaarden voor 2025 niet haalden, is er een aantoonbare beweging in de doorontwikkeling van medewerkers. We blijven investeren in instroom én doorstroom. Ook benutten we de volledige functiemix. Zo versterken we onze teams en bouwen we aan toekomstbestendig onderwijs.

Verdeling Functiemix in aantallen

Verdeling Functiemix202320242025
Docent B287283293
Docent C401393400
Docent D535451
Totalen741730744

Verdeling Functiemix in percentages

Verdeling Functiemix202320242025Streefwaarden
Docent B39%39%39%35,5%
Docent C54%54%54%57%
Docent D7%7%7%7,5%
Totalen100%100%100%100%

Peildatum: 31-12-2025



4.2.7 Ziekteverzuim

We werkten in 2025 aan een nieuw plan voor verzuimreductie. Eind 2025 konden we dat definitief vaststellen. Met dit plan richten we ons op een proactieve en integrale aanpak van verzuim, met nadruk op preventie en vroegsignalering. Centraal staat een gedragsgerichte en sociale analyse. De relatie tussen medewerker, leidinggevende en team speelt hierin een belangrijke rol. Daarnaast zetten we in op duurzame inzetbaarheid. Daarbij hebben we aandacht voor talentontwikkeling, loopbaanbegeleiding, professionalisering, inclusie en vitaliteit.

We registreren verzuim zorgvuldig en bouwen dossiers op conform de Wet verbetering poortwachter. Dit vormt de basis van deze aanpak. De arbodienst ondersteunt leidinggevenden hierbij actief. Ook besteden we extra aandacht aan psychosociale begeleiding en maatwerkinterventies om psychisch verzuim te verminderen. De integrale benadering verbindt verzuimreductie met onderwijskwaliteit, inzetbaarheid en financiële stabiliteit.

Ondanks deze inspanningen steeg het verzuimpercentage in 2025 vergeleken met voorgaande jaren. We streven ernaar dat de extra inzet van de arbodienst en de intensieve begeleiding van leidinggevenden in de komende periode een positief effect hebben op het terugdringen van het verzuim.

Verzuimpercentage in percentages

Verzuimpercentage in %202320242025
6,707,187,63

Peildatum: 31-12-2025

4.2.8 Medewerkersonderzoek

mboRijnland voert eens per twee jaar een medewerkersonderzoek uit. Het eerstvolgende vindt plaats in 2026. De voorbereidingen daarvoor begonnen in 2025. We maakten nieuwe afspraken met Effectory. Die maken het mogelijk om gedurende het jaar ook kleinere onderzoeken uit te zetten. In 2026 zal de MBO raad een aanbesteding uitschrijven voor de uitvoerende partij van het medewerkersonderzoek.

4.3 Veiligheid en schoolklimaat

Ter bescherming van medewerkers, studenten, informatie, ICT, gebouwen en imago.  

Maatschappelijke onrust en veiligheidsvraagstukken in meerdere gemeenten waren ook voelbaar binnen mboRijnland. Dit maakte het versterken van onze kernwaarden verbinding, vertrouwen en vakmanschap noodzakelijk. Ook vroeg het om een duidelijke invulling van strategisch speerpunt oog voor elkaar, vitaal en veilig.

In 2025 lag de focus op pijler 1 van ons beleid ‘Een veilig en inclusief leer- en werkklimaat’. We richtten ons op het vergroten van de sociale veiligheid binnen onze organisatie.

De managementtweedaagse (Grote Yurt) stond in het teken van bewustwording, kennis en handelingsperspectief. Teamleiders, directeuren en bestuurders gingen met elkaar in gesprek over sociale veiligheid. Zij verkenden samen de betekenis ervan voor mboRijnland. We gebruiken hierbij als tools de uitspreekcirkel en de koerskaart. De teams konden deze tools daarna zelf inzetten. Het doel was het versterken van verbinding en vertrouwen door het gesprek over sociale veiligheid te voeren en te blijven voeren. Voor het management development-programma ontwikkelden we een module integrale veiligheid, waarin we dezelfde tools inzetten.

Aan het begin van het studiejaar 2025-2026 startte op alle locaties de bewustwordingscampagne Gedrag & Veiligheid. We actualiseerden en vernieuwden de gedragscodes ‘Zo gaan we met elkaar om’ en ‘Zo houden we het veilig’. De campagne Gedrag & Veiligheid bestaat uit drie fases met tien gedragsregels. Deze regels zijn uitgewerkt op posters en digitale schermen.

We brachten de campagne onder de aandacht via het medewerkers- en studentenportaal en de nieuwsbrief. Daarnaast ontwikkelden we een lesbrief om met studenten in gesprek te gaan over de gedragscode. Het doel is om gewenst gedrag te bevorderen en voorbeeldgedrag te stimuleren.

In het verslagjaar ontwikkelden we handreikingen, flowcharts en protocollen voor het melden en opvolgen van grensoverschrijdend gedrag en voor het bieden van nazorg. Deze middelen ondersteunen leidinggevenden in hun handelen. Ze geven medewerkers en studenten inzicht in de beschikbare ondersteuning.

Tijdens de managementtweedaagse kregen de vertrouwenspersonen nadrukkelijk aandacht. Daarnaast ontwikkelden we een voorlichtingsvideo voor medewerkers en studenten. Deze video zetten we in bij introducties en in SLB- en STIP-lessen.

Sociale veiligheid, een goed leerklimaat en inclusie vragen intern en extern om een multidisciplinaire samenwerking. Extern sloot mboRijnland convenanten met gemeenten. En we intensiveerden onze samenwerking met gemeenten, de politie en andere instanties. Intern zetten we stappen in de verdere professionalisering van medewerkers en studenten op het gebied van sociale veiligheid.

4.3.1 Incidentenregistratie

We zagen in 2025 vermoedelijk een stijging van het aantal incidentmeldingen. Vermoedelijk, omdat we in het verslagjaar meer aandacht gaven aan sociale veiligheid en het belang van melden benadrukten. Alle meldingen resulteerden in maatwerkaanpakken op locaties. We werkten daarbij regelmatig samen met externe partijen. Jongerenwerkers op locaties bleken een preventieve werking te hebben. Zij zorgden voor meer inzicht in wat er speelt.

Het totaal aantal gemelde incidenten steeg vergeleken met 2024. Waar dat ongewenst gedrag, ongewenste omgangsvormen en verbaal geweld en agressie betrof, is die stijging mogelijk te verklaren doordat er meer oog voor kwam.

Incidentenregistratie

Meldingen in en om school, buiten school(tijd) maar wel van invloed in school en/of op stage 2023 20242025
Bedreiging 24 2218
Fysiek geweld16 1816
Verbaal geweld/agressie 3 1011
(Seksuele) intimidatie 2 12
Discriminatie 1 1-
Vernieling/brand/stroomuitval 5 55
Diefstal 3 46
Ongewenst gedrag/omgangsvormen (inclusief pesten) 17 621
Gezondheid/ongeval 14 816
Misdraging negeren (veiligheids-)regels 13 1615
Onbevoegd aanwezig 4 16
Verbodenmiddelen (drugs) 11 96
Verboden goederen 3 12
Totaal 120 102124

Opvallend waren de meldingen van incidenten buiten school. Van de 21 meldingen gingen 9 meldingen over grensoverschrijdend gedrag op stage. Ook vonden enkele diefstallen en misdragingen plaats tijdens buitenschoolse activiteiten. Daarnaast waren de grotere veiligheidsincidenten opvallend tussen onze studenten buiten schooltijden. Deze incidenten waren van invloed op de veiligheid binnen school.

In 2025 registreerden we 58 schorsingen in ons systeem. In 2024 waren dat er 35; in 2023 waren dat er 49. We verwijderden 7 studenten. In 2024 waren dat er 12; in 2023 waren dat er 11.

4.3.2 Diversiteit en inclusie

mboRijnland versterkte in het verslagjaar een veilige, inclusieve en toegankelijke leer- en werkomgeving voor studenten en medewerkers. Daarbij wilden we vooral drempels verlagen voor mensen die behoefte hebben aan extra ondersteuning of rust. We vergrootten de bewustwording binnen teams en we bevorderden gelijke kansen, onder andere binnen de stagepraktijk.

We startten in 2025 met een pilot in Zoetermeer voor een ZenZone. Dit is een laagdrempelige voorziening voor studenten én medewerkers die behoefte hebben aan rust, ontprikkelen, meditatie of gebed. De ZenZone is een prettige plek binnen de schoolomgeving waar zij zich in stilte kunnen terugtrekken. Uit een eerste evaluatie blijkt dat studenten en medewerkers de ZenZone waarderen. De ruimte wordt dagelijks gebruikt. Hij draagt bij aan welzijn, mentale gezondheid en duurzame inzetbaarheid. Zo ondersteunt deze speciale ruimte het functioneren van zowel studenten als medewerkers.

Toegankelijkheid
mboRijnland nam toegankelijkheid op in het huisvestingsplan. Bij de ontwikkeling van het plan betrokken we studenten en medewerkers met een beperking en de studentenraad. In de gesprekken met hen haalden we ervaringen, behoeften en aandachtspunten op. Die namen we mee in de uitwerking.

Samen met een gespecialiseerd bureau voerden we in 2025 een toegankelijkheidsscan uit. We keken daarbij niet alleen naar de toegankelijkheid van gebouwen en voorzieningen. We wilden ook een beeld krijgen van de ervaren toegankelijkheid en veiligheid voor studenten en medewerkers met uiteenlopende ondersteuningsbehoeften. De uitkomsten van dit onderzoek resulteerden in een advies dat we in 2026 vertalen in concrete verbetermaatregelen. Hiermee zetten we in op structurele borging van toegankelijkheid in beleid en uitvoering.

Bewustwording en dialoog
We verbeterden in het verslagjaar niet alleen de voorzieningen, we zetten ook in op bewustwording en dialoog. Zo ontwikkelden we gesprekskaarten voor de teams in het kader van Diversity Day. Met deze kaarten wilden we het gesprek over diversiteit en inclusie stimuleren. Deze aanpak richt zich op medewerkers en draagt bij aan een gedeeld bewustzijn en aan reflectie op eigen handelen. Ook versterkt de aanpak een inclusieve cultuur binnen teams. Het effect hiervan ligt vooral in het normaliseren van het gesprek over verschillen en in een groter handelingsbewustzijn bij onderwijsprofessionals.

Daarnaast werkten we aan het bevorderen van gelijke stagekansen voor studenten. Hiervoor zochten we de samenwerking met de gemeenten en andere onderwijsinstellingen. Samen creëren we veiligere en inclusievere stageplekken. Door die samenwerking kunnen we kennis en ervaringen bundelen. We trekken gezamenlijk op in het voorkomen van uitsluiting en discriminatie. Hiermee werken we aan bewustwording bij stageverlenende organisaties. Zo zorgen we voor een duurzame en samenhangende aanpak op regionaal niveau.

De ingezette pilots, onderzoeken en samenwerkingen werken we in 2026 verder uit. Dan zullen die ook worden geborgd. Zo blijven diversiteit, inclusie en toegankelijkheid structureel onderdeel van beleid en praktijk.

4.4 Klachtenregeling

Diverse regelingen in het kader van klachten, geschillen en bezwaren
mboRijnland kent een klachtenregeling en -faciliteit die voldoet aan de (wettelijke) voorwaarden en suggesties voor een goede klachtenafhandeling. We hanteren zes uitgangspunten: heldere communicatie (toegankelijkheid en vindbaarheid), de ombudsfunctie (ondersteuning bij het indienen van een klacht), vertrouwelijkheid en geheimhouding, onafhankelijkheid, laagdrempeligheid (één loket) en tijdsafspraken en termijnregels.

Op 1 augustus 2023 trad de Wet verbetering rechtsbescherming mbo-studenten in werking. Dit is een aanpassing van de Wet educatie en beroepsonderwijs. mboRijnland stelde reglementen vast die in lijn liggen met de gewijzigde Wet educatie en beroepsonderwijs en met de cao mbo. Deze reglementen gaan over klachten, bezwaren, beroepen en geschillen.

De wettelijke Commissie van Beroep voor Examens behandelt aangelegenheden rondom examinering en bezwaren over de toelating. Studenten kunnen bij de geschillenadviescommissie terecht met bezwaren tegen andere besluiten. De klachtencommissie behandelt klachten over gedragingen binnen mboRijnland. Medewerkers kunnen met geschillen over de toepassing van de cao mbo terecht bij de interne of externe geschillencommissie.

Voor de afhandeling van alle bovengenoemde meldingen hanteert mboRijnland een intern en extern te benaderen digitaal meldsysteem. Studenten en medewerkers kunnen hier hun klacht, geschil, bezwaar of beroepen melden. mboRijnland evalueert dit digitale meldsysteem ieder jaar. Als dat noodzakelijk of wenselijk is, passen we het systeem aan aan de wettelijke bepalingen en de wensen van de gebruikers.

Klachtenregeling

Commissie202320242025Toelichting meldingen
Klachtencommissie 111De klachtencommissie ontving in 2025 één klacht, die - voordat de hoorzitting plaatsvond - door de indiener werd ingetrokken. De klacht werd toen niet verder behandeld.
Geschillenadviescommissie126De geschillenadviescommissie ontving in 2025 zes geschillen van studenten uit College Welzijn & Zorg, College Business & Hospitality, College Techniek & ICT en College Start-Up.
Zij maakten bezwaar tegen hun schorsing, verwijdering, niet toelaten tot of uitschrijven van de opleiding.
Twee studenten gaven geen gehoor aan de oproep van de geschillenadviescommissie om een vervolg te geven aan het geschil. Deze geschillen werden niet verder in behandeling genomen.
De betrokkenen bij twee geschillen werden gehoord door de geschillenadviescommissie via een hoorzitting. Naar aanleiding van het advies van de geschillenadviescommissie nam het College van Bestuur een besluit. Het CvB nam het advies van de geschillenadviescommissie is over.
De twee geschillen die vlak voor/ in de kerstvakantie werden ontvangen, neemt de geschillenadviescommissie in 2026 in behandeling.
Commissie van beroep voor de examens8230Naar aanleiding van besluitvorming door de examencommissies kwamen 183 meldingen binnen bij het digitale meldpunt van mboRijnland. De meldingen hadden betrekking op inzagemogelijkheden, extra examengelegenheden en/of een verzoek tot herbeoordeling (second opinion).
De examencommissie nam deze meldingen in behandeling en handelde die af.
De Commissie van Beroep voor de Examens ontving geen beroepschriften.
Interne geschillencommissie000
(Externe) commissie van beroep -Onderwijsgeschillen000

4.5 Vertrouwenspersonen

In hun jaarverslag 2025 registreerden de vertrouwenspersonen van mboRijnland in totaal 148 meldingen van studenten (58) en medewerkers (90). Daarnaast registreerden zij 12 meldingen bij externe vertrouwenspersonen van mboRijnland. Dit is zowel intern als extern een stijging van het aantal meldingen vergeleken met 2024. Toch ligt het aantal wel lager dan in piekjaren zoals 2023. Het valt op dat de meldingen van medewerkers vaker complex en langdurig zijn. Deze langdurige casussen vragen om meerdere gesprekken en intensieve begeleiding.

Studenten meldden vooral ongewenst gedrag, onderwijsgerelateerde vragen en in sommige gevallen onderlinge spanningen tussen studenten. Het totaal aantal meldingen van studenten nam af ten opzichte van voorgaande jaren. Dit komt vermoedelijk door intensievere interne begeleiding.

Het aantal meldingen van medewerkers bleef in 2025 hoog, vooral over arbeidsconflicten en arbeidsomstandigheden. Veel meldingen gingen over het gevoel van veiligheid op de werkvloer en de samenwerking met de leidinggevende. Opvallend is de toename van klachten over ongewenst gedrag van leidinggevenden, over de teamsfeer en de omgang met ziekteverzuim. Alle meldingen van agressie in 2025 betroffen psychische of verbale agressie.

In de onderstaande tabel staat een overzicht van de meldingen bij de interne vertrouwenspersonen in de jaren 2023, 2024 en 2025, uitgesplitst naar aard van de melding en doelgroep.

Meldingen bij de interne vertrouwenspersonen

Aantal & Aard van de melding 202320242025
studentmede-werkertotaalstudentmede-werkertotaalstudentmede-werkerstotaal
Seksuele intimidatie (incl. via social media) 1031311819202
Intimidatie (onjuiste bejegening) (incl. via social media) 881648125510
Ongewenst gedrag 14102481624151025
Discriminatie7613729808
Agressie (psychisch of fysiek)5163142911
Pesten en roddelen & buitensluiten 712191013239817
Religieus gerelateerd o.a. (radicalisering, eerwraak, uithuwelijking)224000000
Geweld (fysiek) 404202000
Arbeidsconflict of vragen rondom arbeidsomstandigheden 027275141924244
Privéomstandigheden819134178816
Overig2217393037815
Integriteit055000000
Totaal intern 879217966661325890148

De cijfers laten zien dat het totale aantal meldingen in 2025 lager lag dan in 2023, maar hoger dan in 2024. Bij medewerkers zien we een duidelijke focus op arbeidsconflicten en sociale veiligheid. Het aantal meldingen door studenten nam in 2025 af.

We besteedden in het verslagjaar veel aandacht aan het voorkomen van ongewenst gedrag, intimidatie en pesten. Ook was er veel aandacht voor een goede omgang met elkaar en voor de opvolging bij meldingen. We ontwikkelden digitaal voorlichtingsmateriaal dat hieraan bijdroeg. Ook het digitale voorlichtingsmateriaal maken de vertrouwenspersonen en hun rol bekender in de organisatie. Dit stimuleert vroegtijdige signalering. Hierdoor kunnen we preventief werken, met ondersteuning van de vertrouwenspersoon.

Hoofdstuk 5


Verslag Raad van Toezicht

5.1 Intern en maatschappelijk toezicht 

De Raad van Toezicht houdt integraal en onafhankelijk toezicht. In die rol let de raad op de belangen van de instelling, de organisatie en op het publieke belang. Leidraad voor de raad is de Code goed bestuur in het mbo 2020, geactualiseerd op 26 november 2024. Bestuur en toezicht zijn bij mboRijnland gescheiden. De raad functioneert als toezichthouder, werkgever, adviseur en als sparringpartner. De Raad van Toezicht heeft onder andere de volgende taken:

  • toezicht houden op het beleid van het College van Bestuur vanuit de (maatschappelijke) doelstellingen van mboRijnland;
  • toezicht houden op de algemene gang van zaken, zoals de meerjarenstrategie, de bestuurskwaliteit, de financiële huishouding, de kwaliteit van het onderwijs, huisvesting en vastgoed en het interne risicomanagement; en
  • gevraagd en ongevraagd adviseren van het College van Bestuur en fungeren als klankbord.

 

5.1.1. Activiteiten 

Als Raad van Toezicht ondernamen we in 2025 de volgende activiteiten: 

  • We vergaderden viermaal formeel met het College van Bestuur. De onderwijscommissie en auditcommissie bereidden de vergaderingen voor.
  • We woonden tweemaal een overlegvergadering van het College van Bestuur met de ondernemingsraad bij. 
  • We waren eenmaal te gast bij een overlegvergadering van het College van Bestuur met de studentenraad. 
  • We hielden eenmaal een zelfevaluatie in aanwezigheid van het College van Bestuur. 
  • We hadden een themabijeenkomst met het College van Bestuur over het onderwerp Flexpeditie.
  • We hadden een themabijeenkomst met het College van Bestuur over marketing en communicatie en het alumnibeleid.
  • De leden van de raad woonden de Derde Donderdag in September bij.
  • De remuneratiecommissie heeft als werkgever afzonderlijk gesprekken gevoerd met de leden van het College van Bestuur.

 

5.1.2. Belangwekkende thema’s

In opdracht van de Raad van Toezicht werd in 2024 een nieuw lid voor het College van Bestuur geworven. Per 1 februari 2025 trad Ron van Kints toe als nieuw lid van het CvB. In het verslagjaar namen we afscheid van Otto Jelsma als voorzitter van het College van Bestuur. We zijn in hetzelfde jaar gestart met de werving van zijn opvolger. Dat werd Frans Möhring. Hij begon op 1 oktober als nieuwe CvB-voorzitter.

De Raad van Toezicht zag er ook in het verslagjaar op toe dat mboRijnland de rijksbijdragen doelmatig besteedde. De raad deed dat door met het College van Bestuur de kaderbrief, de beleidsrijke begroting, de tertiaalrapportages en het jaarverslag te bespreken. De raad zag voldoende waarborgen voor een doelmatige besteding van de middelen. mboRijnland geeft het begrotings- en verantwoordingsproces elk jaar vorm door de integrale planning- en controlcyclus transparant toe te lichten en uit te voeren.

 

5.1.3. Zelfevaluatie 

Als Raad van Toezicht evalueren we jaarlijks ons eigen functioneren. Daarbij betrekken we ook het oordeel van het College van Bestuur. De conclusies en afspraken leggen we schriftelijk vast. De zelfevaluatie vond op 1 juli 2025 plaats, deze keer zonder begeleiding van een extern adviseur. Onze conclusie was dat de organisatie in control, stabiel en goed op orde is.

Als vervolgstappen na de zelfevaluatie benoemde de raad onder meer:  

  • We willen onze maatschappelijk rol invullen door meer aandacht te geven aan ICT, AI en cybersecurity.
  • We gaan een scan uitvoeren op de netwerken van de leden van de raad.
  • In relatie tot het College van Bestuur wil de Raad van Toezicht zich graag doorontwikkelen.

 

5.1.4. Besproken onderwerpen 

Als Raad van Toezicht bespraken we in het verslagjaar – naast de actualiteit en de tertiaalrapportages – onder meer de volgende onderwerpen: 

Besproken onderwerpen

Onderwerp Raad van Toezicht Onderwijscommissie Auditcommissie
FlexpeditieV V
Ontwikkelplan studiesuccesVV
Voortijdig schoolverlatenVV
Visie op toetsing en afsluiting van modulesVV
Rapportage instellingsdialoog en ontwikkelagendaVV
Plan voor kwaliteitszorgVV
Jaarverslag en jaarrekeningVVV
Vacature voorzitter CvBV
SteekproefkwaliteitsonderzoekenVV
Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteitenVV
Strategisch HuisvestingsplanVV
StudentenaantallenVV
RisicomanagementVV
Beheersingslijst bevindingen accountantVV
Kaderbrief VVV
BegrotingVV
Via DeltaVV
(Voorlopige) onderwijsresultatenVV
KlokkenluidersregelingV
Integrale veiligheidV
Bezoldiging College van Bestuur en Raad van ToezichtV

5.2. Commissies Raad van Toezicht 

De Raad van Toezicht heeft een drietal vaste commissies: auditcommissie, onderwijscommissie en remuneratiecommissie. Deze commissies bereiden de bespreking, behandeling en (indien van toepassing) de besluitvorming van belangwekkende thema’s voor. 

5.2.1. Onderwijscommissie 

De onderwijscommissie houdt zich bezig met de volgende onderwerpen:

  • de onderwijs- en vernieuwingsstrategie;
  • de kwaliteit van onderwijs in de ruimste zin van het woord;
  • de interne en externe kwaliteitsonderzoeken; 
  • de naleving van relevante wet- en regelgeving en het personeelsbeleid, voor zover dat relevant is voor de kwaliteit van het onderwijs. 

De onderwijscommissie kwam in 2025 viermaal bijeen. De besproken onderwerpen staan vermeld in de tabel in subparagraaf 5.1.4.

5.2.2. Auditcommissie 

In de portefeuille van de auditcommissie zitten de volgende onderwerpen:

  • het systeem van interne controle en risicomanagement;
  • het toezicht op de naleving van de relevante wet- en regelgeving;
  • de werking van de beginselen van goed bestuur;
  • de financiering van de onderwijsorganisatie;
  • het beleid met betrekking tot de verkregen publieke en private bekostiging;
  • de besteding van middelen in relatie tot het maatschappelijke doel;
  • de financiële informatieverstrekking;
  • de jaarstukken;
  • de relatie met de externe accountant;
  • de naleving van de aanbevelingen en opmerkingen van de externe accountant;
  • de betrouwbaarheid en de continuïteit van de huisvesting; 
  • de informatie- en communicatietechnologie.

De auditcommissie adviseert verder gevraagd en ongevraagd over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het financieel beheer en beleid van mboRijnland. 

De auditcommissie kwam in 2025 viermaal bijeen. De accountant sloot tweemaal aan in een commissievergadering: bij de bespreking van de jaarrekening en het controleplan en bij de interim-rapportage. De overige besproken onderwerpen staan vermeld in de tabel in subparagraaf 5.1.4. 

5.2.3. Remuneratiecommissie 

De remuneratiecommissie houdt zich bezig met het beoordelings-, bezoldigings- en vergoedingenbeleid van mboRijnland. Zij voerde in het verslagjaar beoordelingsgesprekken met het College van Bestuur aan de hand van onder meer een reflectieverslag. Met de nieuwe CvB-voorzitter voerde de commissie een startgesprek. Zij beoordeelde het functioneren van het College van Bestuur als goed. Ook stelde zij vast dat de beloning van het College van Bestuur past binnen het wettelijk kader (zie ook subparagraaf 5.3.4.). 

5.3. Zittingstermijnen, rollen en nevenfuncties 

Als Raad van Toezicht beschikken we over een profiel van onze samenstelling. We hebben een adequaat beeld van de competenties die in de raad aanwezig zijn. Ook is er een rooster van aftreden.  

5.3.1. Nevenfuncties leden van de Raad van Toezicht 

Criteria 
Het lidmaatschap van de raad is voor de leden veelal een nevenactiviteit. Voordat we een nieuw lid benoemen, verkennen we of eventuele (neven)functies mogelijk strijdig zijn met de mboRijnland belangen. Is dit niet het geval, dan benoemen we deze persoon tot lid van de Raad van Toezicht. Tijdens het lidmaatschap dienen de leden:  

  • te voorkomen dat ze een (neven-)functie aanvaarden die leidt tot een ongewenste belangenverstrengeling tussen het lidmaatschap van de raad en die andere te aanvaarden (neven)functie;
  • bij het mogelijk aanvaarden van een nieuwe (neven-)functie af te wegen of zij voldoende tijd kunnen blijven besteden aan hun werkzaamheden voor de Raad van Toezicht. 

Overzicht hoofd- en nevenfuncties en persoonlijke gegevens

Naam/rolGeboortedatumHoofd- en nevenfuncties Datum benoeming/ aftreden
De heer A.B.C. de Klerck • Voorzitter RvT • Voorzitter remuneratiecommissie6 juli 1966• Adviseur directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hoofdfunctie) 1 januari 2020/31 december 2027 (niet herbenoembaar)
• Lid Raad van Toezicht Kenter Jeugdhulp
• Lid Raad van Toezicht GGZ Breburg
• Voorzitter Adviescommissie Afdoening Integriteitsschendingen Openbaar Ministerie
• Lid Raad van Commissarissen Bazalt Wonen (vanaf 1-10-2025)
Mevrouw K.E. van Kammen • Voorzitter onderwijscommissie2 januari 1961 • Plaatsvervangend directeur Politieacademie (hoofdfunctie) tot 1 juli 20251 september 2022/1 september 2026 (herbenoembaar)
• Voorzitter Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) vanaf 1 maart 2025
• Vicevoorzitter Commissie van Beroep voor Examens Politieacademie, vanaf 1 sept 2025
• Plaatsvervangend voorzitter Raad van Toezicht MBO Utrecht, tot 31 dec 2025
Mevrouw C.S. Ori • Lid onderwijscommissie10 april 1989 • Manager Diversiteit & Inclusie Haagse Hogeschool (hoofdfunctie) 1 september 2022/1 september 2026 (herbenoembaar)
• Lid Raad van Toezicht Stichting Samen Sterk voor Onderwijs (3So).
De heer R.N. Nurmohamed • Voorzitter auditcommissie22 februari 1966 • Directeur Dienst Financiën en Control Nationale Politie (hoofdfunctie) 1 september 2022/1 september 2026 (herbenoembaar)
• Eigenaar van NGIS BV Management, Advies & Toezicht
• Lid Raad van Commissarissen Lieven de Key Amsterdam
• Lid Raad van Toezicht Cliëntenbelang Amsterdam
• Lid Raad van Toezicht Ons Tweede Thuis
• Lid Raad van Toezicht Hogeschool van Amsterdam
De heer J. van Meerkerk • Lid remuneratiecommissie • Lid auditcommissie1 januari 1974 • Directeur Strategische Relaties, ESG en CSR ManpowerGroup (hoofdfunctie) 1 april 2024/1 april 2028 (herbenoembaar)
• Lid van de Economic Board Zuid-Holland
• Lid Raad van Toezicht Women Inc.
• Bestuurslid van oPuce, als actieve ondersteuner van het Ecosysteem Kanker & Werk
• Voorzitter Stichting Rotterdam Circusstad

5.3.2. Bezoldiging Raad van Toezicht

mboRijnland volgt de Adviesregeling honorering toezichthouders mbo. De voorzitter van de Raad van Toezicht ontvangt 15 procent van de maximale beloning van het College van Bestuur. Een lid van de Raad van Toezicht ontvangt 10 procent. We hanteren de maxima voor categorie G-instellingen.

mboRijnland verhoogde in 2025 de vergoeding van de Raad van Toezicht. Elk jaar indexeren we de vergoeding gelijk aan de verhoging van het College van Bestuur. De voorzitter ontvangt € 28.116 per jaar. De leden ontvangen € 20.172 per jaar. Dit bedrag is inclusief reis- en verblijfskosten. De vergoeding valt ruim binnen de maximaal toegestane vergoeding volgens de Wet normering topinkomens (WNT) en de Regeling honorering toezichthouders mbo van het Platform Raden van Toezicht.

5.3.3. Professionalisering van de Raad van Toezicht 

Een lid van de Raad van Toezicht volgde in 2025 een opleiding via mboRijnland.

Een deelnemer aan een opleiding tot toezichthouder heeft gevraagd of zij in het kader van die opleiding, bij mboRijnland “stage” mocht lopen. Wij hebben daar positief op gereageerd. In dat kader nam zij in het verslagjaar deel aan onze RvT-vergaderingen. Dit loopt van 2025 tot halverwege 2026. Zij bezoekt tot die tijd ook de bijeenkomsten van de onderwijscommissie.

5.3.4. Nevenfuncties leden College van Bestuur 

Criteria 

Voor het College van Bestuur geldt als uitgangspunt dat nevenwerkzaamheden zijn toegestaan, tenzij: 

  • de nevenwerkzaamheden het vervullen van de functie bij mboRijnland belemmeren en/of
  • de nevenwerkzaamheden de belangen van mboRijnland schaden. 

Nevenfuncties van de leden van het College van Bestuur

Naam/rolGeboortedatumHoofd- en nevenfuncties Datum benoeming/ aftreden
De heer O. Jelsma (voorzitter tot 1 oktober 2025)3 april 1958 • Lid bestuur ZWConnect Zoetermeer 1 juni 2006 tot 1 oktober 2025 (vanwege pensionering)
• Lid Raad van Toezicht PLNT Leiden
• Voorzitter Raad van Toezicht Koers VO
De heer F. Möhring (voorzitter vanaf 1 oktober 2025)26 augustus 1965• Lid Raad van Toezicht PLNT Leiden1 oktober 2025
• Bestuurslid samenwerkingsverband Via Delta i.o.
• Comité van aanbeveling Nederlands Studenten Orkest
Mevrouw S.P. Schenning 18 mei 1968• Vicevoorzitter programmacommissie Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO). 1 augustus 2021
• Lid Raad van Toezicht JINC
• Bestuurslid Kwaliteitsnetwerk MBO
• Bestuurslid Stichting Practoraten
• Tot 1 oktober 2025: voorzitter Bedrijfstakgroep en Sectorkamer Zakelijke Dienstverlening en Veiligheid
• Vanaf 1 oktober 2025: lid AB SBB
De heer R. van Kints (lid vanaf 1 februari 2025)2 juli 1966• Universitair docent Corporate Governance, Risk Management & Internal Control, VU Amsterdam1 februari 2025

5.3.5. Bezoldiging College van Bestuur 

Het College van Bestuur ontvangt een honorarium volgens de Wet Normering Topinkomens (WNT). Meer informatie hierover vindt u in de jaarrekening bij het onderdeel WNT.

Hoofdstuk 6


Verslag ondernemingsraad

Inleiding

2025 was voor de ondernemingsraad een boeiend jaar. Wij waren betrokken bij de werving van een nieuwe CvB-voorzitter. Daarnaast hielden we ons als ondernemingsraad opnieuw bezig met loopbaanpaden voor docenten. Andere speerpunten in het verslagjaar waren de onderwijsresultaten, de Flexpeditie, het verzuim van medewerkers en de werkdruk.

Activiteiten en onderwerpen

Als ondernemingsraad adviseren we in het algemeen het College van Bestuur over voorgenomen besluiten. Ook in 2025 betrok het CvB de ondernemingsraad al in een vroeg stadium bij de gedachtenvorming rond grote projecten.

Service & Strategie
Als voorbeeld noemen we de herinrichting van de centra. Die herinrichting leidde tot de organisatie-eenheid Service & Strategie. We konden uitgebreid kennisnemen van de plannen. Zij werden toegelicht door de directie van Service & Strategie. In eigen sessies raadpleegden we als ondernemingsraad de medewerkers van de oude centra over de nieuwe plannen. De daaruit verkregen informatie gebruikten we voor onze interne beeldvorming. Die deelden we met de directie van Service & Strategie.

Het verslagjaar bood ook ruimte om met het College van Bestuur in gezamenlijke vergaderingen te discussiëren over belangrijke zaken zoals de onderwijskwaliteit en -resultaten. We volgden met grote belangstelling de ontwikkelingen rond de Flexpeditie. In het verslagjaar overlegden we regelmatig informeel met de programmamanager Flexpeditie.

Begroting 2026
Helaas moesten we als ondernemingsraad eind 2025 opnieuw de hakken in het zand zetten waar het ging om de hoofdlijnen van de begroting voor 2026. Voor ons waren net als in 2024 de loopbaanpaden van docenten een pijnpunt. Naar onze mening had het College van Bestuur hierin in 2025 te weinig ambitie getoond. De streefcijfers waren opnieuw niet behaald. In een enkel geval waren die zelfs gedaald. Als ondernemingsraad hebben we hierover uitgebreid gediscussieerd met de leden van het College van Bestuur. Uiteindelijk kwamen we tot een vergelijk. Op basis daarvan konden we alsnog instemmen met de hoofdlijnen van de begroting voor 2026. De ondernemingsraad hield daarbij rekening met een deels nieuwe samenstelling van het CvB. In 2026 zullen we als ondernemingsraad de vinger aan de pols houden in dit dossier, uiteraard in goede samenwerking met het College van Bestuur.

Commissies
Ook in het verslagjaar bood de bestuurder diverse risico-inventarisaties en -evaluaties voor mboRijnland vestigingen aan de ondernemingsraad ter instemming aan. Om die onderwerpen goed op te kunnen pakken, hebben we ons als ondernemingsraad onderverdeeld in commissies. Denk aan een commissie geld, HRM-zaken, onderwijs en arbogerelateerde zaken. Nieuw in 2025 was de commissie communicatie. Deze hield zich onder andere bezig met de periodieke nieuwsbrief van de ondernemingsraad. De commissie HRM boog zich in 2025 over een gevraagd advies rond de herijking van het algemene functiehuis.

Nieuwe CvB-voorzitter
Als ondernemingsraad waren we betrokken bij de zoektocht naar een nieuwe CvB-voorzitter. Bestuurder Otto Jelsma had eerder gemeld per 1 oktober 2025 met pensioen te gaan en voor hem werd een opvolger gezocht. Een lid van ons dagelijks bestuur (meestal de voorzitter) kon aanwezig zijn bij de sollicitatiegesprekken en mocht ook meebeslissen. Als ondernemingsraad zien we met vertrouwen uit naar de samenwerking met Frans Möhring. Voor een aantal OR-leden is hij geen onbekende.

Professionalisering
Ook in het verslagjaar konden we ons als ondernemingsraad professionaliseren. Bij diverse bureaus volgende we trainingen of cursussen, zowel individueel als plenair.

Publiciteit

De ondernemingsraad vindt het belangrijk contact te houden met de medewerkers. Daarom gingen we in 2025 door met het periodiek laten verschijnen van onze nieuwsbrief. In elke editie meldden we waar we ons mee bezig hadden gehouden. Daarnaast heeft de OR een eigen pagina op Portaal. Deze pagina zullen we in 2026 deels herstructureren.

De ondernemingsraad vergadert elke maand op een van de grotere locaties van mboRijnland. Deze vergaderingen zijn openbaar voor medewerkers. We publiceren welke punten we tijdens de vergadering hebben besproken. Als ondernemingsraad hebben we er een goede gewoonte van gemaakt om alle vragen van medewerkers te beantwoorden.

In het verslagjaar werkten College van Bestuur en ondernemingsraad aan een gezamenlijk document, dat inmiddels is vastgesteld. Daarin beschrijven we wat onze gezamenlijke visie op medezeggenschap is binnen mboRijnland.

Samenstelling ondernemingsraad in 2025

Het dagelijks bestuur van de ondernemingsraad bestond in het verslagjaar uit Jolanda Boere (voorzitter), Irwin van Iterson (vicevoorzitter, vertrokken in november 2025), Juliette Gilissen (secretaris), Bram van Lier (in de plaats van Irwin) en Merlijn Heemskerk als vervanger voor Juliette.

De overige leden van de ondernemingsraad waren per 31 december 2025 Daan Koetsier, Erik Winters, Hans van den Berg, Jane Natthoe, Jelle Bisschops, Jolanda van den Hoek, Saran Noort (tot de zomervakantie van 2025), Vincent Reijnen en Wilbert van Schaik.

Als ondernemingsraad streven we er ook in 2026 naar om de relatie met de bestuurder zo open en constructief mogelijk te houden.

Hoofdstuk 7


Studentenraad

Samenstelling
Begin 2025 bestond de studentenraad (SR) uit de leden die in december 2023 waren verkozen. De zittingstermijn bedraagt twee jaar. Gedurende het verslagjaar traden verschillende leden tussentijds terug: één lid in januari, één in februari, één in mei en twee leden in november. Deze zetels konden we niet opnieuw invullen, omdat we de beschikbare kandidaten uit de verkiezingen van 2023 al eerder hadden benaderd of omdat die inmiddels al deel uitmaakten van de raad. Aan het eind van 2025 telde de studentenraad vier leden.


Verkiezingen
Eind 2025 hielden we nieuwe verkiezingen voor alle negen zetels. In totaal stelden 20 studenten zich verkiesbaar, afkomstig uit diverse opleidingen, niveaus en locaties. Voor alle zetels is een verkiezing gehouden. Per 1 januari 2026 was de raad met negen leden weer compleet. Acht van hen hebben aangegeven minimaal één jaar beschikbaar te zijn. Ons lid uit Woerden is een halfjaar beschikbaar.


Werkwijze en structuur
Samen met het College van Bestuur hebben we in het verslagjaar het studentenraadsreglement en het huishoudelijk reglement herzien en opnieuw vastgesteld. Onze werkwijze is nu geactualiseerd en duidelijker beschreven dan daarvoor. Eén belangrijke wijziging moet zorgen voor meer continuïteit en een stabielere bezetting van de raad gedurende het studiejaar. Wanneer tussentijds minimaal twee zetels vrijkomen, organiseren we na één jaar nieuwe verkiezingen.

 

7.1 Activiteiten en onderwerpen

 

De studentenraad droeg ook in 2025 actief bij aan het verbeteren van de leeromgeving binnen mboRijnland. De focus lag op thema’s zoals:

  • de huisvesting en het strategisch huisvestingsplan;
  • de mentale gezondheid van studenten;
  • de armoedeproblematiek;
  • stagediscriminatie en gelijke kansen;
  • versterking van studentparticipatie.

 

De studentenraad nam deel aan diverse interne en externe bijeenkomsten, waaronder:

  • Overleg met de ondernemingsraad (mei 2025)

In mei vond een vruchtbaar overleg plaats tussen studentenraad en ondernemingsraad. Samen spraken we over onderwerpen als stagebegeleiding en flexibel onderwijs. Na dit gesprek spraken we af om studenten meer te betrekken bij de Flexpeditie.

  • Derde Donderdag in September (DDiS)

Tijdens de Derde Donderdag in September, de officiële opening van het nieuwe studiejaar, deed onze voorzitter mee aan het panelgesprek op het podium voor de 1.400 aanwezige medewerkers van mboRijnland.

  • Grote yurt (november 2025)

Twee leden van de studentenraad waren in november 2025 aanwezig bij een deel van de grote yurt. Zij praatten daar mee over studiesucces en de reden waarom studenten uitvallen.

  • Interne overleggen

De studentenraad sprak met medewerkers over onder meer de huisvesting, het strategisch huisvestingsplan en stagediscriminatie.

  • Externe bijeenkomsten

De studentenraad vertegenwoordigde de studenten van mboRijnland bij verschillende externe bijeenkomsten, waaronder:

  • bij een bijeenkomst met de medezeggenschapsraden van de kennisinstellingen en de gemeenteraad van Leiden;
  • bij de Skills The Finals op 20 maart 2025 in de RAI Amsterdam;
  • tijdens het ontwikkeltraject studentenparticipatie, georganiseerd door NCP EQAVET in samenwerking met JOBmbo en de MBO Raad;
  • tijdens een bijeenkomst van het Kwaliteitsnetwerk MBO.

7.2 Contact met de achterban

 

Hechtere banden
In 2025 investeerden we als studentenraad opnieuw in hechtere banden met de studenten, onze achterban. Via verschillende kanalen verzamelden we actief feedback:

  • Sociale media

We gebruikten in het verslagjaar Instagram om studenten te informeren. Een medewerker van Marketing & Communicatie verzorgde voor ons een training om effectiever online te communiceren.

  • Waterflessenactie

Op meerdere locaties deelden we herbruikbare waterflessen uit. In ruil daarvoor vulden studenten een vragenlijst in over verbeterpunten binnen mboRijnland. In totaal ontvingen we 330 ingevulde vragenlijsten. Met deze actie vergrootten we onze zichtbaarheid en haalden we waardevolle input op.

  • Promotie rond verkiezingen

In de promotie rond de studentenraadverkiezingen gebruikten we video’s, flyers en flessen om studenten op te roepen zich kandidaat te stellen en om te stemmen.

  • Locatiepanels

In 2025 zetten we ons als studentenraad actief in voor een bredere studentparticipatie. We deden dat via panels op verschillende locaties. In januari was er een panel op locatie Zoetermeer en in december op locatie Breestraat. Daarnaast was er contact met locatie Alphen aan den Rijn om daar in de toekomst een panel te organiseren. Uit onze ervaringen blijkt dat studenten graag op een interactieve manier meedenken over onderwerpen die hen direct raken zoals sfeer, veiligheid en de inrichting van de locatie. In 2026 zetten we dit traject voort.

Hoewel de zichtbaarheid van de SR is toegenomen, blijft dit een punt van aandacht. In 2026 willen we als studentenraad onze contacten met de achterban verder verbeteren. We gaan dit doen door panels op locaties te organiseren, door online updates te geven over ons werk en door ook fysiek zichtbaarder te worden.

 

Conclusie
Voor de studentenraad was 2025 een jaar van verandering en voortgang. Ondanks tussentijdse wisselingen bleef de raad actief en betrokken bij de verbetering van de leeromgeving. Begin 2026 staat een frisse en volledige raad klaar om verder te bouwen aan sterke studentparticipatie binnen mboRijnland.

Hoofdstuk 8


Financieel verslag

8.1 Balans per 31 december 2025

Realisatie 2025Realisatie 2024Verschil
Bedragen ( x € 1.000,- )
Materiële vaste activa76.91179.733-2.822
Financiële vaste activa22-
Totaal vaste activa76.91379.735-2.822
Vorderingen2.0472.596-549
Liquide middelen54.16145.3628.799
Totaal vlottende activa56.20947.9588.251
TOTAAL ACTIVA133.122127.6935.429
Eigen vermogen76.24474.4292.126
Voorzieningen10.1458.871963
Langlopende schulden18.25018.639-389
Kortlopende schulden28.48325.7542.729
TOTAAL PASSIVA133.122127.6935.429

Toelichting op de hoofdlijnen 2025 vergeleken met 2024
Het balanstotaal is in 2025 toegenomen met € 5,429 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:

Activa

  1. afname vaste activa
    De afschrijvingen zijn in 2025 hoger dan de investeringen.
  2. toename vorderingen
    De vorderingen op studenten zijn € 0,4 miljoen hoger dan vorig jaar en de nog te ontvangen interest is € 0,1 miljoen hoger.
  3. toename liquide middelen
    De liquide middelen zijn in het afgelopen boekjaar met circa € 9,0 miljoen toegenomen. De voornaamste reden is de € 13,0 miljoen positieve operationele kasstroom. Daar staan investeringen in materiële vaste activa tegenover van € 4,0 miljoen.

Passiva

  1. toename eigen vermogen
    Dit betreft het positieve resultaat van boekjaar 2025.
  2. afname langlopende schulden
    In het boekjaar 2025 hebben voor € 0,4 miljoen aan aflossingen plaatsgevonden.
  3. toename kortlopende schulden
    De crediteurenstand per 31 december 2024 is € 1 miljoen hoger dan 31 december 2024. Verder zijn de verplichtingen aan de gemeente met € 0,7 miljoen toegenomen. Daarnaast zijn de te betalen belastingen en sociale verzekeringen met € 0,6 miljoen toegenomen, en zijn de vooruit ontvangen bedragen met € 0,4 miljoen toegenomen.

8.2 Staat van baten en lasten over 2025

20252025 begroting2024Verschil
2025 vs 2024
Verschil
2025 vs begroting
Bedragen ( x € 1.000,- )
3.1 Rijksbijdragen189.696178.594180.7748.92211.101
3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden1.5312.0291.912-381-499
3.3 Wettelijke college- / cursus- / examengelden1.5511.3111.802-251240
3.4 Contractactiviteiten3.0612.0252.6334281.036
3.5 Overige baten2.0571.7211.767290336
3 Totale baten197.895185.680188.8889.00712.215
4.1 Personeelslasten-156.635-148.672-144.984-11.651-7.963
4.2 Afschrijvingen-6.701-7.350-7.593892649
4.3 Huisvestingslasten-12.341-12.658-12.103-238317
4.4 Overige lasten-19.652-17.660-17.104-2.548-1.992
4 Totale lasten-195.329-186.341-181.784-13.545-8.988
6.1 Financiële baten1.2665001.684-418766
6.2 Financiële lasten-2.017-1.499-1.616-401-518
6 Totale financiële baten en lasten-751-99968-819248
Incidentele baten en (lasten)-----
Exploitatieresultaat1.815-1.6597.172-5.3573.474

Resultaat

mboRijnland breed laat de jaarrekening 2025 een gunstiger financieel resultaat zien dan begroot. Meerdere Colleges realiseren een positief resultaat. Het verschil met het begrote resultaat wordt voornamelijk verklaard door:

  • loon- en prijsbijstelling (LPO);
  • incidentele projectbaten;
  • lagere investeringsrealisatie;
  • niet ingevulde vacatures.

Wel neemt de structurele kostenbasis toe, met name door:

  • niet begrote cao-verhogingen (gecompenseerd door LPO);
  • toename van externe inhuur (+ € 2,5 miljoen mboRijnland breed);
  • stijgend (langdurig) verzuim.

Het positieve resultaat heeft in belangrijke mate een incidenteel karakter. Onderliggend staan de structurele personeelslasten, externe inhuur en de exploitatiekracht onder druk. Dit vraagt om scherpe sturing, juist in het licht van de ombuigingen die vanaf 2026 noodzakelijk zijn om de strategische huisvestingsplannen te financieren.

Daarbij komt dat de achterblijvende investeringsrealisatie (SHP/MJOP/ICT) kan leiden tot meerjarige effecten op kapitaallasten, onderhoudsdruk en uitvoeringscapaciteit. Een realistisch onderscheid tussen incidenteel en structureel en tussen versterkte kostenbeheersing en een strakke investeringsplanning zijn daarom essentieel om het meerjarenperspectief beheersbaar en stabiel te houden.

8.3 Kengetallen

Realisatie 2025Realisatie 2024Signaleringsgrens
Solvabiliteitsratio 2
(eigen vermogen + voorzieningen / totale passiva)0,650,65< 0,3
Liquiditeit
(current ratio = vlottende activa / kortlopende schulden)1,971,86< 0,75
Rentabiliteit
(resultaat / (totale baten + rentebaten))0,010,04< 0
Huisvestingsratio
(huisvestingslasten + afschrijvingen gebouwen en terreinen) / Totale lasten0,090,10> 0,15
Weerstandsvermogen
(eigen vermogen / totale baten)0,380,39n.v.t
Bovenmatig eigen vermogen
(feitelijk eigen vermogen - normatief eigen vermogen*)--> 0,0
* Bij een negatief bedrag wordt een 0 getoond.

Solvabiliteit

Ten opzicht van 2024 is de solvabiliteitsratio gelijk gebleven. De solvabiliteitsratio is ruim boven de signaleringsgrens.

Liquiditeit

De positieve kasstroom zorgt voor een toename van de liquide middelen. Hierdoor neemt de liquiditeit toe tot 1,97 (2024: 1,86). De liquiditeitsratio is ruim boven de signaleringswaarde.

Rentabiliteit

Als gevolg van het positieve resultaat komt de rentabiliteit hoger uit dan de signaleringswaarde. Het begrotingsbeleid binnen mboRijnland is erop gericht om kostendekkend te begroten. 

Huisvestingsratio

De huisvestingsratio laat de verhouding zien van de huisvestingslasten inclusief de afschrijving op gebouwen en terreinen ten opzichte van de totale lasten. Ten opzichte van 2024 laat deze een geringe daling zien. Hij voldoet aan de normwaarde van de inspectie.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen geeft aan hoe het eigen vermogen zich verhoudt tot de totale baten. Het weerstandsvermogen is in 2025 een fractie afgenomen als gevolg van het positieve resultaat.

Mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen

De signaleringswaarde ‘mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen’ is een signaleringswaarde die we vanaf het jaarverslag 2021 moeten opnemen in het bestuursverslag om bovenmatig eigen vermogen vast te stellen. Eind 2025 heeft mboRijnland geen bovenmatig eigen vermogen.

8.4 Samenwerkingsverbanden en verbonden partijen

Stichting mboRijnland is verbonden met Stichting CIV Smart Technology. Deze stichting stimuleert, faciliteert en ontwikkelt hybride onderwijs in zogenoemde satellietlabs. Dat zijn contextrijke omgevingen buiten de eigen school waar multidisciplinair onderwijs wordt gegeven in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Stichting CIV Smart Technology hebben we in 2018 opgericht. Het doel van de stichting is om het technisch onderwijs te vernieuwen en om daartoe de samenwerking naar een hoger niveau te brengen en uit te breiden tussen partners in het bedrijfsleven, brancheorganisaties, onderwijs en lokale overheden.

8.5 Treasury

Het treasurybeleid van mboRijnland is vastgelegd in het treasurystatuut, dat de Raad van Toezicht in december 2019 heeft vastgesteld. Dit statuut vormt het kader voor het beheer van de financiële middelen en de beheersing van financiële risico’s.

De treasuryfunctie heeft als doel de financiële continuïteit van mboRijnland op korte en lange termijn te waarborgen. De treasuryactiviteiten zijn ondersteunend aan de missie, visie en strategische doelstellingen van mboRijnland.

Binnen dit kader richt het treasurybeleid zich op de volgende doelstellingen:

  • het waarborgen van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele en marktconforme condities, zodat mboRijnland te allen tijde in zijn financieringsbehoefte kan voorzien;
  • het beheersen en beperken van financiële risico’s, waaronder rente-, krediet-, liquiditeits- en operationele risico’s;
  • het doelmatig beheren van geldstromen en financiële posities, met minimalisering van interne en externe kosten;
  • het optimaliseren van renteresultaten binnen de kaders van wet- en regelgeving en de limieten en richtlijnen uit het treasurystatuut;
  • het beschikbaar hebben van adequate informatie ter ondersteuning van het treasuryjaarplan, de uitvoering van het treasurybeleid en de verantwoording daarover.

Het treasurybeleid is opgesteld conform de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 (externe link, opent in nieuw tabblad). Bij de uitvoering van treasuryactiviteiten wegen we het optimaliseren van financiële resultaten af tegen het beheersen van financiële risico’s. Gezien het publieke karakter van mboRijnland ligt de nadruk daarbij op het beheersen en beperken van financiële risico’s.

Periodiek monitoren we de liquiditeitspositie van mboRijnland en stemmen we die af op de verwachte kasstromen. Daardoor kunnen we tijdig voorzien in de financieringsbehoefte van de instelling. De treasurycommissie ondersteunt en bereidt de besluitvorming over het treasurybeleid voor.

Sinds 2021 maakt mboRijnland gebruik van schatkistbankieren. In december 2025 hebben we een actualisatie van het treasurystatuut voorbereid. De voorgenomen wijzigingen hebben betrekking op het vaststellen van een liquiditeitsbuffer met ingang van 2026 (met een jaarlijkse herijking), het opnemen van een liquiditeitsprognose met een horizon van 24 maanden en het actualiseren van de functienaam naar Directeur Service en Strategie. Het geactualiseerde treasurystatuut zal op 17 maart 2026 ter goedkeuring worden voorgelegd aan de auditcommissie van de Raad van Toezicht.

mboRijnland maakt geen gebruik van derivaten en houdt geen beleggingen aan.

8.6 Notitie Helderheid in de bekostiging

Naar aanleiding van de notitie Helderheid in de bekostiging stelt de OCW-richtlijn aanvullende eisen aan het bestuursverslag. De onderwerpen worden hierna toegelicht.

Thema
1. Uitbesteed onderwijsmboRijnland heeft in 2025 geen bekostigd onderwijs uitbesteed aan een andere, al dan niet bekostigde instelling of organisatie tegen betaling van de geleverde prestaties.
2. Investeren van publieke middelen in private activiteitenzie B1. ‘Verantwoording beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten’.
3. Verlenen van vrijstellingenmboRijnland verleent vrijstellingen aan studenten conform het vrijstellingenbeleid, dat is opgenomen in het Handboek Examinering. Studenten met vrijstellingen voldoen aan de gestelde bekostigingsregels.
4. Les- en cursusgeld niet betaald door de deelnemer zelfmboRijnland betaalt geen les- en/of cursusgeld voor studenten. Wél kan een derde partij (een bedrijf of andere organisatie) het cursusgeld van een student voldoen. In die gevallen stemt de student via een ondertekende schriftelijke machtiging ermee in dat deze derde partij dit voor hem doet door:
• het formulier 'Verklaring voor betaling van cursusgeld door werkgever of instantie’ in te vullen. Deze zogenoemde derdenmachtiging is terug te vinden in Osiris en op intranet en internet.
5. In- en uitschrijving en inschrijving van deelnemers in meer dan één opleiding tegelijk• Begin oktober 2025 stroomden 59 mbo-studenten met een diploma uit. Het betrof hier 0 vavo-studenten.
• In deze periode stroomden 36 studenten uit zonder diploma: 34 mbo-studenten en 2 vavo-studenten.
• 11 studenten stapten over naar een andere instelling: 10 mbo-studenten en 1 vavo-student.
• mboRijnland heeft geen deelnemers die in meer dan één bekostigde opleiding staan ingeschreven.
• In 2025 volgden geen studenten een gecombineerd traject educatie en beroepsonderwijs.
6. De deelnemer volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven.In 2025 wisselden 247 studenten tijdens het schooljaar van opleiding: 246 mbo-studenten en 1 vavo-studenten. 36 mbo-studenten kozen een andere leerweg en 24 mbo-studenten en 0 vavo-studenten veranderden zowel van opleiding als van leerweg.
7. Bekostiging van maatwerktrajecten ten behoeve van bedrijven“Instellingen ontwikkelen maatwerktrajecten waarbij een derde - een bedrijf of een andere organisatie - een bijdrage betaalt voor het op maat snijden van trajecten voor eigen personeel.” Per 1 oktober 2025 zijn er 238 studenten ingeschreven in een BBL-traject, dat voor een bedrijf of organisatie op maat is aangepast, tegen een vergoeding.
8. Onderwijs in het buitenlandmboRijnland heeft in 2025 geen onderwijs verzorgd buiten Nederland.

Hoofdstuk 9


Continuïteits- en risicoparagraaf

9.1 A. Gegevensset

Realisatie 2025Prognose 2026Prognose 2027Prognose 2028
Aantal studenten BOL¹11.07111.60712.15012.344
Aantal studenten BBL¹4.7404.8374.0103.794
Aantal studenten vavo¹854850850850
Totaal aantal studenten16.66517.29417.01016.988
Personele bezetting gemiddeld in FTE
Bestuur en management89909090
Personeel primair proces732763749748
Ondersteunend personeel
- Indirect onderwijsondersteunend448471471460
- Direct onderwijsondersteunend129129127126
Totaal personele bezetting in FTE1.3981.4531.4371.424
¹ Bekostigde studenten teldatum 01-10-2025 (bron: dashboard)

Toelichting bij de kengetallen

Studenten
Het aantal studenten betreft het ongewogen aantal mbo- en vavo-studenten. De gegevens van 2025 zijn gebaseerd op de realisatie op teldatum 1 oktober 2025 conform voorlopige terugmelding bekostigingsgrondslagen (TBG). De gegevens van de jaren 2027-2028 zijn gebaseerd op ramingen van de mbo-prognose van DUO.

Personele bezetting
De personele bezetting voor 2025 is de stand per 31 december 2025, exclusief externen.
De prognose is ontleend aan de meerjarenbegroting, waarbij rekening dient te worden gehouden met mogelijke wijzigingen als gevolg van scenariovorming in het kader van de ontwikkelingen van het strategisch huisvestingsplan.

9.2 A2. Meerjarenbegroting

Balans

Realisatie 2025Begroting 2026Begroting 2027Begroting 2028Begroting 2029Begroting 2030
Bedragen ( x € 1.000,- )
Activa
Materiële vaste activa76.91199.230126.679129.310123.474125.056
Financiële vaste activa222222
Vorderingen2.0472.5972.5972.5972.5972.597
Liquide middelen54.16134.36731.54425.67028.54224.941
Totaal activa133.122136.196160.822157.579154.615152.596
Passiva
Eigen vermogen76.24470.99769.49667.99666.98466.984
Voorzieningen10.1459.7759.7789.7839.7829.782
Langlopende schulden18.25032.83057.37755.55553.69451.791
Kortlopende schulden28.48322.59424.17124.24524.15524.039
Totaal passiva133.122136.196160.822157.579154.615152.596

Bij het tot stand komen van de meerjarige balans zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Het verloop van de liquide middelen is een resultante van de te verwachten kasstroom 2026 – 2030.
  • Jaarlijks constante beweging van de vorderingen en kortlopende schulden.
  • Financiering van de investeringen vanuit het strategisch huisvestingsplan met circa € 40 miljoen vreemd vermogen. Rentevoet 3,0 procent (Schatkistbankieren 30 jaar).
  • Voor 2026 is de liquiditeitsbuffer vastgesteld op € 15 miljoen. In combinatie met de € 14,5 miljoen aan rekening-couranttegoeden bij de schatkist is hiermee de financiering van twee maandsalarissen geborgd, waarvan één maand inclusief aanvullende uitkeringen. De liquiditeitsbuffer zal indien nodig jaarlijks worden herijkt.

Staat van baten en lasten

Realisatie 2025Begroting 2026Begroting 2027Begroting 2028Begroting 2029Begroting 2030
Bedragen ( x € 1.000,- )
Baten
Rijksbijdragen189.696189.741190.841191.841191.541191.541
Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden1.5314.0803.5003.5003.5003.500
Wettelijke college- / cursus- / examengelden1.5511.3121.3121.3121.3121.312
Baten werk in opdracht van derden3.0612.3082.3082.3082.3082.308
Overige baten2.0571.4951.4941.4951.4951.495
Totaal baten197.895198.936199.455200.456200.156200.156
Lasten
Personeelslasten156.635160.626159.020157.413155.126155.126
Afschrijvingen6.7016.8258.22510.06410.46311.573
Huisvestingslasten12.34113.18913.18913.18913.18913.189
Overige lasten19.65222.00021.77321.77420.98919.489
Taakstelling t.b.v. SHP---3.310-2.932-1.003-1.581
Totaal lasten195.329202.640198.897199.508198.764197.796
Resultaat financiële baten en lasten-751-1.106-2.058-2.448-2.404-2.360
Totaal resultaat1.815-4.810-1.500-1.500-1.012-
Mutatie bestemmingsreserves publiek-1.988-1.727-1.500-1.500-1.012-
Netto resultaat na onttrekking bestemmingsreserve 3.802-3.083----

Baten

Rijksbijdragen

  • In deze meerjarenbegroting is rekening gehouden met de verwachte ontwikkeling van de rijksbekostiging in de komende periode zoals die is verstrekt door het ministerie van OCW en de MBO Raad.
  • Voor de bepaling van het meerjarig marktaandeel is gebruik gemaakt van de planningstool mbo die beschikbaar is gesteld door DUO. Vanaf 2026 is de verwachting dat we een stabiel marktaandeel houden van 3,3 procent ( was in 2025 ook 3,3 procent).
  • Voor de vavo-bekostiging hebben we gerekend met een ongewijzigd marktaandeel en macrobudget voor de periode 2026-2030.

Vanaf 2024 wordt gerekend met € 18,7 miljoen baten vanuit de Werkagenda mbo. Dit is de opvolger van de kwaliteitsagenda. We rekenen met € 18,7 miljoen baten tot en met 2028; daarna vindt mogelijk een herverdeling van de kwaliteitsmiddelen plaats. Het gaat hier om een structureel investeringsbudget dat deel uitmaakt van de lumpsum. Het aandeel hierin voor mboRijnland is berekend op basis van het verwachte marktaandeel.

Overheidsbijdrage/subsidies

  • De lopende regionale vsv-overeenkomsten zijn meegenomen in de meerjarenbegroting.
  • De toekenning van de vsv-subsidies voor de periode 2026–2029 vindt plaats in 2026. In de meerjarenbegroting is aangenomen dat de regeling na 2029 wordt voortgezet. Er zijn op dit moment geen signalen dat deze zal worden beëindigd of inhoudelijk gewijzigd.

Wettelijke college-/cursus-/examengelden

  • De bijdrage vanuit de vo-scholen blijft naar verwachting op een constant niveau.

Baten in werk in opdracht van derden

  • Het LLO-onderwijs is binnen de Colleges begroot. De inschatting is dat de omzet vanuit de contractactiviteiten rond de € 0,4 miljoen per jaar zal bedragen.
  • Verder zijn er verschillende projecten voorzien zoals, internationalisering en internationale schakelklassen en regionale vsv-overeenkomsten (waarbij mboRijnland geen penvoerder is). De baten hiervoor bedragen ongeveer € 1,9 miljoen.

Overige baten

De overige baten blijven naar verwachting op een constant niveau.

Ontwikkeling van de totale baten 2026–2030

De totale baten laten een stabiel beeld zien, met een lichte stijging in de eerste jaren gevolgd door

stabilisatie op een nominaal niveau van circa € 200 miljoen per jaar.

In 2026 en 2027 is sprake van een beperkte groei, hoofdzakelijk gedreven door:

  • een stabiel marktaandeel;
  • een lichte stijging van het budget ‘bekostiging mbo-instellingen’ binnen de OCW-begroting;
  • een voortzetting van bestaande subsidiestromen.

Vanaf 2028 stabiliseren de totale baten. De baten uit subsidies, cursusgelden en werk in opdracht van derden zijn gelijkgesteld aan het niveau van de begroting 2026. Op basis van historische gegevens is het lastig om hierin een duidelijke trend te bepalen. Daarmee blijft de inkomstenstructuur van mboRijnland in hoge mate afhankelijk van de rijksbijdrage, die circa 94 procent van de totale baten vormt.

Lasten

Personeelslasten

  • De lonen en salarissen voor 2026 zijn begroot op basis van de formatiebegrotingen die aansluiten bij de geraamde studentaantallen. Vanaf 2027 dalen de personele lasten geleidelijk naar 77,5 procent, in lijn met het gemiddelde uit de Benchmark MBO 2024. Weloverwogen beslissingen bij het invullen van natuurlijk verloop (pensioneringen van ondersteunend en beheerpersoneel (OBP) en uitdiensttredingen) kunnen deze daling ondersteunen.
  • Voor 2027 en volgende jaren zijn nog niet alle geoormerkte subsidies en projectsubsidies toegekend of bekend. Daarom zijn hier geen baten of kosten voor opgenomen in de meerjarenbegroting. Om die reden kunnen toekomstige subsidies voor wijzigingen in de personeelskosten zorgen.

Afschrijvingen

  • De afschrijvingskosten zijn meerjarig geraamd op basis van het investeringsprogramma.

Huisvestingslasten

  • De huisvestingslasten zijn geraamd op basis van de meerjarenonderhoudsplanning en de lopende contracten. Op basis van het huidige beleid verwachten we dat deze kosten grotendeels stabiel blijven. Daarnaast is de verwachting dat de verduurzamingen vanuit het strategisch huisvestingsplan op termijn zullen leiden tot een besparing op de energiekosten. Dit aspect is op dit moment buiten beschouwing gelaten.

Overige lasten

  • De overige lasten, gebaseerd op de geraamde kosten, laten een lichte stijging zien door de extra uitgaven die ten laste van de bestemmingsreserve zijn begroot.
  • De publieke bestemmingsreserves worden in de periode 2025–2029 stapsgewijs aangewend voor de dekking van incidentele lasten en specifieke projecten. In de begroting is aangenomen dat de reserve volledig wordt uitgeput in 2029. Hierna zullen de overige lasten een lichte daling laten zien.

Financiële baten en lasten

  • In de meerjarenbegroting zijn rentebaten op de liquide middelen opgenomen. mboRijnland maakt hiervoor gebruik van schatkistbankieren.
  • Het huurcontract van onderwijsgebouw Lammenschans kwalificeert voor de opstallen als een financial lease. Een deel van de huurbetaling wordt daarom verantwoord als rentelast en als aflossing op de financial-leaseverplichting (€ 1,5 miljoen). In de komende jaren zullen de rentelasten geleidelijk dalen en de aflossingen toenemen, waardoor het totale bedrag stabiel blijft.
  • Voor de jaren 2026–2028 zijn rentelasten opgenomen voor de lening van in totaal € 40 miljoen ten behoeve van het strategisch huisvestingsplan. Vanaf 2028 komt hier tevens een bedrag voor de aflossingen op deze lening bij.

Algemeen meerjarenbeeld

Het eerdere beeld uit de beleidsrijke begroting 2025–2029 blijft van kracht. We verwachten nog steeds dat de investeringen uit het strategisch huisvestingsplan leiden tot hogere huisvestingskosten. Daardoor neemt de druk op de exploitatie toe. Tegelijkertijd veranderen de bekostiging in de mbo-sector, de samenstelling van de instroom en de omvang van andere investeringen (ICT, huisvesting en facilitair). Dit vraagt om een grondige analyse van de huidige kostenopbouw. Op basis daarvan werken we scenario’s en keuzerichtingen uit. Zo vergroten we de wendbaarheid van mboRijnland en houden we de organisatie toekomstbestendig.

9.3 Financiële kengetallen

Onderstaand overzicht geeft de ontwikkeling weer van kengetallen die de onderwijsinspectie hanteert. De ontwikkelingen, zoals verwacht op basis van de hierboven benoemde veronderstellingen, zijn als volgt:

Realisatie 2025Begroting 2026Begroting 2027Begroting 2028Begroting 2029Begroting 2030
Bedragen ( x € 1.000,- )
Solvabiliteit 2
Eigen vermogen + voorzieningen86.38980.77279.27477.77976.76676.766
Totaal passiva133.122136.196160.822157.579154.615152.596
Solvabiliteit 2 norm: > 0,30,650,590,490,490,500,50
Liquiditeit
Vlottende activa56.20936.96434.14128.26731.13927.538
Kortlopende schulden28.48322.59424.17124.24524.15524.039
Liquiditeit norm: > 0,51,971,641,411,171,291,15
Rentabiliteit
Exploitatieresultaat1.815-4.810-1.500-1.500-1.0120
Totale baten + rente baten199.160198.936199.455200.456200.156200.156
Rentabiliteit norm: > 0,00,01-0,02-0,01-0,01-0,010,00
Investeringsbehoefte als % van de jaaromzet
Investeringsbehoefte3.87926.41835.67412.6954.62813.155
Totale jaaromzet189.696189.741190.841191.841191.541191.541
2,0%13,9%18,7%6,6%2,4%6,9%

De meerjarenbegroting laat zien dat de indicatoren zich bewegen binnen de signaleringwaarden van de Inspectie van het Onderwijs.

9.4 A. Overige rapportages

A1. Rapportage aanwezigheid interne beheersing en planning-en-controlcyclus

Interne beheersing en toezicht
Het College van Bestuur is het bevoegd gezag van mboRijnland. De Raad van Toezicht houdt toezicht op de wijze waarop het College van Bestuur onze kennisinstelling bestuurt. In het jaarverslag van de Raad van Toezicht is de wijze beschreven waarop de raad zijn toezichthoudende rol vervult.

Het bestuur zette in 2025 verschillende middelen in voor de interne beheersing: de begrotings- en forecastgesprekken met de collegedirecteuren en stafdienstendirecteuren, de zelfevaluatie en kengetallenrapportages. Naast de formele overleggen voerde het College van Bestuur gezamenlijk werkoverleggen met de collegedirecteuren. Ook legden de bestuurders regelmatig werkbezoeken af en voerden zij op informele basis gesprekken met studenten en docenten.

Planning-en-controlcyclus
De planning-en-controlcyclus is integraal ingericht. Integraal, omdat de onderwijskwaliteitscyclus en de financiële en beheerscyclus geïntegreerd zijn, passend bij de besturingsfilosofie van integraal management zoals mboRijnland die kent. Het doel van de planning-en-controlcyclus is:

  • toezien op de rechtmatige en doelmatige besteding van de middelen;
  • naleving van de interne financiële procedures, vastgelegd in het handboek AO/IB;
  • beleidsmatig vooruitkijken en sturen, niet alleen op instellingsdoelen maar ook op de daarbij behorende inzet van mensen en middelen;
  • vastleggen van de voortgang en bijsturen waar dat nodig is;
  • afleggen van verantwoording.

Het resultaat van de planning-en-controlcyclus is dat mboRijnland nu én in de nabije toekomst zijn taken goed uitvoert, financieel gezond is en de continuïteit waarborgt.

De planning-en-controlcyclus is ingericht als een cyclisch proces. De cyclus start met de kaderbrief waarin uitgangspunten en aanwijzingen voor de begroting staan. Daarin zijn de ambities van en de aandachtspunten voor de begroting beschreven. Op basis hiervan maken de organisatieonderdelen hun begrotingen. Samen tellen die begrotingen op tot de begroting van mboRijnland.

Aan de jaarplannen is de financiële begroting verbonden, met als doel de jaarplannen en ambities te koppelen aan de inzet van middelen. Dit verstevigt het verband tussen de bestedingen en de beleidsdoelen. Zo vergroten we het inzicht in de doelmatigheid van de bestedingen. Op viermaands (tertiaal) basis is sturingsinformatie beschikbaar op het gebied van onderwijs, personeel en financiën. Driemaal per jaar stellen alle organisatieonderdelen een tertiaalrapportage op. Onderdeel hiervan is een financiële prognose waarin het organisatieonderdeel de actuele trend vergelijkt met de begroting.

Op basis van de tertiaalrapportage vinden gesprekken plaats, waarin resultaten en ontwikkelingen worden besproken. Deze gesprekken vinden plaats op drie niveaus:

  • op college-/dienstniveau: college- en stafdienstendirecteuren;
  • op centraal niveau: College van Bestuur met directies;
  • op instellingsniveau: het College van Bestuur verantwoordt aan de Raad van Toezicht.

De planning-en-controlcyclus eindigt jaarlijks met het opmaken van het jaarverslag. Op alle niveaus worden de resultaten van het afgelopen jaar geëvalueerd in het tertiaalgesprek. Zo wordt de verbinding gelegd tussen ‘waar willen wij heen’ (meerjarenstrategie), ‘wat gaan we doen’ (jaarplannen) en ‘waar staan we en wat hebben we bereikt’ (jaarverslag).

A2. Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

Deze rapportage geeft weer hoe we het risicomanagement binnen mboRijnland hebben vormgegeven. De afgelopen jaren hebben we diverse stappen gezet. Dit heeft geresulteerd in het huidige proces van risicomanagement.

Met ons risicomanagement maken we voortdurend de belangrijkste onzekerheden expliciet. Zo beheersen we de risico’s. We inventariseren en bespreken deze op vaste momenten en nemen ze op in de voortgangsrapportages. Zo voorkomen we dat we iets over het hoofd zien en maken we risico’s voor alle medewerkers inzichtelijk. Dit vergroot de alertheid. Beheersmaatregelen voeren we proactief en tijdig uit, voordat risico’s daadwerkelijk optreden.

Kader
Op bovenstaande manier hebben we binnen mboRijnland het risicomanagement verankerd in onze procesmatige manier van werken. Niet als een geïsoleerd proces, maar in samenhang binnen de PDCA-cyclus (plan, do, check, act; zie het schematisch overzicht aan het begin van deze paragraaf). In de praktijk betekent dit dat we geen aparte risico-overzichten opstellen, maar deze integreren in bestaande documenten, zoals jaarplannen, projectenplannen en voortgangrapportages (tertiaalrapportages).

 

A3. Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden

mboRijnland is een financieel gezonde organisatie en wil dat ook blijven. De meerjarenraming 2025-2029 sluit ook aan bij die ambitie.
Macrovoorspellingen rondom het verloop van de studentenaantallen duiden op een voortzettende krimp vanaf 2028. In hoeverre die krimp doorzet, is moeilijk te voorspellen. Het is daarom belangrijk om flexibiliteit in de kostenstructuur te behouden, zodat we snel op de ontwikkelingen kunnen inspelen.
Als onvoorziene risico’s zich voordoen, kan het nodig zijn bij te sturen door gerichte keuzes te maken.
Het bestuur en management besteden veel aandacht aan de strategische risico’s van mboRijnland. De hieronder genoemde risico’s beïnvloeden direct of de organisatie haar doelstellingen al dan niet haalt.

Categorie mogelijke risico’sMitigerende maatregelen
Onderwijskwaliteit

I. De gerealiseerde onderwijsresultaten voldoen niet aan de eisen van de inspectie.
II. Studententevredenheid is lager dan gewenst.
III. Flexibilisering onderwijs geeft niet de gewenste resultaten
I. Uitvoeren van audits.
II. Intern kwaliteitszorgsysteem.
III. Monitoring van de onderwijsresultaten binnen de Flexpeditie.
Studentenaantallen

I. Instroom studenten blijft achter.
II. Uitvalpercentages nemen toe.
III. Studentenwelzijn is in het geding.
IV. Interne doorstroom blijft achter.
I. Gerichte wervingscampagnes. Aanbieden meerdere instroommomenten.
II. Gericht beleid om uitval te voorkomen. Actieve ondersteuning op het punt van studentenbegeleiding voor een grotere aanwezigheid van studenten.
III. Specifieke begeleiding en adequaat zorgsysteem.
IV. Aantrekkelijk en actueel onderwijsaanbod. Aanbieden meerdere instroommomenten en vanuit begeleiden zorgen voor warme overdracht.
Verbeteren bedrijfsvoering

I. Ziekteverzuim is hoog.
II. Doelstellingen en budgetten worden niet gerealiseerd.
III. We voldoen niet aan de AVG en ons interne beleid rond privacy en security.
IV. Ten aanzien van het strategisch huisvestingsplan 2023-2035 halen we de planning niet of hebben we financierings-/begrotingsproblemen.
V. We hebben last van de krappe arbeidsmarkt.
VI. Er is een lage medewerkerstevredenheid.
VII. Er is gebrek aan digitaal bekwaamheid.
VIII. Door een beperkte datakwaliteit dreigt verkeerde besluitvorming.
IX. Door op handen zijnde bezuinigingen uit de politieke arena en stijgende kosten door grote investeringen die op onze eigen agenda staan, bestaat het risico dat we niet kunnen blijven voldoen aan de ratio’s (onderwijsinspectie)
I. Ziekteverzuimbeleid, vitaliteit bevorderen, gebruikmaken van externe hulpbronnen (coaches, psychologen) en als leidinggevenden in gesprek blijven.
II. Doelen koppelen aan eigenaren en opnemen binnen de P&C-cyclus. Meerjarige visie. Creëren van bewustwording en betekenis geven aan gezonde bedrijfsvoering.
III. Goede systeembeveiliging.
IV. SHP-regiegroep, projectsturing, financiële sturing inregelen, deelprojecten (faseringen).
V. Beleid wendbaar werken, aandacht voor talenten van medewerkers.
VI. Beleid op thema werkgeluk.
VII. Project digitaal bekwaam als onderdeel van de Flexpeditie.
VIII. Datagovernance, data-eigenaarschap, project op orde brengen van datakwaliteit.
IX. Continu monitoren van de ratio’s en zo nodig bijsturen.
Technologie en ICT

I. Innovatie in dienst van het onderwijs blijft achter.
II. Er is sprake van hacks en cyberaanvallen.
I. Scholing van medewerkers en aansluiten op externe ontwikkelingen. Realisatie van een state of the art ICT-omgeving.
II. Goede digitale infrastructuur met bijbehorende beveiliging. IT-audits, assessments en weerbaarheidstesten; NBA, DPIA’s, pentesten, awareness campagnes.

Naast de bovengenoemde risico’s waarbij maatregelen zijn geformuleerd, ziet mboRijnland ook meerjarig een aantal onzekerheden:

  • mogelijke bezuinigingen van het Rijk en de lagere overheden door een herverdeling van de rijksbegroting;
  • de uitvoering en financiering van het Strategisch Huisvestingsplan 2023-2035.

Uit de opstelling is duidelijk dat voorzienbare risico’s zijn onderkend en dat beheersmaatregelen aanwezig zijn. We gaan niet in op generieke risico’s die zijn gekoppeld aan wijzigingen in wet- en regelgeving. Deze risico’s gelden voor iedere organisatie en worden veelal besproken en aangepakt op het niveau van de MBO Raad.

A4. Rapportage toezichthoudend orgaan

De rapportage van het toezichthoudend orgaan is opgenomen in het bestuursverslag. Dit is te vinden in hoofdstuk 5.

B1. Verantwoording Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten

Op 9 april 2025 is de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten gepubliceerd. mboRijnland past deze Beleidsregel met ingang van het jaarverslag 2025 toe. Door deze beleidsregel wordt de beleidsregel uit 2021 ingetrokken. 

mboRijnland voert geen commerciële onderwijstrajecten uit. Wel bieden we contractonderwijs aan voor bedrijven, individuele deelnemers en maatschappelijke instellingen. Het gaat hier om onderwijstrajecten in het kader van Leven Lang Ontwikkelen. De activiteiten leveren een bijdrage aan de ontwikkeling van beroepsvaardigheden en sluiten aan op de praktijk.

De beleidsregel 2025 definieert private activiteiten als: “alle activiteiten die onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag worden uitgevoerd en die niet tot de wettelijke taak kunnen worden gerekend”.

Risicobeheer en -beleid 
Om ervoor te zorgen dat al onze private initiatieven voldoen aan wet- en regelgeving en doelmatig worden uitgevoerd, zijn beheersmaatregelen ingericht. Processen worden periodiek geoptimaliseerd en stelselmatig gecontroleerd. Dit systeem zorgt voor een heldere en verantwoorde omgang met publieke middelen. 

De organisatie van Stichting mboRijnland is ingericht als één juridische entiteit (stichting). Alle activiteiten vallen onder gezag van het college van bestuur. Private activiteiten zijn gekoppeld aan een college of diensten. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de beroepspraktijk. Colleges en de diensten zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling, uitvoering en borging van deze activiteiten. De private activiteiten worden overwegend uitgevoerd door medewerkers van de instelling. 

De kosten worden toegerekend op basis van de integrale kostprijs. Dit wordt nader toegelicht in de paragraaf integrale kostprijs.

Integrale kostprijs
De beleidsregel schrijft voor dat ”de private activiteit wordt aangeboden voor ten minste een tarief dat gelijk is aan of groter is dan de integrale kostprijs van die activiteit, dan wel tegen een marktconform tarief”. 

Binnen mboRijnland wordt onder kostendekkend verstaan dat de integrale kostprijs, inclusief risico-opslag, gelijk is aan de baten. Voor alle activiteiten wordt gewerkt met integrale kostprijzen en een gestandaardiseerd format voor voor- en nacalculatie. Hierdoor ontstaat vanaf de start inzicht in de financiële levensvatbaarheid van projecten en activiteiten. Kosten worden transparant gemaakt en elk project of activiteit is gericht op kostendekking.

Investeringen en contracten worden door middel van een procuratieregeling op een duidelijk, controleerbare en juridisch correcte manier vastgelegd. 

Om kennis en vaardigheden op peil te houden, nemen betrokken medewerkers deel aan interne en externe trainingen en relevante netwerken. Deze richten zich op kostprijsberekening, beleidsregels en de juridische context waarbinnen wordt gewerkt.

Geïnvesteerde publieke middelen en de mutaties in het jaarverslag 
Private activiteiten die niet onder een grotere groep activiteiten vallen en waarvan de cumulatieve waarde kleiner is dan 0,1% van de publieke middelen zijn niet opgenomen in bovenstaand overzicht. 

mboRijnland heeft de volgende activiteiten in 2025 als private activiteiten aangemerkt:

Soort private activiteitOmvang batenOmvang lastenInvestering publieke middelenOrganisatorische inbedding en toedeling van verantwoordelijkheidMeerwaarde bekostigde wettelijke taak
Bedragen ( x € 1.000,- )
Leerbedrijf en loopbaantrajecten137 155 18 Het leerbedrijf en de loopbaantrajecten worden aangeboden vanuit de dienstverlenende centra. De directeur van het betreffende centrum is verantwoordelijk.Dit betreft de loopbaantrajecten voor gemeente Gouda en Leiden naast verschillende bedrijven zoals Stichting Confessioneel Onderwijs en Stichting Confessioneel Onderwijs Leiden. Het leerbedrijf betreft de ontmoetingsplek LLokaal voor het samenkomen van onderwijs, arbeidsmarkt en samenleving. LLokaal is er voor iedereen die zich wil blijven ontwikkelen: studenten, werkenden en werkzoekenden uit Leiden en omgeving.
Leven Lang Ontwikkelen388 438 50 Leven Lang Ontwikkelen (LLO) betreft het aanbieden van verschillende LLO-onderwijstrajecten. Dit wordt gedaan door alle colleges. De directeur van het betreffende college is verantwoordelijk.Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-trajecten zijn te onderscheiden in de categorieën BBL-maatwerk, deelopleidingen, praktijkverklaringen en cursussen/trainingen. Team LLO helpt mboRijnland met de ontwikkeling van een Lerend Regionaal Netwerk.
Detachering318 375 132 Detachering van medewerkers kan plaatsvinden binnen alle colleges en diensten van de school. De directeur van de betreffende eenheid is verantwoordelijk.Het gaat hierbij om medewerkers die gedetacheerd zijn naar verschillende scholen maar ook naar het expertisepunt LOB van de MBO Raad, leerwerkloket van de gemeente Zoetermeer en medewerker catering bij de cateraar Markies die catering binnen verschillende locaties van onze school verzorgd. De functies die de medewerkers bij de verschillende instellingen vervullen zijn gericht op de verbinding met het onderwijs en het versterken van de samenwerking met het werkveld.
Onderwijsmaterialen368 368 - Alle colleges verkopen onderwijsmaterialen aan de studenten. De directeur van het betreffende college is verantwoordelijk.Het gaat hierbij om leermiddelen benodigd voor een opleiding die o.a. via de MBO-webshop zijn verkocht maar ook de doorbelasting van licenties aan studenten.
Overige baten uit beroepspraktijkvorming378 378 - Alle colleges en diensten van de school hebben overige baten ontvangen. De directeur van de betreffende eenheid is verantwoordelijk.Dit betreft verschillende baten bij verschillende colleges en centra. Hieronder is o.a. opgenomen het opzetten van een ISK-schoollocatie in Leiden voor ISK-leerlingen van 17 jaar en ouder in samenwerking met ISK Leiden, ISK Duin- en Bollenstreek. Tevens is een bijdrage ontvangen van het Gravendreef College hierin opgenomen. Deze bijdrage is voor 16 studenten die deelnemen aan de doorlopende leerroute. In de doorlopende leerroute worden de bovenbouw van het vmbo en het mbo gecombineerd tot één onderwijsprogramma. Daarnaast is de bijdrage uit het LLO-collectief laaggeletterden hierin opgenomen.
Total baten1.5891.714200

Uitgangspunt is dat activiteiten kostendekkend worden uitgevoerd op basis van integrale tarieven. In de praktijk wordt dit nog niet overal volledig toegepast. Hierdoor is in 2025 een bedrag van € 200.000 aan publieke middelen ingezet binnen private activiteiten. Naar de toekomst toe wordt er beleid ontwikkeld om dit te corrigeren.

Hier volgt een overzicht van de specifieke toelichting op de activiteiten: 

Leerwerkbedrijf: 
Binnen het leerwerkbedrijf staat samenwerking met het werkveld centraal. Dit leidt tot maatwerktrajecten, ontworpen in nauwe samenwerking met bedrijven en instellingen. De trajecten zijn skills-based en gericht op het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Studenten ontwikkelen hierbij vaardigheden die aansluiten op de behoeften van werkgevers, wat hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt vergroot.

Leven Lang Ontwikkelen:
mboRijnland verzorgt cursussen en trainingen voor bij- en nascholing in de beroepspraktijk. Het betreft veelal kortdurende trajecten voor bedrijven of instellingen. Hierbij dragen wij bij aan de ambitie om vakmensen op mbo-niveau te ondersteunen in hun ontwikkeling gedurende hun loopbaan. De trajecten binnen Lang Leven Ontwikkelen, omvatten onder andere BBL-maatwerk, deelopleidingen, praktijkverklaringen en cursussen of trainingen. Daarnaast ondersteunt het team bij het opbouwen van een lerend regionaal netwerk.

Detacheringen: 
Medewerkers worden gedetacheerd naar onderwijsinstellingen en organisaties zoals Gemeente Zoetermeer en de MBO Raad. Dit zien wij als onderdeel van onze wettelijke taak. De detacheringen bieden ons personeel unieke kansen voor professionele ontwikkeling, wat hun kennis en vaardigheden verrijkt. De opgedane ervaringen worden teruggebracht naar onze instelling, wat bijdraagt aan de verbetering van ons onderwijsaanbod en de praktijkrelevantie van onze programma’s. 

Bij de detacheringen wordt beoordeeld of sprake is van wettelijke taakuitvoering of van een situatie die valt onder de vrijgestelde btw-bepalingen van de Wet op de omzetbelasting 1968. 

Onderwijsmaterialen: 
Studenten kunnen via een centraal platform onderwijsmaterialen aanschaffen. Dit draagt bij aan uniform gebruik en ondersteunt de effectiviteit van het onderwijsproces.

Overige baten uit beroepspraktijkvorming (bpv): 
Beroepspraktijkvorming vormt een essentieel onderdeel van de opleiding. Studenten passen kennis toe in de praktijk en ontwikkelen vaardigheden binnen de beroepspraktijk. Dit versterkt hun leerproces en vergroot hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

Vooruitblik 2026 
Voor 2026 ligt de focus op het verder optimaliseren en evalueren van processen. Periodieke feedbackmomenten worden ingezet om ontwikkelingen te borgen en de uitvoering verder te verbeteren.

B2. Verantwoording tijdige aanwezigheid verklaring omtrent gedrag

Tabel tijdige aanwezigheid verklaring omtrent gedrag

Nieuwe VOG's in 2025VOG aanwezig op ingangsmoment VOG te laat aanwezig (tussen 1 en 5 rapporteert u met '<5')VOG niet aanwezig (tussen 1 en 5 rapporteert u met '<5')
Nieuwe medewerkers in loondienst 27100
Nieuwe personen niet in loondienst met een VOG-verplichting 4500

Bovenstaande gegevens hebben betrekking op 2025. Hier staan de medewerker in die in dienst zijn getreden in 2025 en die op dit moment nog in dienst zijn. Niet de medewerkers die in hetzelfde jaar (2025) weer uit dienst zijn gegaan. De nieuwe medewerkers in loondienst betreffen personeelsleden en leraren in opleiding. De nieuwe personen niet in loondienst betreffen externe medewerkers (niet van een preferred supplier), stagiairs en vrijwilligers. Geconcludeerd kan worden dat alle VOG’s in 2025 tijdig aanwezig waren.

Hoofdstuk 10


Jaarrekening

10.1 Balans per 31 december 2025 (na resultaatbestemming)

31-12-202531-12-2024
Bedragen x € 1.000,-
1Activa
1.1Vaste activa
1.1.2Materiële vaste activa76.91179.733
1.1.3Financiële vaste activa22
Totaal vaste activa76.91379.735
1.2Vlottende activa
1.2.2Vorderingen2.0472.597
1.2.4Liquide middelen54.16145.362
Totaal vlottende activa56.20947.959
Totaal activa133.122127.693
2Passiva
2.1Eigen vermogen76.24474.429
2.2Voorzieningen10.1458.871
2.3Langlopende schulden18.25018.639
2.4Kortlopende schulden28.48325.753
Totaal passiva133.122127.693

10.2 Staat van baten en lasten 2025

Realisatie 2025Begroot 2025Realisatie 2024
Bedragen x € 1.000,-
3Baten
3.1Rijksbijdragen189.696178.594180.774
3.2Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden1.5312.0291.912
3.3College-, cursus-, les- en examengelden1.5511.3111.802
3.4Baten werk in opdracht van derden3.0612.0252.633
3.5Overige baten2.0571.7211.767
Totaal baten197.895185.680188.887
4Lasten
4.1Personeelslasten156.635148.672144.984
4.2Afschrijvingen6.7017.3507.593
4.3Huisvestingslasten12.34112.65812.104
4.4Overige lasten19.65217.66017.104
Totaal lasten195.329186.341181.784
Saldo baten en lasten2.566-6607.103
6.1Financiële baten1.2665001.684
6.2Financiële lasten-2.017-1.499-1.616
Totaal financiële baten en lasten-751-99968
Totaal resultaat1.815-1.6597.171

10.3 Kasstroomoverzicht 2025

20252024
Bedragen x € 1.000,-
Kasstroom uit operationele activiteiten
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening2.5657.103
Aanpassingen voor aansluiting bedrijfsresultaat:
Afschrijvingen6.7017.593
Voorzieningen1.274-555
Veranderingen in werkkapitaal:
Kortlopende vorderingen549-659
Kortlopende schulden2.730195
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties13.81913.676
Ontvangen interest1.2661.684
Mutaties overige financiële vaste activa-2.017-1.616
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten13.06713.744
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Investeringen in materiële vaste activa-3.915-3.639
Desinvesteringen in materiële vaste activa350
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten-3.879-3.639
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Aflossing langlopende schulden-389-361
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten-389-361
Mutatie liquide middelen8.7999.744
Beginstand liquide middelen45.36235.618
Mutatie liquide middelen gedurende het boekjaar8.7999.744
Eindstand liquide middelen54.16145.362

10.4 Algemene toelichting

Juridische vorm en voornaamste activiteiten
De voornaamste activiteiten van mboRijnland bestaan uit het verzorgen van wettelijk bekostigd onderwijs. mboRijnland is statutair gevestigd in Leiden en ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 41159510.

Toegepaste standaarden
De basis voor het opstellen van de jaarrekening zijn de inrichtingsvereisten van boek 2, titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en de Raad voor de Jaarverslaggeving. Specifiek voor onderwijsinstellingen gelden de bepalingen en modellen zoals opgenomen in Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 660. De inrichtingseisen op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs zijn van toepassing.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling 
Tenzij anders vermeld hebben we de activa en passiva, met uitzondering van het eigen vermogen, gewaardeerd tegen nominale waarde of verkrijgingsprijs. Een actief nemen we in de balans op wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de organisatie toevloeien en we de waarde daarvan betrouwbaar kunnen vaststellen. Een verplichting nemen we in de balans op wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard gaat met een uitstroom van middelen en we de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kunnen vaststellen. De opbrengsten en kosten rekenen we toe aan de periode waarop zij betrekking hebben. De jaarrekening presenteren we in euro’s (duizendtallen), de functionele valuta van de organisatie. 

Vrijstelling geconsolideerde jaarrekening 
De financiële gegevens van de organisatie hebben we in de jaarrekening verwerkt. Op grond van artikel 407 Boek 2 BW mogen groepsmaatschappijen in sommige gevallen buiten de geconsolideerde jaarrekening blijven. De verplichting tot consolidatie geldt niet voor gegevens van de in de consolidatie te betrekken maatschappijen van wie de gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is op het geheel. Daar dit voor alle groepsmaatschappijen in 2025 van toepassing is, is conform artikel 407 Boek 2 BW afgezien van consolidatie.

Schattingen 
Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het College van Bestuur gebruik van schattingen. Die zijn van invloed op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en de baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. Voortdurend beoordelen we de schattingen en onderliggende veronderstellingen. Herzieningen van schattingen nemen we op in de periode waarin we de schatting herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. 

Inschattingen zijn met name gemaakt met betrekking tot de afschrijving op de vaste activa (inclusief de bepaling van de (impairment) en de restwaarde hiervan en de (personele) voorzieningen. 

Eventuele bijzonderheden ten aanzien van schattingen, aannames en veronderstellingen hebben we hierna opgenomen bij de toelichtingen van de resultaat- en balansposten. Het effect van een schattingswijziging dient te worden verwerkt in de winst- en verliesrekening (RJ 145.301):

 • in de periode waarin de schattingswijziging plaatsvindt, indien de wijziging alleen invloed heeft op die periode;
 • in de periode waarin de schattingswijziging plaatsvindt, alsmede de toekomstige perioden, indien de wijziging zowel van invloed is op de huidige periode als op de toekomstige perioden. 

In 2025 hebben zich geen schattingswijzigingen voorgedaan.

Continuïteit van de instelling
De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een continuïteitsveronderstelling. Er is naar onze mening geen sprake van materiële onzekerheid over de continuïteit.


10.4.1 Financiële instrumenten 

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten (zoals vorderingen en schulden), als afgeleide financiële instrumenten (derivaten) verstaan. In de toelichting op de onderscheiden posten van de balans wordt de reële waarde van het betreffende instrument toegelicht als die afwijkt van de boekwaarde. Indien het financiële instrument niet in de balans is opgenomen, geven we de informatie over de reële waarde in de toelichting op de ‘Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen’. 

Een toelichting op de voorwaarden van de financiering inzake het leaseconstruct van onderwijsgebouw Lammenschans aan het Bètaplein in Leiden staat in de toelichting op de langlopende schulden.

10.4.2 Grondslagen voor de waardering van activa en passiva 

Materiële vaste activa 
Gebouwen en terreinen, inventaris en apparatuur, andere vaste bedrijfsmiddelen en vooruitbetalingen op materiële vaste activa waarderen we tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen óf een lagere realiseerbare waarde en bijzondere waardeverminderingen. Als realiseerbare waarde hanteren we de hoogste van de directe of indirecte opbrengstwaarde

De afschrijvingen berekenen we als een percentage over de aanschafprijs. Dit doen we volgens de lineaire methode, op basis van de verwachte gebruiksduur, rekening houdend met een eventuele restwaarde. We schrijven niet af op terreinen, materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa. Jaarlijks beoordelen we of een duurzame waardevermindering aan de orde is.

Activeringsgrens

   Voor roerende goederen ligt de activeringsgrens op een aanschafprijs boven € 5.000. De afschrijving vindt plaats naar rato van het jaar en de maand van aanschaf.

 • Voor onroerende goederen wordt deze activeringsgrens ook gebruikt. De eerste afschrijving voor nieuwbouw vindt plaats na ingebruikname. Bij renovatie, verbouwingen of groot onderhoud vindt afschrijving plaats naar rato van de voortgang van de werkzaamheden gedurende het jaar.

 

We hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen:

We hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: Aantal maanden:
Gebouwen 360
Gebouw LMS (Leasetermijn) 367
Gebouwen en semi-permanent 240
Terreinen0
Verbouwing 120
Keuken 120
Audiovisual 48
Hardware 48
Software 48
Deelnemerinformatiesysteem (hard- en software) 84
Machines 120
Schoolmeubilair 120
Kantoormeubulair 120
Vervoermiddelen 60

De materiële vaste activa waarvan de stichting mboRijnland en haar groepsmaatschappijen krachtens een financiële leaseovereenkomst het economische eigendom heeft, hebben we geactiveerd. De uit de huidige financiële leaseovereenkomst voortkomende leaseverplichting hebben we als schuld verantwoord. De in de toekomstige leasetermijnen begrepen interest brengen we gedurende de looptijd van de financiële leaseovereenkomst ten laste van het resultaat.

Toepassen van componentenmethode direct bij het moment van aankoop/verwerving actief
Tot 1 januari 2019 werden de investeringen in nieuw aangekochte/verworven materiële vaste activa geactiveerd zonder de afzonderlijke (separaat op termijn te vervangen) componenten te identificeren. Pas op het moment dat er groot onderhoud werd gepleegd, werden de kosten van groot onderhoud als separaat (op termijn te vervangen) bestanddelen verwerkt. Met ingang van 1 januari 2019 is deze mogelijkheid in RJ 212 komen te vervallen voor nieuw aangekochte/verworven activa. Het allocatiemoment van groot onderhoud en afschrijving hiervan vindt hierdoor plaats reeds bij aankoop/verwerving van het actief.

Financiële vaste activa 
Deelnemingen waarmee we invloed van betekenis kunnen uitoefenen op het zakelijke en financiële beleid, waarderen we volgens de nettovermogenswaardemethode. We berekenen de nettovermogenswaarde volgens de grondslagen die gelden voor mboRijnland. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. We nemen een voorziening op, indien en voor zover mboRijnland in deze situatie geheel of deels instaat voor de schulden van de deelneming of het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen. 

De overige financiële vaste activa hebben we tegen marktwaarde gewaardeerd. 

Vorderingen 
We nemen de vorderingen en overlopende activa bij eerste verwerking op tegen de reële waarde. Vervolgens waarderen we deze tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid brengen we in mindering. We bepalen deze voorzieningen op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

Het saldo van projecten uit hoofde van werk in opdracht van derden, leidt tot een vordering of een schuld op de balans. Het saldo bepalen we per project. Een eventueel noodzakelijke voorziening op een project uit hoofde van werk in opdracht van derden presenteren we onder de voorziening Verlieslatende contracten.

Liquide middelen 
De liquide middelen hebben we opgenomen tegen nominale waarde. 

Eigen vermogen 
Onder het eigen vermogen presenteren we de algemene reserve en de bestemmingsreserves. De algemene reserve is de reserve die ter vrije beschikking staat van mboRijnland. Indien we een beperktere bestedingsmogelijkheid hebben aangebracht, hebben we het aldus afgezonderde deel van het eigen vermogen aangeduid als bestemmingsreserve. Hierbij maken we onderscheid tussen reserves die zijn opgebouwd uit publieke dan wel uit niet-publieke (private) middelen. De bestemming van de bestemmingsreserve wordt vastgesteld door het College van Bestuur.

Voorzieningen 
Onder de voorzieningen presenteren we de personele voorzieningen en de voorziening huisvesting. De voorzieningen nemen we tegen contante waarde op. Toevoegingen aan de voorzieningen vinden plaats ten laste van de staat van baten en lasten. Uitgaven vinden rechtstreeks plaats ten laste van de voorzieningen.

We nemen een voorziening in verband met verplichtingen uitsluitend op als, bedoeld in artikel 2:374 lid 1, eerste volzin BW: 

• stichting mboRijnland op de balansdatum een huidige, in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft op grond van een gebeurtenis uit het verleden; 

• een uitstroom van middelen waarschijnlijk is vereist om de verplichting af te wikkelen; 

• we een betrouwbare schatting kunnen doen van het bedrag van de verplichting. 

Langlopende schulden 
Schulden met een resterende looptijd van langer dan één jaar gelden als langlopend. Het aflossingsbedrag van het lopende jaar staat onder de kortlopende schulden. Langlopende schulden waarderen we tegen geamortiseerde kostprijs. Op de afdekking van de renterisico’s van de langlopende schulden hebben we swaps afgesloten.

Kortlopende schulden 
Schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar duiden we aan als kortlopend. Schulden worden niet gesaldeerd met activa. De kortlopende schulden nemen we op tegen geamortiseerde kostprijs, die niet afwijkt van de nominale waarde.

Overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen (waaronder geoormerkte bijdragen) en nog te betalen bedragen betreffende lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, houden we het nog niet bestede gedeelte op deze post aan. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten vindt plaats naar rato van de besteding.

Overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen (waaronder geoormerkte bijdragen) en nog te betalen bedragen betreffende lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van bedragen die voor meerdere jaren beschikbaar zijn gesteld, houden we het nog niet bestede gedeelte op deze post aan. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten vindt plaats naar rato van de besteding.

Pensioenen 
mboRijnland heeft voor haar werknemers een pensioenregeling. Werknemers die hiervoor in aanmerking komen, hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen. De pensioenuitkering is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon en wordt berekend over de jaren dat de werknemer pensioen opbouwde bij mboRijnland. 

De verplichtingen die voortvloeien uit deze personeelsrechten, brachten we onder bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. mboRijnland betaalt hiervoor 70 procent van de premies, de werknemer betaalt 30 procent. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door zijn financiële verplichtingen) dit toelaat.

Op 31 december 2025 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 123,5 procent (bron: www.abp.nl). Deze dekkingsgraad was op 31 december 2024 112,0 procent. De pensioenregels schrijven voor dat de beleidsdekkingsgraad van ABP 113,9 procent moet zijn. Afhankelijk van de rente en beleggingsmix kan deze grens verschuiven. Ook is wettelijk bepaald dat de beleidsdekkingsgraad niet langer dan vijf jaar onder 104,0 procent mag liggen. 

mboRijnland is niet verplicht aanvullende bijdragen te doen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. We verantwoorden daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening. 

 

10.4.3 Grondslagen voor de waardering van de resultaatbepaling 

Het jaarresultaat ontstaat door de baten te verminderen met de lasten over dezelfde periode. Daarbij rekenen we baten aan het verslagjaar toe voor zover de betreffende prestaties zijn verricht in het verslagjaar. Dit doen we met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten rekenen we toe aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. De afschrijvingen berekenen we lineair op basis van de levensduur die is vermeld onder de grondslagen van waardering. 

Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en -subsidies 
De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) verwerken we in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig als bate in de staat van baten en lasten.

Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) hebben we verantwoord ten gunste van de staat van baten en lasten, naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar we op de balansdatum nog geen activiteiten voor hebben verricht, staan onder de overlopende passiva.

Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) staan verantwoord ten gunste van de staat van baten en lasten, in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. 

Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningclausule) staan verantwoord ten gunste van de staat van baten en lasten, in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet-bestede middelen staan onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet-bestede middelen verantwoorden we onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn op de balansdatum is verlopen.

Overige exploitatiesubsidies brengen we ten gunste van de staat van baten en lasten in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen, waarin de opbrengsten zijn gederfd of waarin het exploitatietekort zich heeft voorgedaan.

College-, cursus- en examengelden 
De college-, cursus- en examengelden hebben we toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. 

Baten werk in opdracht van derden 
Opbrengsten uit hoofde van werk in opdracht van derden (contractonderwijs en overige) hebben we als baten opgenomen in de staat van baten en lasten voor een bedrag gelijk aan de kosten, indien zeker is dat deze kosten declarabel zijn. Een eventueel positief resultaat hebben we genomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum (de zogeheten percentage- of completion-methode). Het stadium van voltooiing bepalen we aan de hand van beoordelingen van de verrichte werkzaamheden. Voor een eventueel verwacht negatief resultaat treffen we een voorziening die we hebben ondergebracht in de voorziening Verlieslatende contracten. 

Overige baten
Overige baten bestaan uit baten uit verhuur, detachering, catering, verkoop van (onderwijs)materialen en overige baten. Dit zijn baten die voortvloeien uit gebeurtenissen en transacties die behoren tot de normale bedrijfsuitoefening, maar gezien de aard, omvang of het incidentele karakter onder de overige baten worden gepresenteerd.

Lasten 
De lasten bepalen we met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en rekenen we toe aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en voldoen aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen. 

Financiële baten en lasten 
Rentebaten verantwoorden we in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Eventuele winsten of verliezen verantwoorden we onder financiële baten en lasten. 

Een deel van de leasetermijnen die in rekening worden gebracht op de leaseconstructie van het pand aan het Bètaplein in Leiden, verwerken we als rentelast. De betalingen uit hoofde van de afgesloten renteswaps (derivaten) verwerken we eveneens als rentelast. 

Kasstroomoverzicht 
Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode en geeft de mutatie weer op de liquide middelen. Items die geen invloed hebben op de kasstromen hebben we niet meegenomen.

10.4.4 Materiele vaste activa 

Aanschaf prijs 1-1-2025Afschrijving cumulatief 1-1-2025Boekwaarde 1-1-2025Investeringen Aanschaf desinvesteringenAfschrijv. desinvesteringenAfschrijvingen Aanschaf prijs 31-12-2025Afschrijving cumulatief 31-12-2025Boekwaarde 31-12-2025
Bedragen x € 1.000,-
1.1.2Materiële vaste activa
1.1.2.1Gebouwen en terreinen155.00082.02272.9781.549004.776156.55086.79869.751
1.1.2.3Inventaris en apparatuur13.5737.2086.3651.5901.9421.9071.90913.2207.2106.010
1.1.2.4Overige materiële vaste activa257100158-90001516711552
1.1.2.5Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op MVA23202328650001.09701.097
Materiële vaste activa169.06289.32979.7333.9151.9421.9076.701171.03494.12376.911

Toelichting op de balans

Boekwaarde 1-1-2025Investeringen en verstrekte leningenDesinvesteringen en afgeloste leningenResultaat deelnemingenBoekwaarde 31-12-2025
1.1.3Financiële vaste activa
1.1.3.1Deelnemingen in groepsmaatschappijen20002
1.1.3.5Vorderingen op OCW/EZ00000
Financiële vaste activa20002

Onderwijsgebouw aan het Betaplein in Leiden (Lammenschans)
Het leasecontract van 2015 voor het gebouw aan het Bètaplein in Leiden (Lammenschans) kwalificeert het gebouw als een financial lease voor de opstallen en een operational lease voor de grond. De financial lease voor de opstallen is in de balans opgenomen en de boekwaarde bedraagt per ultimo 2025 € 14,9 miljoen (2024: € 15,6 miljoen). De looptijd van de afschrijving bedraagt 367 maanden. De afschrijving was in 2025 € 0,7 miljoen. De leaseverplichting van € 18,2 miljoen op 31 december 2025 lossen we gedurende de gebruiksperiode af via het betalen van de leasetermijnen. De aflossing in 2025 bedroeg € 0,4 miljoen. Het grondcomponent (met een reële waarde van € 9,5 miljoen) hebben we off balance verwerkt en leidt tot jaarlijkse huurlasten.

Investeringen
We investeren in onze onderwijsgebouwen om het onderwijs in de regio toekomstbestendig te houden. In lijn met deze doelstelling hebben wij in 2025 voor € 2,4 miljoen in onze locaties geïnvesteerd.

Overig
De totale WOZ-waarde van onze gebouwen in eigendom bedraagt in 2025 € 66,1 miljoen (2024: € 65,8 miljoen). Huurpanden zijn buiten beschouwing gelaten. De WOZ-waarde van het gebouw aan het Betaplein in Leiden (Lammenschans) moet wel meegenomen worden, omdat dit huurgebouw vanwege de financial lease on-balance verantwoord is. De WOZ-waarde van dit pand is € 25,5 miljoen (2023: € 26,3 miljoen) en moet voor een goede vergelijking dus worden opgeteld bij de € 65,8 miljoen.

Vorderingen

31-12-202531-12-2024
Bedragen x € 1.000,-
1.2.2Vorderingen
1.2.2.1Debiteuren algemeen303343
1.2.2.4Vorderingen op groepsmaatschappijen185147
1.2.2.6Vorderingen op personeel2117
1.2.2.7Vorderingen (ouders van) ll / studenten / deelnemers / cursisten419782
Subtotaal vorderingen9291.289
Overlopende activa:
1.2.2.12Vooruitbetaalde kosten1.1691.143
1.2.2.13Verstrekte voorschotten00
1.2.2.14Te ontvangen interest283397
1.2.2.15Overlopende activa overige1278
1.2.2.16Voorziening oninbaarheid-346-311
Subtotaal overlopende activa1.1191.307
Vorderingen2.0472.597

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar.

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt:

31-12-202531-12-2024
Bedragen x € 1.000,-
Stand per 1 januari-311-318
Onttrekking
Dotatie/vrijval-357
Stand per 31 december-346-311

Effecten & liquide middelen

31-12-202531-12-2024
Bedragen x € 1.000,-
1.2.4Liquide middelen
1.2.4.2Tegoeden op bankrekeningen54.16145.362
Liquide middelen54.16145.362

De vermelde tegoeden betreffen tegoeden van lopende bankrekeningen bij Rabobank en ING Bank.

Binnen de liquide middelen heeft mboRijnland ultimo boekjaar twee bankgaranties van totaal € 113.505 (2024: € 113.505) waarvan de liquide middelen niet vrij opneembaar zijn. Alle overige liquide middelen staan ter vrije beschikking.

Eigen vermogen

Stand per 1-1-2024Resultaat 2024Overige mutatiesStand per 1-1-2025Resultaat 2025Overige mutatiesStand per 31-12-2025
Bedragen x € 1.000,-
2.1Groepsvermogen
2.1.1.1Algemene reserve61.3415.071066.4123.802070.214
2.1.1.2Bestemmingsreserves publiek5.8472.10007.947-1.98805.960
2.1.1.3Bestemmingsreserves privaat7000700070
Groepsvermogen67.2597.171074.4291.815076.244

Het eigen vermogen van mboRijnland bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves publiek en privaat. Het eigen vermogen dient als buffer voor het opvangen van tegenvallers in de exploitatie en heeft tevens een financieringsfunctie. Het eigen vernogen muteert door toevoeging van het resultaat na belasting met € 1,8 miljoen, naar € 76,2 miljoen.

Eind 2023 bestond de bestemmingsreserve publiek uit een benoemde reservering voor kwaliteitsverbetering van het onderwijs van € 2,0 miljoen; een bestemde reservering voor specifieke kosten verbonden aan de uitvoering van het strategische huisvestingsplan van € 2,0 miljoen en € 1,8 miljoen voor het opvangen van kosten vanuit NPO-activiteiten. Vanuit de verdeling van het resultaat 2024 is er € 2,1 miljoen toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Vanuit de verdeling van het resultaat 2025 is er € 0,9 miljoen onttrokken aan de bestemmingsreserve voor het strategische huisvestingsplan, € 0,6 miljoen onttrokken aan de bestemmingsreserve voor NPO-activiteiten, en € 0,4 miljoen onttrokken aan de bestemmingsreserve voor de kwaliteitsverbetering van het onderwijs.

mboRijnland voert geen commerciële onderwijstrajecten uit. Wel bieden we contractonderwijs aan voor bedrijven, individuele deelnemers en maatschappelijke instellingen. Hier rekenen we een reële prijs voor. We hanteren een kostprijsmodel waarin de directe uitvoeringskosten zijn opgenomen met een opslag voor het dekken van de indirecte kosten.

Voorzieningen & langlopende schulden

Stand per 1-1-2025DotatiesOnttrekkingenVrijvalRente mutatie Stand 31-12-2025Looptijd deel < 1 jaar Looptijd deel 1-5 jaar Looptijd deel > 5 jaar
Bedragen x € 1.000,-
2.2 Voorzieningen
2.2.1Personele voorzieningen7.9013.918-3.22102038.8003.3574.0851.357
2.2.2Voorziening verlieslatende contracten97128-12404711.345127564654
Voorzieningen8.8713.945-3.346067410.1453.4844.6502.011
Uitsplitsing:
2.2.1.1Voorziening sociaal beleid, reorganisaties en overig rechtspos.1.6821.096-1.0460591.7921.00371475
2.2.1.3WGA - langdurig zieken2.1231.544-1.4420-852.1411.4956450
2.2.1.4Jubileumvoorziening806201-13001251.002128274600
2.2.1.7Voorziening Seniorenregeling3.2891.076-60301043.8667312.452683
Personeelsvoorzieningen7.9013.918-3.22102038.8003.3574.0851.357

Disconteringsvoet
De disconteringsvoet waarmee we toekomstige verplichtingen contant maken, hebben we gelijkgesteld aan de wettelijke rekenrente van 4,0 procent per 1 januari 2025 (2024: 6,0 procent).

Voorziening WGA – langdurig zieken
De voorziening WGA-verplichtingen wordt gevormd ter egalisatie van de te verwachte uitgaven die mboRijnland moet maken betreffende WGA-uitkeringen. Daarnaast betreft de voorziening de loonkosten voor medewerkers die per 31 december 2025 ziek zijn en van wie op balansdatum de verwachting is dat zij niet (snel) terugkeren in het arbeidsproces bij mboRijnland.

Voorziening Jubilea
In lijn met de cao maken jubilerende medewerkers aanspraak op een jubileumgratificatie. De jubileumgratificatie bedraagt bij een 25-jarig dienstverband 50 procent en bij een 40-jarig dienstverband 100 procent van het maandloon. De voorziening voor jubileumrechten wordt per individu bepaald, rekening houdend met verwachte salarisstijgingen en blijfkans. 

Voorziening Sociaal beleid reorganisaties en overige rechtspersonen
Conform de cao is er een voorziening voor wachtgelden gevormd ten behoeve van wachtgeldverplichtingen van voormalige werknemers. Dit betreffen zowel WW-uitkeringen, BW-uitkeringen als pensioenverplichtingen. De voorziening is gebaseerd op een opgave van de uitvoeringsorganisatie van de sector WWPlus, het UWV en ABP. Bij de bepaling van de voorziening hebben we per uitkeringsonderdeel een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat voormalig werknemers een nieuwe baan vinden en daardoor niet meer onder de wachtgeldverplichting vallen.

Voorziening Seniorenregeling
In de cao is de seniorenregeling opgenomen. Deze regeling is bedoeld om medewerkers in de gelegenheid te stellen aanspraak te maken op regelingen die hen helpen om ook op langere termijn het werk goed, gezond en met plezier te blijven doen en om werk en privé goed te combineren. In overeenstemming met de jaarverslaggevingsregels voor het bepalen van de voorzieningen hebben we een voorziening gevormd voor de uitstroom van middelen die de regeling met zich meebrengt.

Voorziening Verlieslatende contracten
De voorzieningen voor verlieslatende contracten komen voort uit uitgaande kasstromen voor diensten die niet bijdragen aan het onderwijs. In het kader van de afwikkeling van oude afspraken hebben we hiervoor een voorziening gevormd. Deze afspraken zijn huisvesting gerelateerd en hebben betrekking op de onderwijslocaties in Leiden.

Stand per 1-1-2025Aangegane leningenAflossingenStand per 31-12-2025Looptijd < 1 jaarLooptijd 1-5 jaarLooptijd > 5 jaarEffectieve rentevoet
Bedragen x € 1.000,-
2.3 Langlopende schulden
2.3.7Overige langlopende schulden18.639038918.2504202.03915.791n.v.t.
Langlopende schulden18.639038918.2504202.039

Het kortlopende deel van de langlopende schulden is onder Kortlopende schulden opgenomen.

Overige langlopende schulden
Het leasecontract voor onderwijsgebouw Lammenschans aan het Bètaplein in Leiden kwalificeert als financial lease voor wat betreft de opstallen. Gevolg is een activering als materieel vast actief waarover we gedurende de looptijd lineair afschrijven. Hiertegenover staat de leaseverplichting. Met het betalen van de leasetermijnen lossen we de leaseverplichting gedurende de gebruiksperiode af. In 2025 bedroeg de aflossing € 360.892. Dit bedrag was per 31-12-2024 onder de kortlopende schulden verantwoord. De disconteringsvoet waarmee we de financial lease verplichtingen contant maken, hebben we vastgesteld op 8,5% conform de position paper. 

Verantw onder kortlopende schulden 1-1-2025Verantw onder langlopende schulden 1-1-2025Saldo lease verplichting 1-1-2025Aflossingen 2025Verantw onder kortlopende schulden 31-12-2025Verantw onder langlopende schulden 31-12-2025Saldo lease verplichting 31-12-2025Looptijd <1 jaarLooptijd 1 tot 5 jaar
Bedragen x € 1.000,-
Financial lease-verplichting36118.63919.00036138918.25018.6394202.039

Kortlopende schulden

31-12-202531-12-2024
Bedragen x € 1.000,-
2.4Kortlopende schulden
2.4.3Schulden aan kredietinstellingen389361
2.4.6Schulden aan gemeenten73151
2.4.8Crediteuren5.7594.691
2.4.9Belastingen en premies sociale verzekeringen7.0776.519
2.4.10Pensioenen141
2.4.12Overige kortlopende schulden00
Subtotaal kortlopende schulden13.97111.623
Overlopende passiva:
2.4.13Vooruit ontvangen college-, cursus-, les- en examengelden00
2.4.14Vooruit ontvangen subsidies OCW / EZ5.1535.445
2.4.16Vooruit ontvangen bedragen964600
2.4.17Vakantiegeld en vakantiedagen6.8476.643
2.4.19Overige overlopende passiva1.5481.442
Subtotaal overlopende passiva14.51214.130
Kortlopende schulden28.48325.753

Schulden aan kredietinstellingen
De aflossing op de leaseverplichting voor 2025 bedraagt € 360.892. Omdat deze verplichting een kortlopend karakter heeft, hebben we deze verantwoord binnen de kortlopende schulden.

Belastingen en premies sociale verzekeringen
De nog te betalen loonheffing en sociale premies ultimo 2025 zijn conform de reguliere betalingen. Dat gebeurt altijd één maand volgend (januari 2026) op het boekjaar.

Vooruitontvangen subsidies OCW
De vooruit ontvangen subsidies van OCW worden op basis van bestedingsplannen benut. De vooruit ontvangen subsidies hebben betrekking op activiteiten die in 2025 en volgende jaren plaats vinden. Het totaal betreft geoormerkte gelden (€ 3,7 miljoen), niet-geoormerkte gelden (€1,1 miljoen) en kwaliteitsagenda-gelden (€ 0,4 miljoen). Een verdere toelichting op de geoormerkte subsidies is te lezen bij model G.

10.4.5 G1 Subsidies Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule

Omschrijving Toewijzing Kenmerk Toewijzing DatumDe activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
Zij-instroom 2024100012653-120-02-2024Nee
Zij-instroom 2024100015372-120-03-2024Ja
Zij-instroom 2024100016782-121-05-2024Ja
Zij-instroom 2024100016882-120-06-2024Nee
Zij-instroom 2024100017981-122-10-2024Nee
Zij-instroom 2024100018164-120-11-2024Ja
Zij-instroom 2024100021681-119-12-2024Nee
Zij-instroom 2025100025654-1, 100027852-1, 100029232-120-03-2025, 20-8-2025, 20-11-2025Nee
Zij-instroom 2025100026542-122-04-2025Nee
Zij-instroom 2025100027268-120-05-2025Nee
Zij-instroom 2025100027731-120-06-2025Nee
Zij-instroom 2025100028814-121-10-2025Ja
Zij-instroom 2025100033429-119-12-2025Nee
Studieverlof 20231350080-1, 1351263-1, 1366924-2, 1388228-122-8-2023, 20-9-2023, 21-11-2023, 20-2-2024Ja
Studieverlof 20241414728-1, 1416659-1, 1418869-1, 1445362-120-8-2024, 20-9-2024, 22-10-2024, 20-11-2024Ja
Studieverlof 20251475441-1, 1480865-1, 1483859-120-6-2025, 20-8-2025, 21-10-2025Nee
Studieverlof 20251496645-120-11-2025Nee
Subsidie instructiebeurs mbo 2024100016950-120-08-2024Ja
Subsidie instructiebeurs mbo 2025100027826-120-08-2025Nee
Subsidieregeling versterking aansluiting beroepsonderwijskolomVABOK23001911-12-2023Nee
Nazorg mbo 2024/2025NMBO2403128-02-2024Ja
Landelijk dekkend netwerk onderwijsregio's OR25001113-01-2025Nee
Onderwijsregio Groene Hart Plusregeling 2025AVVOR252115-07-2025Nee
Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom VABOK 25R20023VABOK25R2002326-11-2025Nee

G2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule

G2-A Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar.

Omschrijving Toewijzing KenmerkToewijzing DatumBedrag van de toewijzingOntvangen t/m vorig verslagjaarsubs. kosten t/m vorig verslagjaarSaldo per 1 januari verslagjaarOntvangen in verslagjaarSubsidiabele kosten in verslagjaarrekenen per 31 december verslagjaar
Bedragen x € 1.000,-
Regionaal programma VSV 2020-2024OND/ODB-2020/3274 M, 1447253 POR-202410-000039, 1467537 POR-202503-00002010-9-2020, 14-11-2024, 29-4-2025 1.944 1.795 1.240 555 149 704 (0)
Regionaal programma VSV 2020-2024OND/ODB-2020/3273 M, 1447260- POR-202410-000039, 1467553 POR-202503-00002010-9-2020, 14-11-2024, 29-4-2025 1.944 1.795 993 802 149 951 (0)
Totaal 3.888 3.590 2.233 1.357 298 1.655 (0)

G2-B Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar

Omschrijving Toewijzing KenmerkToewijzing Datum Bedrag van de toewijzingOntvangen t/m vorig verslagjaarsubs. kosten t/m vorig verslagjaarSaldo per 1 januari verslagjaarOntvangen in verslagjaarSubsidiabele kosten in verslagjaarSaldo per 31 december verslagjaar
Bedragen x € 1.000,-
CIV Leven Lang Flex3003038621-10-2021 2.000 1.786 1.071 715 214 490 440
CIV Bio SciencesRIF2202931-10-2022 746 485 222 263 149 208 204
Duurzaam hybride onderwijs in Techniek&IctRIF2300926-05-2023 656 339 230 109 140 128 122
LLO-professionalisering opleidersLLOP-G24003801-05-2025 1.219 653 174 479
Totaal4.6212.6101.5231.0871.1571.0001.245

10.4.6 Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

mboRijnland heeft in 2015 voor het onderwijsgebouw Lammenschans aan het Bètaplein in Leiden een leasecontract afgesloten. De lease hebben we voor wat betreft de opstallen gekwalificeerd als financial lease en de verplichting reeds in de balans opgenomen. De verplichtingen zijn dus niet meegenomen in de hieronder genoemde huurverplichtingen.

De niet uit de balans blijkende verplichtingen zijn:

< 1 jaar tussen 1 en 5 jaar> 5 jaar
Bedragen x € 1.000,-
Lease en overige verplichtingen5.7708.24080
Huurverplichtingen 7202.5411.674
Totaal6.49010.7821.754

10.4.7 Toelichting op de staat van baten en lasten

Realisatie 2025Begroot 2025Realisatie 2024
Bedragen x € 1.000,-
3.1Rijksbijdragen
3.1.1Rijksbijdragen OCW/EZ165.534156.308158.498
3.1.2Overige subsidies OCW / EZ24.16222.28622.276
Rijksbijdragen189.696178.594180.774
Uitsplitsing:
3.1.1.1Rijksbijdrage OCW165.534156.308158.498
Rijksbijdragen OCW/EZ165.534156.308158.498
3.1.2.1Overige subsidies OCW24.16222.28622.276
Overige subsidies OCW/EZ24.16222.28622.276
3.2Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden
3.2.2Overige overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden1.5312.0291.912
Overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden1.5312.0291.912
Uitsplitsing:
3.2.2.2Overige gemeentelijke en GR-bijdragen en -subsidies1.5312.0291.912
Overige overheidsbijdragen en -subsidies overige overheden1.5312.0291.912

De baten uit de Rijksbijdragen OCW zijn € 9,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name door de toegekende LPO (Loon- en Prijscompenstatie). Het verschil ten opzichte van 2024 verklaren we door een mutatie studentenaantallen op teldatum (1-10-2023) en de prijsbijstelling vanuit de LPO. Dit zien we terug in de rijksbijdrage mbo en het wachtgeld.
 
De baten uit de overige subsidies OCW zijn hoger dan begroot (€ 1,9 miljoen). Het verschil met de begroting is te verklaren door hogere toegekende geoormerkte en niet geoormerkte subsidies.

Andere baten

Realisatie 2025Begroot 2025Realisatie 2024
Bedragen x € 1.000,-
3.3College-, cursus-, les- en examengelden
3.3.1Lesgelden sector VO (PO/VO)1.3501.3101.486
3.3.2Cursusgelden sector MBO1420311
3.3.5Examengelden5916
College-, cursus-, les- en examengelden1.5511.3111.802
3.4 Baten werk in opdracht van derden
3.4.1Contractonderwijs495404471
3.4.5Overige baten in opdracht van derden 2.5661.6212.162
Baten in opdracht van derden3.0612.0252.633
3.5Overige baten
3.5.1Opbrengst verhuur103266161
3.5.2Detachering personeel318281232
3.5.8Verkoop (onderwijs)materialen802639740
3.5.9Opbrengst catering74400
3.5.10Overige760495633
Overige baten2.0571.7211.767

Lasten

Realisatie 2025Begroot 2025Realisatie 2024
Bedragen x € 1.000,-
4.1 Personeelslasten
4.1.1Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten136.033131.308127.653
4.1.2Overige personele lasten21.41117.50518.245
4.1.3Ontvangen vergoedingen-809-141-914
Personeelslasten156.635148.672144.984
Uitsplitsing:
4.1.1.1Lonen en salarissen106.463131.30899.690
4.1.1.2Sociale lasten14.929013.993
4.1.1.5Pensioenlasten14.641013.971
Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten136.033131.308127.653
4.1.2.1Dotaties personele voorzieningen4.1212.5022.308
4.1.2.2Lasten personeel niet in loondienst12.1279.55811.475
4.1.2.3Overig5.1635.4454.462
Overige personele lasten21.41117.50518.245
4.1.3.3Overige uitkeringen-809-141-914
Ontvangen vergoedingen-809-141-914

Aantal FTE ultimo 2025

Onderwijzend personeel872
Ondersteunend en beheerspersoneel538
Personeel werkend in het buitenland0
Totaal1.410

Het overzicht met het aantal FTE is exclusief het personeel niet in loondienst.

Lonen, salarissen, sociale lasten en pensioenlasten
Het aantal medewerkers over 2025 is ten opzichte van vorig jaar met 26 FTE toegenomen (eind 2024: 1.384 FTE). De gerealiseerde reguliere loonkosten zijn echter ten opzichte van 2024 met € 8,4 miljoen gestegen met name door de loonstijgingen volgens de CAO.

De lasten personeel niet in loondienst vallen hoger uit dan in 2024, en zijn hoger dan begroot. De toename ten opzichte van de begroting en vorig jaar zijn voornamelijk te verklaren door vervanging ziekteverzuim en krapte op de arbeidsmarkt.

20252024
WGA - Langdurig zieken1.4591.635
Jubilea327132
Wachtgeld1.155376
Seniorenregeling1.180166
4.1212.308

De dotatie voor voorziening WGA en langdurig zieken bedraagt € 1,5 miljoen (2024: € 1,6 miljoen). In de voorziening langdurig zieken zijn medewerkers opgenomen die reeds 2 jaar ziek zijn en/of de medewerkers waarvan het de verwachting is dat zij niet (snel) terugkeren in het arbeidsproces bij mboRijnland.

De mutatie voorziening seniorenregeling is in 2025 hoger dan in 2024. Dit kom door een grotere rente daling in 2025 van 2% ivm. 2024 (daling van 1%).

Overige uitkeringen
Het UWV vergoed met terugwerkende kracht transitievergoedingen die zijn uitbetaald aan medewerkers waarvan na twee jaar ziekte de arbeidsovereenkomst is beëindigd. Deze incidentele vergoeding bedraagt voor 2025 € 0,8 miljoen.

Realisatie 2025Begroot 2025Realisatie 2024
Bedragen x € 1.000,-
4.2Afschrijvingen
4.2.2Afschrijvingen materiële vaste activa6.7017.3507.593
Afschrijvingen6.7017.3507.593
4.3Huisvestingslasten
4.3.1Huurlasten4.9784.7224.826
4.3.2Verzekeringslasten179187170
4.3.3Onderhoudslasten (klein onderhoud)1.7081.4001.061
4.3.4Energie en water1.3882.1001.899
4.3.5Schoonmaakkosten2.1391.9911.973
4.3.6Belastingen en heffingen629884808
4.3.8Overige huisvestingslasten1.3201.3741.367
Huisvestingslasten12.34112.65812.104

Energie en water
Het relatief lage saldo wordt onder meer veroorzaakt door de gunstigere prijsafspraken die zijn gemaakt in de loop van 2025.

Realisatie 2025Begroot 2025Realisatie 2024
Bedragen x € 1.000,-
4.4Overige lasten
4.4.1Administratie en beheer4.6985.1784.779
4.4.2Inventaris en apparatuur4.6254.3114.165
4.4.3Leer- en hulpmiddelen5.1724.9834.987
4.4.4Dotatie overige voorzieningen290-4
4.4.5Overige5.1283.1883.176
Overige lasten19.65217.66017.104

Overige lasten
Bij de overige lasten is de realisatie € 2,0 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door hogere materiële kosten vanuit de projecten (€ 1,7 miljoen). Dit komt voornamelijk door de start van projecten halverwege het boekjaar, welke kosten niet mee zijn genomen in de jaarlijkse begroting.

Accountantshonoraria
In het boekjaar en voorgaand boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van de staat van baten en lasten gebracht.

De honoraria betreffen de werkzaamheden die bij mboRijnland zijn uitgevoerd door externe onafhankelijke accountants zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties). Deze honoraria hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2025, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.

Realisatie 2025Begroot 2025Realisatie 2024
Bedragen x € 1.000,-
Specificatie kosten instellingsaccountant
Onderzoek van de jaarrekening en bekostigingsgegevens254250227
Overige niet-controlediensten0021
254250247

Financieel en buitengewoon

Realisatie 2025Begroot 2025Realisatie 2024
Bedragen x € 1.000,-
6.1Financiële baten
6.1.1Rentebaten en soortgelijke opbrengsten1.2665001.684
Financiële baten1.2665001.684
6.2Financiële lasten
6.2.1Waardeverminderingen van financiële vaste activa en van effecten-2.017-1.499-1.616
Financiële lasten-2.017-1.499-1.616
Financiële baten en lasten-751-99968

Belastingen
Over het jaar 2025 zijn geen belastingen over het resultaat te verantwoorden.

Verplichte toelichting

Naam Juridische vorm 2025Statutaire zetelCode activiteiten *Eigen vermogen 31-12-2025Resultaat 2025Art 2:403 BW Ja/NeeDeelname %Consolidatie Ja/Nee
Bedragen x € 1.000,-
VVE Fluitpolderplein 5-9VerenigingLeidschendam-Voorburg3 185 7 Neen.v.t.Nee
VVE Alfastraat BetapleinVerenigingLeiden300Neen.v.t.Nee
Stichting CIV Smart TechnologyStichtingLeiden400Neen.v.t.Nee

* Code activiteiten:   1. contractonderwijs,   2. contractonderzoek,   3. onroerende zaken,   4. overige

WNT-verantwoording 2025

Bezoldigingsmaximum 
Het bezoldigingsmaximum in 2025 is € 246.000. Dit bedrag behoort tot de  bezoldigingsklasse G en is opgebouwd door middel van 18 complexiteitspunten:

• Complexiteitspunten gemiddelde totale baten   9
• Complexiteitspunten gemiddeld aantal leerlingen, deelnemers of studenten   4
• Complexiteitspunten gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren   5
Totaal 18

1. Bezoldiging topfunctionarissen
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

Gegevens 2025
bedragen x € 1F. MöhringR. van KintsS.P. Schenning
FunctiegegevensVoorzitterLidLid
Aanvang en einde functievervulling in 20251/10 - 31/121/2 - 31/121/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)1,0001,0001,000
Dienstbetrekking?JaJaJa
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen €52.538 €179.809 €217.486
Beloningen betaalbaar op termijn €5.891 €21.605 €23.506
Subtotaal €58.429 €201.415 €240.992
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum €62.005 €225.107 €246.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedragn.v.t.n.v.t.n.v.t.
Bezoldiging58.429201.415240.992
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaanN.v.t.N.v.t.N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betalingN.v.t.N.v.t.N.v.t.
Gegevens 2024
bedragen x € 1S.P. Schenning
Aanvang en einde functievervulling in 20241/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)1,000
Dienstbetrekking?Ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen €186.331
Beloningen betaalbaar op termijn €22.837
Subtotaal €209.168
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum €233.000
Bezoldiging209.168

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling (vervolg)

Gegevens 2025
bedragen x € 1O. JelsmaJ.O. de Jong
FunctiegegevensVoorzitterLid
Aanvang en einde functievervulling in 20251/1 - 30/91/1 - 30/6
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)1,0001,000
Dienstbetrekking?JaJa
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen €169.507 €112.748
Beloningen betaalbaar op termijn €17.659 €11.773
Subtotaal €187.166 €124.521
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum €183.995 €121.989
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedragn.v.t.n.v.t.
Bezoldiging187.166124.521
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan*3.1722.532
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betalingN.v.t.N.v.t.

* De bezoldiging is door mboRijnland op jaarbasis getoetst aan de WNT-norm. Door een tussentijdse uitdiensttreding en de uitbetaling van vakantiegeld (opgebouwd over de afgelopen 12 maanden) in mei 2025 ontstaat een tijdelijke piek in de bezoldiging. Op jaarbasis blijft de bezoldiging binnen de geldende WNT-norm.

Gegevens 2024
bedragen x € 1O. JelsmaJ.O. de Jong
Aanvang en einde functievervulling in 20241/1 - 31/121/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)1,0001,000
Dienstbetrekking?JaJa
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen €204.046 €204.821
Beloningen betaalbaar op termijn €23.776 €23.776
Subtotaal €227.822 €228.597
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum €233.000 €233.000
Bezoldiging227.822228.597

1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12.
Niet van toepasssing.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

Gegevens 2025
bedragen x € 1A.B.C. de KlerckJ. van MeerkerkK.E. van Kammen
FunctiegegevensVoorzitterLidLid
Aanvang en einde functievervulling in 20251/1 - 31/121/1 - 31/121/1 - 31/12
Bezoldiging
Bezoldiging €28.120 €20.172 €20.172
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum €36.900 €24.600 €24.600
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedragn.v.t.n.v.t.n.v.t.
Bezoldiging €28.120 €20.172 €20.172
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaanN.v.t.N.v.t.N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betalingN.v.t.N.v.t.N.v.t.
Gegevens 2024
bedragen x € 1A.B.C. de KlerckJ. van MeerkerkK.E. van Kammen
FunctiegegevensVoorzitterLidLid
Aanvang en einde functievervulling in 20241/1 - 31/121/4 - 31/121/1 - 31/12
Bezoldiging
Totale bezoldiging €28.120 €14.340 €19.120
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum €34.950 €17.475 €23.300

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen (vervolg)

Gegevens 2025
bedragen x € 1R.N. NurmohamedC.S. Ori
FunctiegegevensLidLid
Aanvang en einde functievervulling in 20251/1 - 31/121/1 - 31/12
Bezoldiging
Bezoldiging €20.172 €20.172
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum €24.600 €24.600
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedragn.v.t.n.v.t.
Bezoldiging €20.172 €20.172
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaanN.v.t.N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betalingN.v.t.N.v.t.
Gegevens 2024
bedragen x € 1R.N. NurmohamedC.S. Ori
FunctiegegevensLidLid
Aanvang en einde functievervulling in 20241/1 - 31/121/1 - 31/12
Bezoldiging
Totale bezoldiging €19.120 €19.120
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum €23.300 €23.300

10.5 Statutaire Winstbestemming

Ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs verwerken we het resultaat van het verslagjaar in de reserve van de instelling.

Het resultaat over het verslagjaar van positief € 1,8 miljoen doteren we op de volgende wijze aan het eigen vermogen:

2025
Bedragen x € 1.000,-
Het voorstel van de resultaatbestemming is als volgt:
Toegevoegd aan de algemene reserve3.802
Onttrokken aan de bestemmingsreserve (privaat)0
Toegevoegd aan de bestemmingsreserve (publiek)-1.988
Resultaat 20251.815

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum geweest die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum.

10.6 Ondertekening door bestuurders en toezichthouders

College van bestuur

F. MöhringVoorzitter
S.P. SchenninigLid
R. van KintsLid

Raad van Toezicht

A.B.C. de KlerckVoorzitter
K.E. van KammenLid
J. van MeerkerkLid
R.N. NurmohamedLid
C.S. OriLid

Datum vaststelling jaarrekening:

Leiden, 16 juni 2026

Hoofdstuk 11


Overige gegevens

Controleverklaring 2025

Hoofdstuk 12


Activiteiten MBO Colleges

In dit hoofdstuk leggen de Colleges bij mboRijnland verantwoording af over hun uitvoering van beleid op de vier strategische pijlers ‘continue kwaliteitsverbetering’, ‘een krachtig regionaal lerend netwerk’, ‘oog voor elkaar, vitaal en veilig’ en ‘digitalisering als mogelijkmaker’. Over de voortgang van beleid in 2025 op de strategische pijler ‘Flexibilisering van het onderwijs’ geven we een collegeoverstijgend beeld in hoofdstuk 2 van dit jaarverslag.

12.1 College Business & Hospitality

Voor College Business & Hospitality was 2025 een bijzonder jaar. We bouwden voort op een stevig onderwijsfundament. Een van de directeuren nam afscheid. Een nieuwe directeur, extern geworven, met veel ervaring binnen het mbo én expertise in de hospitalitybranche, nam de portefeuille bedrijfsvoering over. Om de directie op strategisch niveau te versterken, stelden we een manager bedrijfsvoering aan. Het College zette de intensieve samenwerking voort met de programmamanager Flexpeditie binnen én buiten het College. Op de mboRijnland locaties Fluitpolderplein Leidschendam en Polanerbaan Woerden stelden we nieuwe teamleiders aan. We investeerden in een trainee-teamleider. Daarmee versterkte College Business & Hospitality zijn professionele werk- en leercultuur.

In financieel opzicht konden we het verslagjaar afsluiten met een positief resultaat. Het totaal aantal studenten nam wat af. Dit kwam doordat de instroomcijfers tegenvielen en meer studenten dan verwacht van school gingen.

Continue kwaliteitsverbetering

In het verslagjaar werkte College Business & Hospitality aan het verbeteren én op niveau houden van het studiesucces. Veel opleidingen scoorden voldoende. Dat willen we uiteraard verduurzamen. Bij de economische opleidingen zijn we gestart met een herontwerp om het studiesucces te verbeteren. Hoe geven we die opleiding beter vorm voor de studenten van vandaag en morgen? Hoe doen we dat samen met het bedrijfsleven? Speciaal voor deze opleidingen ontwikkelden we in 2025 kwaliteitstafels. Daar konden minder goed scorende opleidingen werken aan verbeterplannen in dialoog met studenten, docenten en bedrijfsleven. 

Het verslagjaar stond vooral in het teken van samen. Samen werken aan kwaliteit. Dat gebeurde onder meer op het gebied van formatief handelen. Daar richtten alle teams zich op, zodat ze ook echt flexibel onderwijs mogelijk kunnen maken voor alle studenten. De versterking van het flexibele onderwijs ging hier samen op met de kwaliteitsverbetering binnen alle onderwijsteams.

Het devies ‘alleen ga je sneller, samen kom je verder’ brachten we op verschillende niveaus in praktijk. Op directieniveau waar de twee directeuren snel elkaars kwaliteiten wisten te benutten. Op onderwijsniveau waar de teams meer gebruikmaakten van elkaars kennis en ervaring. Op MT-niveau waar we nog meer dan in voorgaande jaren reflecteerden op interne audits en het steekproefsgewijs kwaliteitsonderzoek.

Sterk regionaal netwerk

We bouwden in 2025 succesvol aan ons interne en regionale netwerk. Intern hebben we de eerste verkennende stappen gezet om een droom waar te maken: de ontwikkeling van de Hospitality Hub. Zo hebben wij voor ogen dat studenten bij College Start-Up na afronding van hun opleiding op niveau 2 kunnen doorstromen naar een van onze hospitality-opleidingen op niveau 3. Maar ook zien we kansen om al onze opleidingen met elkaar te verbinden. Van koks, schoonheidsspecialistes tot e-commercespecialisten. In die situatie kunnen studenten gebruikmaken van verschillende modules. Zo kunnen wij vorm geven aan de vier v’s van flexibel onderwijs: verdiepen of verbreden naast versnellen of verlengen.

Op medewerkersniveau versterkten we interne netwerken door leerplatformen te combineren en door teams in de onderwijsuitvoering dichter bij elkaar te brengen.

Ook het externe, regionale netwerk konden we in 2025 op verschillende plekken verstevigen. De logistieke opleidingen werkten nog intensiever samen met onze logistieke partners in de regio Alphen aan den Rijn en Gouda. Met onze partners Technische Unie, Zeeman en Wesseling organiseerden we regelmatig bijeenkomsten om met en van elkaar te leren.

Samen met het bedrijfsleven ontwikkelden we nieuwe opleidingen. Sport & Bewegen bouwde met samenwerkingspartner Junis aan de nieuwe opleiding Kind & Beweegprofessional in een LLO-traject. Bij de succesvolle afronding van deze opleiding krijgen de studenten twee diploma’s: Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker én Buurtsportcoach. Samen met College Welzijn & Zorg en Junis ontwikkelden we een combinatieopleiding van Pedagogisch Medewerker Kinderopvang en Sport & Bewegen. Studenten kunnen na deze combi-opleiding aan de slag in zowel de kinderopvang als de buitenschoolse opvang.

Naast onze focus op de interne organisatie haalden we in 2025 ook nog meer de buitenwereld naar binnen. We deden dat door te actief te zijn in netwerken. Door actief contact te zoeken met mensen die samen met ons kunnen bijdragen aan het studiesucces van onze studenten.

Meerdere onderwijsteams, zoals het team Logistiek & Veiligheid, vergrootten met succes hun regionale netwerken. Zo zelfs dat andere teams hun goede voorbeeld wilden volgen.   

Oog voor elkaar, vitaal en veilig

Binnen College Business & Hospitality hebben we oog voor elkaar. Vanuit ons gastvrij DNA verbinden wij ons met elkaar en met anderen tijdens collegedagen, roadshows, teambijeenkomsten en diverse andere activiteiten. Nieuwe medewerkers maakten ook in het verslagjaar gebruik van ons vaste inwerkprogramma. Door leerplatformen te verbinden, maakten we de verschillen tussen teams kleiner. Medewerkers werkten intensiever samen en zagen elkaar vaker. Zo groeiden we steeds meer naar één gezamenlijke werkwijze. Het enthousiasme onder medewerkers was en is groot. Dan is het zaak om de balans te bewaken. Om bewust keuzes te maken en focus te houden.

Studenten voelen zich al jaren gezien en gehoord binnen College Business & Hospitality. Docenten hebben passie voor hun vak en staan open voor de studenten. Wanneer iets gebeurt met een student, staat er altijd een team omheen. Ook de komende jaren zal de focus van het College op die verbondenheid en op integrale begeleiding liggen.

Digitalisering als mogelijkmaker

College Business & Hospitality kon zich in het verslagjaar focussen op formatief handelen, doordat alle leerdoelen zijn beschreven in de Teams-omgeving. In voorgaande jaren was dat nog vrijblijvend, in 2025 niet meer. Alle onderwijsteams hebben een digitale leeromgeving ingericht. Daardoor kunnen studenten de regie nemen over hun studievoortgang en kunnen onderwijsteams die voortgang volgen.

In 2026 willen we stappen zetten in het toekomstbestendig maken van College Business & Hospitality.

12.2 BOSS, Start-Up en Next College

12.2.1 BOSS

In 2025 kreeg het Onderwijsservice Centrum een nieuwe naam: Begeleiding en Ondersteuning Studiesucces, afgekort BOSS. De oude naam vertelde niet wat het team doet. De nieuwe naam zegt het direct: BOSS begeleidt en ondersteunt studenten richting studiesucces. De afkorting spreekt ook jongeren aan. We presenteerden de nieuwe naam tijdens een collegedag.

Over begeleiding en ondersteuning circuleerden veel verschillende termen. In het verslagjaar hebben we die consistent gemaakt. Daarbij hebben we gekozen voor zo veel mogelijk positieve woorden. Een verzuimadviseur heet nu een adviseur aanwezigheid en een OSC-adviseur is nu een adviseur begeleiding.

Continue kwaliteitsverbetering

Eind 2024 deed BOSS een dialoogaudit. In het collegeplan van 2025 zette het team de uitkomsten daarvan om in voorgenomen acties voor vijf jaar. Een van de belangrijkste acties naar aanleiding van de audit was het in kaart brengen van onze basisdienstverlening. Waar kunnen alle onderwijsteams op rekenen? Nu dat aanbod in kaart is gebracht, kunnen we ook de financiën van BOSS smart koppelen aan de activiteiten. We zijn gestart met het maken van jaarlijkse afspraken op basis van ons aanbod met de onderwijsteams. Die afspraken leggen we vast aan het begin van het studiejaar.

Deze afspraken met de onderwijsteams betreffen vooral de continue kwaliteitsverbetering. We letten scherp op de kwaliteit van onze dienstverlening. Voorheen evalueerden we die aan het einde van het jaar met een teamleider. Nu zijn we continu in gesprek met onze ‘klant’. Samen met het betreffende onderwijsteam monitoren we of ons aanbod nog past bij hun wensen. Of de onderwijsresultaten aanleiding geven om ergens anders op te focussen. Bij die afweging maken we meer gebruik van beschikbare data. Zien we bijvoorbeeld dat in een bepaalde klas de aanwezigheid duidelijk daalt, dan kijken we met het onderwijsteam hoe dat kan. Dat is nu steeds vaker onderwerp van gesprek tot op adviseursniveau.

Sterk regionaal netwerk

BOSS heeft de uitvoering van het mboRijnland beleid op het vlak van voortijdig schoolverlaten (vsv) in portefeuille. Daarin werken we samen met een contactgemeente. In iedere gemeente waar mboRijnland een vestiging heeft, is een teamleider gesprekspartner van de gemeente voor het sociaal domein. Dit is belangrijk, omdat daar de ondersteuningsafspraken vanuit het sociaal domein worden gemaakt voor jongeren. Ook voor jongeren die bij mboRijnland studeren. Deze afstemming verloopt steeds beter. Het vsv-aanbod gaat in de verschillende gemeenten ook steeds meer op elkaar lijken. In het verslagjaar hebben we dat aanbod van de gemeenten met elkaar vergeleken. Toen bleek dat in Leiden een student aanspraak kon maken op een psycholoog, maar in Zoetermeer niet. Wij wilden dat verschil niet. Daarom hebben we dit in 2025 meer op één lijn gebracht. Eind 2025 boden de vsv-programma’s in alle regio’s ruimte om de hulp op school zo in te richten als mboRijnland dat graag wil.

Oog voor elkaar, vitaal en veilig

Onze reden van bestaan – begeleiding en ondersteuning richting studiesucces – heeft alles te maken met oog voor elkaar, vitaal en veilig. We zijn er voor alle studenten. BOSS staat voor een open werkcultuur. We spreken ons duidelijk uit over het belang van diversiteit en inclusie. Iedereen mag er zijn: studenten en medewerkers.

De medewerkers boden in 2025 niet langer enkel individuele begeleiding maar ook groepsbegeleiding. Ze focussen niet alleen meer op het herstel van problemen maar op het voorkomen ervan. Die omslag vraagt om scholing. Daarvoor schreven we een professionaliseringsplan. We nemen de adviseurs begeleiding mee in de professionaliseringswerkgroep. Daar leggen zij op tafel aan welke scholing zij behoefte hebben. In het verslagjaar maakten we daarin mooie stappen. Onze adviseurs begeleiding konden trainingen volgen in groepsdynamiek, oplossingsgericht coachen en persoonlijk leiderschap.

De teams organiseerden steeds meer leuke activiteiten met elkaar. Twee leden van het MT verbonden zich in 2025 aan de strategische pijler Oog voor elkaar, vitaal en veilig. Zij organiseerden allerlei leuke activiteiten zoals een informele lunch, kerstactiviteiten en meer.

BOSS kende in 2025 een vrij hoog verzuim. Weliswaar niet werkgerelateerd, maar het was wel een thema dat aandacht vergde.

Digitalisering als mogelijkmaker

Een aantal van onze MT-leden verdiepte zich in het verslagjaar verder in AI. Ze bezochten congressen en deelden die informatie met medewerkers. We zijn AI-alert en staan open voor wat mogelijk is. Zo zetten we in 2025 AI steeds meer in bij de eerstelijnsbegeleiding van studenten.

12.2.2 Start-Up en Next College

Het managementteam van Start-Up vergadert sinds het studiejaar 2025-2026 samen met het managementteam van Next College. Met die samenwerking is een win-winsituatie ontstaan die we de komende jaren verder willen versterken.

Bij de ondersteuningsbehoeften van de Next studenten en de Start-Up studenten zien we veel parallellen. Zo heeft 90 procent van de studenten bij zowel Start-Up als bij Next College het voortgezet onderwijs niet succesvol afgerond. College Start-Up biedt onder andere entreeopleidingen. Daarvan maken studenten gebruik die het voortgezet onderwijs niet succesvol hebben afgerond of een kort onderwijsverleden hebben vanwege migratie. Jonge mensen die met goede begeleiding en heldere leerdoelen veel meer kunnen bereiken. Voor hen is het aantrekkelijk wanneer het aanbod van Next College dichter bij het aanbod van College Start-Up ligt. Dan ontstaat bijvoorbeeld de mogelijkheid voor een entreestudent om een vavo-vak te volgen. Daaraan willen we de komende jaren werken.

Zowel Start-Up als Next College stelden in het verslagjaar docent-experts aan. Deze docenten (LD) werken aan collegebrede opdrachten om het onderwijs te verbeteren. Denk aan pedagogisch-didactisch handelen, de toekomst van de beroepshavo en het onderzoek naar mogelijk nieuwe vakken zoals Arabisch.

Binnen het cluster Start-Up en Next College zijn ook de onderwijsprogramma’s samengebracht voor studenten die tijdelijk niet hun eigen opleiding kunnen volgen. Denk aan de taal- en rekenschool, de oriëntatieklassen, het M-jaar en de Summer School. Deze programma’s waren jarenlang over alle Colleges verdeeld. Dat leidde tot versnippering. Het samengaan ervan hebben we in 2025 voorbereid. Per 1 januari 2026 is dit ook daadwerkelijk gebeurd. Hieronder geven we per strategische pijler verantwoording van de resultaten van beide Colleges.

Continue kwaliteitsverbetering

Next College stelde in 2025 docent-experts aan. Een mooi loopbaanpad voor docenten is op deze manier ook echt de praktijk geworden! De docent-experts hebben een concrete opdracht om ons onderwijs te verbeteren. Zo onderzoeken zij of het onderwijsaanbod nog wel past bij de behoeften van de studenten. Ook het pedagogisch-didactisch handelen is een van hun dossiers. In 2026 verwachten we van hen de eerste resultaten.

De rapportages over de examinering bij Next College waren positief. Het percentage studenten dat slaagt, is goed. Al bij de intake van een student kijken we welk traject voor hem of haar kansrijk is. Studenten schrijven zich dan voor die kansrijke vakken in. Dan nog zien we dat sommigen in de loop van het studiejaar wat vakken laten vallen.

De begeleidingsbehoefte bij de studenten van Next College nam in 2025 verder toe. In sommige teams had meer dan de helft van de studenten een begeleidingstraject bij BOSS. Dit had veelal te maken met het kwetsbare karakter van de gemiddelde Next College student.

Bij College Start-Up zagen we in het verslagjaar een toename van NT2-studenten. Studenten voor wie Nederlands niet de moedertaal is. Wij hebben ons onderwijs op die doelgroep aangepast. In Leiden verzorgen we de opleiding van statushouders die in de zorg willen gaan werken.

Sterk regionaal netwerk

Next College onderhoudt intensieve contacten met vo-scholen in de regio. Met meerdere vavo-scholen (voortgezet algemeen volwassenenonderwijs) in Zuid-Holland wisselden we in 2025 kennis uit over gedeelde thema’s. Dat deed Next College ook in een landelijk vavo-netwerk. Op sommige thema’s moeten vavo’s binnen het mbo hun eigen proces vormen. Door kennis daarover te delen, kunnen ze samen de onderwijskwaliteit versterken.

Net als in voorgaande jaren, groeide het netwerk van College Start-Up ook in 2025. Het College sloot samenwerkingsovereenkomsten af met nieuwe partners binnen het CIV Leven Lang Flex. Het CIV helpt kwetsbare jongvolwassenen in het Groene Hart aan een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Het brengt onderwijs, ondernemers en overheden samen om te investeren in talent. Het CIV Leven Lang Flex staat goed in verbinding met ontwikkelbedrijven, gemeenten en instellingen.

Het aantal contacten met internationale schakelklassen (ISK’s) nam in 2025 fors toe. Met alle gemeenten en ISK’s in de regio ontwikkelde College Start-Up een instroomconvenant op mbo-niveau. In dat document legt het College vast hoe we met elkaar werken als leerlingen willen overstappen van ISK naar een entreeopleiding. In het verslagjaar stelden we ISK-overstapcoaches aan die leerlingen daarbij helpen. Als onderaanneming van een Leidse school voor voortgezet onderwijs verzorgt College Start-Up de lessen in een nieuwe internationale schakelklas met 16- tot 20-jarige leerlingen. In de hoop dat wij zo voor hen de verbinding kunnen leggen met een entreeopleiding bij College Start-Up.

Oog voor elkaar, vitaal en veilig

Next College zag in het verslagjaar een mooie terugloop van het verzuimcijfer. Er was in 2025 veel aandacht voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Dat thema kreeg aan het begin van het schooljaar 2025-2026 extra focus tijdens een collegedag. Die stond helemaal in het teken van vitaliteit. 

Het welzijn van de studenten heeft doorlopend aandacht nodig. Velen van hen zijn relatief kwetsbaar door hun persoonlijke omstandigheden. Bij Next College doen we er alles aan om studenten te motiveren het diploma te halen. Zo bouwen zij meer zelfvertrouwen op.

Bij College Start-Up werken mensen met een enorme bevlogenheid. Zij geven veel van zichzelf (op werk- en privéterrein) en soms te veel. Het verzuim is daardoor hoog. Verzuimgesprekken hadden in 2025 een tweeledig doel: mensen bewustmaken van de reden van hun afwezigheid en afspraken maken om afwezigheid in de toekomst te voorkomen. Ook wilden we op deze manier horen wat College Start-Up voor zieke collega’s kon betekenen. Het onboardingprogramma functioneerde in het verslagjaar goed. Het College had een mooi professionaliseringsaanbod. Zo konden we veel instructeurs opleiden tot bevoegde docenten. 

Aan het begin van het schooljaar 2025-2026 introduceerde College Start-Up de zogenoemde gouden weken. Met leuke activiteiten konden studenten elkaar beter leren kennen. Ook kon het begin van een prettige werkrelatie ontstaan tussen studenten en docenten. Uit de evaluatie bleek dat de studenten de gouden weken waardeerden. Een veelgehoorde wens is om volgend jaar meer onderwijsactiviteiten aan het programma toe te voegen.

Digitalisering als mogelijkmaker

Next College maakte ook in het verslagjaar waar mogelijk gebruik van de digitale mogelijkheden van mboRijnland. Net als bij alle andere Colleges konden ook bij Next College alleen examens worden afgelegd in de examenlokalen. Dit om het gebruik van AI tijdens het examen uit te sluiten.

College Start-Up bereidde zich in het verslagjaar voor op het gebruik van Class Notebook. We deden onderzoek naar de digitale vaardigheden van onze medewerkers. Daaruit bleek dat de icoach die tot medio 2025 verbonden was aan College Start-Up goed werk had verricht. Ook bij College Start-Up was de vraag actueel hoe we AI goed kunnen inzetten in het onderwijs en hoe AI moet meewegen in de beoordeling van het werk van studenten.

12.3 College Techniek & ICT

Continue kwaliteitsverbetering

In 2025 konden we de kwaliteitscyclus verder verbeteren. We gaven teamleiders en teams meer verantwoordelijkheid voor kwaliteit. Hierdoor raakten zij meer betrokken. De teamplannen sluiten nu beter aan op het collegeplan. In dit proces van kwaliteitsverbetering werken we met drie scrumteams. Dit zijn werkgroepen die in korte processen verbeteringen doorvoeren. De scrumteams richten zich op continue kwaliteitsverbetering, flexibel onderwijs en het krachtig regionaal lerend netwerk.

In het verslagjaar zagen we ook een verdere verbetering van het studiesucces. In het algemeen zagen we dat minder studenten in hun eerste studiejaar uitvielen. Ook dat meer studenten hun opleiding afrondden met een diploma. De ingezette maatregelen bleken dus effectief.

Sterk regionaal netwerk

Het regionale netwerk is belangrijk voor ons College. We versterkten dit in 2025 door nog meer onderwijs aan te bieden bij bedrijven op de werkvloer. We ontwikkelden nieuwe trajecten voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en we creëerden doorlopende leerroutes. Vooral op dat laatste punt maakten we mooie stappen. Zo konden derdejaars vmbo-leerlingen van het Oranje Nassau College in Zoetermeer voor het eerst kiezen voor de geïntegreerde leerroute Servicemedewerker Gebouwen (SMG) op niveau 2.  Als alles goed gaat, hebben zij in drie jaar een mbo-diploma. Daarna is doorstromen naar niveau 3 en 4 mogelijk.

TechniekPlein in Zoetermeer is sinds de opening in 2024 dé plek voor scholing en voorlichting over beroepen in de bouw en techniek. Daar kunnen vanaf september 2025 mboRijnland studenten op niveau 1 en 2 de BBL-opleiding Servicemedewerker Gebouwen volgen. Deze opleiding ontwikkelden we samen met het opleidingsbedrijf Stichting Haagbouw.

Zoetermeer kent verder een krachtig regionaal lerend netwerk op techniek- en IT-gebied. Dat netwerk bevindt zich voornamelijk in de Dutch Innovation Factory. College Techniek & ICT werkte daar ook in het verslagjaar samen met De Haagse Hogeschool op het gebied van cybersecurity.

Oog voor elkaar, vitaal en veilig

College Techniek & ICT deed in 2025 veel om het ziekteverzuim omlaag te brengen. Teamleiders besteedden hier veel aandacht aan en stuurden elkaar hierop aan. Human Resource Management (HRM) speelde een actieve rol. Het gevolg van deze inspanningen was dat zieke medewerkers prettig werden begeleid en ondersteund. Het werkgerelateerde verzuim daalde; het niet-werkgerelateerde verzuim steeg licht. Uiteindelijk bleef het ziekteverzuim nog relatief hoog.

Een werkgroep vanuit het managementteam buigt zich vanaf 2025 over de structuur en cultuur van samenwerken. Vragen die daar op tafel komen zijn onder meer: hoe helpen we elkaar vooruit? Hoe voeren we overleg? Hoe maken we onze rapportages? Hoe praten we met elkaar? Voelen medewerkers zich veilig? Doen we wat we afspreken? Hoe kijken we aan tegen veranderingen? Het zijn vragen die raken aan verbinding en vertrouwen. De werkgroep heeft als doel om die verbinding en dat vertrouwen te versterken.

Digitalisering als mogelijkmaker

In 2025 was er binnen College Techniek & ICT veel aandacht voor de impact van AI op onderwijsinhoud en -processen. De practor van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Smart Technology deed daar onderzoek naar. Formatief handelen is een maatstaf voor flexibel onderwijs. De verankering daarvan in een systeem zien we als een belangrijke stap voorwaarts. Aan dat systeem werd in 2025 gewerkt. We hopen daarvan in 2026 gebruik te kunnen maken. In het laatste halfjaar van 2025 begonnen we met de digitalisering van de examendossiers. Het doel is dat alle teams op afzienbare termijn kunnen beschikken over digitale examendossiers van de studenten.

12.4 College Welzijn & Zorg

Het verslagjaar stond voor College Welzijn & Zorg in het teken van consolidatie en doorontwikkeling. Op alle mboRijnland brede speerpunten konden we grote of wat kleinere stappen zetten.

Continue kwaliteitsverbetering

In 2025 gaf College Welzijn & Zorg prioriteit aan het versterken van de kwaliteitszorg. Op basis van de kaderbrief organiseerde het College na de zomer kwaliteitstafels voor acht van de elf opleidingen (crebo’s). Het doel was een duurzame verbetering van het studiesucces. Tijdens de kwaliteitstafels werkten docenten, studenten, werkveld, teamleiders en ondersteunende diensten samen aan analyses en verbetermogelijkheden. De betrokkenheid was groot. De uitkomsten vormden de basis voor concrete plannen van aanpak per opleiding. Deze plannen hebben de opleidingen eind 2025 en begin 2026 gepresenteerd. Waar mogelijk zoeken we als College naar gezamenlijke thema’s, waarmee we collegebreed het studiesucces kunnen verbeteren. Andere maatregelen blijven bewust opleidings- of locatiespecifiek.

Ter illustratie noemen we de invoering van de stagemakelaar bij de opleiding Sociaal Werk als een concreet resultaat van de kwaliteittafels. Deze nieuwe rol vergrootte daar het aantal stageplaatsen en loste een hardnekkig knelpunt op. De stagemakelaar laat de mooie samenhang zien tussen analyseren en gericht interveniëren.

Het College werkte in het verslagjaar ook structureel aan een versterking van formatief handelen via scholing, collegedagen en door te leren van een referentieopleiding. Het resultaat is dat docenten ijkmomenten gebruiken om te zien waar een student staat in zijn leertraject. De student weet daarna wat hij moet doen om op het gewenste niveau te komen. Ook investeerde het College in managementontwikkeling. Dit leidde tot een slagvaardiger managementteam met duidelijke prioriteiten, gekoppeld aan de mboRijnland brede pijlers.

Sterk regionaal netwerk

In 2025 versterkte College Welzijn & Zorg het regionale netwerk langs twee lijnen: 1) innovatie en onderzoekskracht en 2) doorlopende leerlijnen.

Binnen het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Welzijn & Zorg startte het College de voorbereiding van een nieuwe subsidieaanvraag bij het Regionaal Investeringsfonds mbo (RIF). In dit traject organiseerden we negen werksessies met werkveld en partners, waarin we de koers van het CIV Welzijn & Zorg verder aanscherpten. Dit leidde tot verdere innovatie, nieuwe projecten en verbreding en verdieping van bestaande activiteiten. Tegelijkertijd vernieuwden we de samenwerkingsafspraken met partners. Dit alles resulteerde in een samenhangend innovatieprogramma voor de jaren 2025-2029.

Ook op het gebied van doorlopende leerlijnen kon het College concrete stappen zetten, zowel extern als intern. In samenwerking met Hogeschool Leiden en een aantal scholenstichtingen kwam er een drempelloze leerroute van de opleiding Onderwijsassistent (mbo) naar de Pabo (hbo). Studenten kunnen nu doorstromen op basis van hun portfolio. Zij behalen in het laatste mbo-jaar al hbo-studiepunten, wat de overstap naar het hbo vergemakkelijkt.

Intern ontwikkelden we samen met Junis Kinderopvang een combi-opleiding Pedagogisch Medewerker Kinderopvang en Sport & Bewegen. Studenten kunnen na deze combi-opleiding aan de slag gaan in zowel de kinderopvang als de buitenschoolse opvang.

Ten slotte werkt het College aan een doorlopende leerroute van Helpende Zorg & Welzijn (niveau 2) naar Verzorgende IG (niveau 3) en Verpleegkundige (niveau 4). Deze route, nog in ontwerp, vergroot de doorstroomkansen en verkort de studietijd.

Oog voor elkaar, vitaal en veilig

In 2025 zette College Welzijn & Zorg gerichte stappen om het welzijn van medewerkers en studenten te versterken. Eind 2025 waren de loopbaanpaden voor zowel docenten als management volledig helder. Dat biedt voor iedereen transparantie en perspectief.

Voor studenten richtte het College zich op welzijn en sociale veiligheid per locatie. In aansluiting op de locatieplannen organiseerden we uiteenlopende activiteiten, variërend van informele ontmoetingen tot themadagen rond zorg en mantelzorg. Daarnaast wisselden teamleiders goede voorbeelden uit over werkverdeling binnen teams, zodat talenten beter worden benut en medewerkers duurzaam inzetbaar blijven.

Digitalisering als mogelijkmaker

In 2025 zette College Welzijn & Zorg digitalisering gericht in ter versterking van de kwaliteit. Het College realiseerde een volledig digitale examinering via één centraal examenbureau voor alle teams. Dit waarborgt een onafhankelijke, objectieve en transparante examinering. Daarnaast werkte het team Verpleegkunde in Zoetermeer structureel aan de inzet van VR-brillen in het onderwijs. Deze toepassing krijgt in 2026 een vervolg.

12.5 Service & Strategie 

Eén krachtige ondersteuning voor mboRijnland
Het verslagjaar liet bij mboRijnland een fundamentele strategische verandering zien. De ondersteunende diensten hebben we in 2025 samengevoegd tot één krachtige organisatie-eenheid: Service & Strategie. Dit hebben we gedaan, gedreven door de ambitie om de samenhang van denken en werken te versterken. In deze nieuwe organisatie-eenheid bieden we een professionele, proactieve dienstverlening (service). Die combineren we met de ontwikkeling van een integrale, toekomstgerichte koersbepaling (strategie).

Missie
De missie van Service & Strategie is helder: we willen het beste onderwijs mogelijk maken door kennis en krachten te bundelen. In onze visie is Service & Strategie de slimme en wendbare organisatie die studenten, collega’s en partners optimaal kan faciliteren. We bouwen voort op de waarden verbinding, eigenaarschap en werkplezier. Deze waarden zijn de drijvende kracht achter de manier waarop we samenwerken, verantwoordelijkheid nemen en continu streven naar de hoogste kwaliteit in onze dienstverlening.

Duurzaamheid en inclusie zijn binnen deze visie fundamentele pijlers onder alles wat we doen. Ze zijn verankerd in onze missie en vormen de basis voor een toekomstbestendige leer- en werkomgeving voor iedereen. De vliegende start die we in 2025 op het gebied van duurzaamheid maakten, getuigt van deze diepgewortelde ambitie.

Duurzaamheid
De strategische keuze van mboRijnland om duurzaamheid in de bedrijfsvoering te integreren, is een bewuste investering in een toekomstbestendige samenleving en een veranderende arbeidsmarkt. We zijn ervan overtuigd dat we als onderwijsinstelling een cruciale rol spelen in de transitie naar meer duurzaamheid door studenten voor te bereiden op de beroepen van morgen.

We kregen in 2025 direct landelijke erkenning voor de integratie van duurzaamheid in de bedrijfsvoering. In de SustainaBUL MBO behaalden we de tweede plaats in de categorie Kickstarters. De SustainaBUL MBO is de toonaangevende ranglijst voor duurzaamheid in het middelbaar beroepsonderwijs. De tweede plaats ervaren we dan ook als een belangrijke erkenning. Voor de inzet van de mensen die duurzaamheid hebben geïntegreerd in de bedrijfsvoering. Voor het enthousiasme waarmee de hele organisatie het thema heeft omarmd. De erkenning stimuleert ons om door te gaan. Om nog meer collega’s en studenten erbij te betrekken.

Op drie manieren is in 2025 de integratie van duurzaamheid in onze bedrijfsvoering zichtbaar geworden.

  • Gebouwen
    Op onze locaties aan de Ambonstraat in Alphen aan den Rijn en de Groen van Prinsterersingel in Gouda bouwden en verbouwden we. Die activiteiten stonden in het teken van onderhoud en verduurzaming. Hiermee zetten we concrete stappen om te voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs (2015).

     

  • Evenementen
    Het Evenementenbureau maakte bewuste keuzes voor duurzame oplossingen. Zo stapte het over van drukwerk naar digitale communicatiemiddelen. Dit leidde tot minder verspilling en een efficiëntere werkwijze. Tijdens events doen we er alles aan om verspilling van voedsel en frisdranken zo veel mogelijk tegen te gaan.

     

  • Studentenparticipatie
    In het verslagjaar onderscheidden we ons door de manier waarop we studenten betrekken bij duurzaamheid. Honderden studenten vulden een enquête in over hun ervaringen met duurzaamheid. Zij vertelden welke doelen zij willen prioriteren. Tientallen studenten gaven aan actief mee te willen denken over de volgende stappen.

De kern van onze duurzaamheidsaanpak is het streven naar een integrale, toekomstbestendige organisatie. Dat streven is óók de drijvende kracht achter onze ambitie om een volledig inclusieve en kansrijke leeromgeving te creëren voor iedereen.

Inclusie en kansengelijkheid
Een omgeving creëren waarin elke student zich thuis voelt, gelijke kansen krijgt en zich optimaal kan ontwikkelen, is een kernopdracht van mboRijnland. Service & Strategie draagt hieraan bij. We doen dat door barrières weg te nemen en systemen te ontwikkelen die sociale veiligheid en toegankelijkheid bevorderen. In 2025 hebben we op dit vlak een aantal belangrijke, concrete stappen gezet.

Financiële toegankelijkheid
Geld mag geen belemmering vormen voor studiesucces. Daarom hebben we het studentenfonds uitgebreid. Ook studenten in de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL), studenten van 18 jaar en ouder en vavo-studenten kunnen hier nu gebruik van maken. Daarnaast kunnen studenten leermiddelen en laptops in bruikleen krijgen. Zo zorgen we dat iedereen kan meedoen.

We hebben een initiatief ontplooid dat we ‘sociaal incasseren’ noemen. Dat staat voor een mensgerichte aanpak bij betalingsproblemen. Als zo’n probleem zich voordoet, kijken we samen met de betreffende student naar een passende oplossing. Zo kunnen we uitval voorkomen en de kans vergroten dat studenten hun opleiding afronden.

Een veilige thuishaven
Fysieke veiligheid en verbondenheid zijn belangrijk voor het welzijn van studenten. Binnen het strategisch huisvestingsplan hebben we daarom het concept ‘thuishavens’ ingevoerd. Een thuishaven is een herkenbare en kleinschalige plek binnen een mboRijnland locatie. Een plek waar studenten zich direct veilig kunnen voelen. Waar zij vertrouwde gezichten zien en makkelijk contact kunnen maken. Hiermee willen we hun gevoel van gezien en gehoord worden vergroten.

Sociale veiligheid en welzijn
Sociale veiligheid en armoedebeleid zijn vaste onderdelen van ons beleid die we met voorrang willen realiseren. Met concrete plannen willen we het welzijn van de studenten vergroten en hun ontwikkeling stimuleren. Zo hebben we in het verslagjaar de ZenZone geopend: een rustige ruimte waar studenten zich kunnen ontspannen. Ook is de Loopbaan Experience gestart. Dit initiatief helpt studenten bij het maken van keuzes rondom hun loopbaan en toekomst.

Door barrières actief weg te nemen, creëren we de basis waarop onderwijs kan groeien. Dit heeft in 2025 geleid tot concrete resultaten binnen de vijf strategische pijlers van mboRijnland. Service & Strategie heeft de organisatie daarin krachtig ondersteund.

Resultaten in 2025
De vorming van Service & Strategie was een fundamentele strategische verandering. Bedoeld om makkelijker onze ambities te realiseren. Dat leverde in het verslagjaar al mooie resultaten op bij onze ondersteuning van de mboRijnland organisatie op de vijf strategische pijlers.

Continue kwaliteitsverbetering

mboRijnland werkt planmatig aan het verbeteren van het studiesucces. In 2025 hebben we de kwaliteitscultuur verder versterkt. De onderwijsteams zijn eindverantwoordelijk voor een beter studiesucces. Met onze ondersteuning kunnen zij daarin krachtiger stappen maken.

Service & Strategie heeft in 2025 kwaliteitstafels ontwikkeld voor de Colleges. Deze kwaliteitstafels helpen onderwijsteams om gericht te sturen op studiesucces. In het verslagjaar waren we actief om voor mboRijnland referentieopleidingen in te richten, één opleiding per College. Een referentieopleiding dient als voorbeeld voor flexibel onderwijs. Alle referentieopleidingen maken gebruik van een learning community. Hiermee hebben we een belangrijke bijdrage geleverd aan de doorontwikkeling van flexibel onderwijs.

Met de inrichting van het Serviceplein – een centraal punt voor allerlei vragen – verbeterde de dienstverlening zichtbaar. Studenten en medewerkers waarderen de snelle en persoonlijke aanpak met een 8,8.

Door financiële functies en control-functies dichter bij elkaar te brengen vereenvoudigden en versnelden we de planning-en-controlcyclus. Daardoor kan de organisatie gerichter bijsturen op de organisatiedoelen.

Sterk regionaal netwerk

mboRijnland heeft zijn positie als strategische partner in de regio verder versterkt. De succesvolle trajecten waarbij studenten leren op de werkvloer zijn hiervan een sprekend voorbeeld. Direct leren in de praktijk vergroot hun motivatie. Na hun opleiding vinden ze sneller een passende baan.

mboRijnland heeft in het verslagjaar een functie coördinator werving en voorlichting verder ontwikkeld. In een pilot in Gouda is deze rol meer adviserend ingezet, met extra aandacht voor de samenhang tussen online en offline voorlichting. Docenten vertellen nog steeds enthousiast over hun opleiding op toeleverende scholen in de regio. Door de versterkte adviserende rol van de coördinator werving en voorlichting en de nieuwe rol van brede voorlichter gebeurt dit nu gerichter en meer in samenhang, passend bij de klantreis van de studiekiezer. Hierdoor sluiten activiteiten beter aan op de gekozen doelgroepen en het bredere regionale netwerk. Deze aanpak moet, naast meer locatiegebonden campagnes, bijdragen aan een toename van het aantal aanmeldingen op de juiste plek.

Oog voor elkaar, vitaal en veilig

Verbinding stond centraal in 2025, het jaar waarin Service & Strategie vorm kreeg. Collega’s uit de voormalige centra vonden elkaar op diverse momenten: tijdens een nieuwjaarsborrel, diverse kenniscafés en een zomer- en winterevenement.  Daar konden we de basis leggen voor een nieuwe, gezamenlijke cultuur.

Verschillende initiatieven hebben in het verslagjaar bijgedragen aan een vitaal en veilig werkklimaat. Denk aan een ontwikkelingstraject voor het management. Aan de sterke focus op teamontwikkeling. Aan de zorgvuldige manier waarop nieuwe collega’s wegwijs worden gemaakt in de organisatie. Nieuwe collega’s ervaren hun start dan ook als een warm bad. In een tussentijdse meting van waar we staan (midterm review), valt vooral op hoe vaak de collegialiteit binnen de organisatie als positief punt wordt genoemd.

Digitalisering als mogelijkmaker

Het samengaan van de vroegere ondersteunende centra in Service & Strategie heeft veel kennis en ervaring gebundeld. Daardoor behandelen we digitaliseringsvragen niet langer als geïsoleerde IT-verzoeken, maar als strategische vraagstukken die direct impact hebben op onderwijs en bedrijfsvoering. Dat leidt tot efficiënter werken en beter onderwijs. Ook andere resultaten laten deze vooruitgang zien.

  • Procesoptimalisatie
    We hebben een robot ingezet bij de instroom van studenten. Deze neemt medewerkers zo veel mogelijk werk uit handen, vooral repeterende handelingen. Aan het einde van het verslagjaar werd 78 procent van de praktijkovereenkomsten digitaal ondertekend.
  • Infrastructuur
    We hebben Windows 11 uitgerold op alle beheerde desktops. In november 2025 hebben we een nieuwe, gezamenlijke Teams-omgeving voor het hele centrum gelanceerd. Dit heeft de samenwerking versterkt.
  • Onderwijsinnovatie
    De inzet van moderne tools zoals VR-brillen en zorgtechnologie in de lessen heeft het onderwijs aantrekkelijker gemaakt. Het is daardoor beter afgestemd op de beroepspraktijk. Een succesvolle AI-onderwijsconferentie heeft de bewustwording over AI vergroot en veel inspiratie opgeleverd.

Deze resultaten vormen een stevig fundament voor de volgende fase van onze ontwikkeling.

Verankeren en versnellen in 2026

De succesvolle vorming van Service & Strategie heeft in 2025 een basis gelegd waar we erg trots op zijn. Een fundament waarop mboRijnland verder kan bouwen. Uit verschillende resultaten leiden wij af dat we de goede kant opgaan:

  • de genoemde landelijke erkenning;
  • de concrete stappen in procesverbetering en digitalisering;
  • de versterkte aandacht voor inclusie en welzijn.

Service & Strategie heeft in het verslagjaar een structuur neergezet die de samenwerking binnen de hele organisatie bevordert. Die de strategische doelen van mboRijnland optimaal ondersteunt.

In 2026 verschuift de focus van vorming naar verankering en versnelling. Dan willen we de nieuwe structuur en cultuur vooral stabiliseren en professionaliseren. We zorgen voor een goede borging van de nieuwe samenwerkingsprocessen en voor een bewaking van de integrale koers.

Concreet werkt Service & Strategie aan heldere ontwikkelopgaven. Denk aan de doorontwikkeling van de studentreis voor een rijkere onderwijservaring. Denk ook aan een nog betere examinering en aan een meerjarig ontwikkelplan voor de ondersteuning als geheel. In 2026 willen we de volgende stap in onze ambitie waarmaken: slim geregeld, sterk verbonden! Service & Strategie verbindt mensen, processen en digitale innovatie voor een betekenisvolle klantreis.

Hoofdstuk 13


Verantwoording werkagenda

In 2025 heeft mboRijnland de uitvoering van de werkagenda vormgegeven in nauwe samenwerking met zowel interne als externe partners. Intern is de werkagenda stevig vervlochten met de strategische agenda van mboRijnland. We voeren die uit via bestaande sturings- en uitvoeringsstructuren, met betrokkenheid van Colleges en met ondersteuning van Service & Strategie.

Externe partners
Extern werkt mboRijnland samen met gemeenten, werkgevers, andere mbo-instellingen en landelijke en regionale netwerken. Deze samenwerking krijgt concreet vorm in onder andere de centra voor innovatief vakmanschap (CIV’s) die innovaties vanuit het werkveld in het onderwijs brengen, in regionale vsv-programma’s en in samenwerkingen rondom Leven Lang Ontwikkelen (LLO) binnen Via Delta.

Zo werken we intensief samen met gemeenten en doorstroompartners aan het Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten en Duurzaam Werk. In dat programma zijn gezamenlijke maatregelen en monitoringsafspraken verwoord. De samenwerking met werkgevers krijgt handen en voeten via onder meer het Stagepact. In dit pact werken we samen met hen aan gelijke stagekansen, professionalisering van stagebegeleiding en het tegengaan van stagediscriminatie.

Met regionale partners werkt mboRijnland samen aan een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, bijvoorbeeld via gezamenlijke activiteiten met vo-scholen (zoals meeloopdagen en beroepenoriëntatie) en via maatwerktrajecten voor werkenden en werkzoekenden binnen LLO.

Uitkomst van de jaarlijkse evaluatie
De jaarlijkse evaluatie over 2025 is intern uitgevoerd en gebaseerd op een brede uitvraag binnen de organisatie, aangevuld met reflectie in een themasessie met directie en College van Bestuur.

De evaluatie laat zien dat mboRijnland de werkagenda integraal heeft verbonden met de strategische agenda. Hierdoor wordt niet projectmatig gewerkt, maar vanuit een samenhangende visie op onderwijskwaliteit, studentenwelzijn en flexibilisering.

Op meerdere thema’s zijn zichtbare resultaten behaald. Zo is het studentenwelzijn versterkt door de pilot van de ZenZone , een ruimte waar studenten zich kunnen terugtrekken en tot rust kunnen komen, en door organisatiebrede aandacht voor sociale veiligheid, onder andere tijdens de managementdagen. Op het gebied van begeleiding en vsv is het aantal uitvallers verder gedaald en wordt een groeiend aandeel studenten succesvol begeleid naar vervolgopleiding of werk.

Ook wat betreft kansengelijkheid hebben we concrete stappen gezet. Zo nemen mbo-studenten inmiddels volwaardig deel aan de EL CID-introductieweek in Leiden en is het aantal studenten met een internationale leerervaring toegenomen. Binnen studentparticipatie zijn pilots uitgevoerd met locatiepanels en is gewerkt aan een visie op inclusieve medezeggenschap.

De school verstevigde de basisvaardigheden van studenten via nulmetingen, docentprofessionalisering en initiatieven als de Battle Basisvaardigheden. Ook kreeg loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) meer gewicht: LOB groeide in het verslagjaar verder van een apart onderdeel naar een vanzelfsprekend deel van het onderwijs.

De evaluatie over 2025 laat ook zien dat sommige opgaven complex en meerjarig van aard zijn. Zo vragen de kwaliteit van basisvaardigheden, laaggeletterdheid, stagediscriminatie en werkdruk blijvende aandacht. Ook is sprake van afhankelijkheid van tijdelijke financiering bij een aantal effectieve interventies, bijvoorbeeld binnen begeleiding en de aanpak van voortijdig schoolverlaten.

Daarnaast blijkt dat de uitvoering plaatsvindt in een complexe context, met overlappende regionale structuren en samenwerkingsverbanden. Dit vraagt om extra afstemming en brengt uitvoeringsdruk met zich mee.

De evaluatie bevestigt dat mboRijnland inhoudelijk op koers ligt, maar dat verdere focus, borging en uitvoerbaarheid belangrijke aandachtspunten blijven.

Bijsturing op basis van de jaarlijkse evaluatie
Op basis van de jaarlijkse evaluatie stuurde mboRijnland de uitvoering van de werkagenda gericht bij op drie punten.

In de eerste plaats stuurden we bij door de samenhang binnen de werkagenda te versterken. Zo hebben we meer werk gemaakt van de verbinding tussen studentenwelzijn, begeleiding en studiesucces. We deden dit door de integrale begeleiding door te ontwikkelen en door met multidisciplinaire teams rondom de student te werken.

In de tweede plaats stuurden we bij door de ingezette ontwikkelingen binnen de organisatie beter te borgen. We versterkten de processturing, we zijn gaan werken met verbeterde monitoringsinstrumenten (zoals dashboards voor studievoortgang en uitval) en we hebben thema’s zoals LOB en stagebegeleiding meer geïntegreerd in de reguliere onderwijsprocessen.

In de derde plaats stuurden we bij door in regionale netwerken en samenwerkingen nadrukkelijk een actievere rol te pakken, bijvoorbeeld binnen vsv-programma’s, CIV’s en binnen Via Delta.  Tegelijkertijd is ingezet op meer focus en prioritering binnen deze samenwerkingen om de uitvoerbaarheid te verbeteren.

Toelichting op de verantwoording per doelstelling

In de tabel hieronder hebben we de verantwoording per doelstelling voor 2025 uitgewerkt. Bij de beantwoording van de vragen is gebruikgemaakt van vaste antwoordcategorieën.

Voor de vraag: ‘Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?’ hebben we gebruikgemaakt van de volgende antwoordcategorieën:
• Ja, geldt voor alle activiteiten 
Ja, geldt voor de meeste activiteiten 
Ja, geldt voor de helft van de activiteiten 
Ja, geldt voor een klein deel van de activiteiten 
Nee, geldt voor geen enkele activiteit 

Voor de vraag: ‘Wat is het effect van de activiteit(en)?’maakten we gebruik van de onderstaande antwoordcategorieën:
• Heel effectief 
Effectief 
Een klein beetje effectief 
De effectiviteit wisselt per activiteit
Niet effectief 
• Ik weet het niet

1.1 Gelijkwaardige behandeling van alle studenten in Nederland

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Gelijkwaardig positioneren van het mbo en de mbo-studenten;
• Creëren van een infrastructuur om studenteninitiatieven, zoals studieverenigingen, te ondersteunen en begeleiden;
• Afspraken maken met gemeenten en andere relvante partijen om mogelijk te maken dat studenten kunnen participeren in het studentenleven, met aandacht voor introductieweken en studentensport;
• Andere activiteit(en), namelijk:* Inclusieve studentparticipatie en medezeggenschap
Toelichting op de invulling van de activiteitenDe visie op internationalisering is in 2025 verder geconcretiseerd in plannen per College, inclusief bijbehorende middelen en duidelijke rolverdeling via het RACI-model. Daarnaast is een impacttool ontwikkeld waarmee de opbrengsten van internationale activiteiten structureel worden gemonitord. Dankzij aanvullende subsidie konden circa 850 studenten een internationale leerervaring opdoen, een groei van 13 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, met een duidelijke toename van niveau 2-studenten. Ook is een alumni-netwerk internationalisering gestart om duurzame betrokkenheid van oud-studenten te bevorderen en nieuwe deelnemers beter voor te bereiden. Naast mobiliteit nam mboRijnland deel aan strategische internationale samenwerkingsprojecten, waaronder een Europees project rond zorgtechnologie en het NL Knowledge House-project, waarmee internationale kennisuitwisseling en gelijke kansen voor mbo-studenten worden versterkt.

In 2025 is verder gewerkt aan het versterken van de infrastructuur rondom studenteninitiatieven en studieverenigingen. Studenten in het mbo kunnen zich inmiddels bij ongeveer van de helft van alle studentenverenigingen inschrijven en deelnemen aan de activiteiten. Er is een studentenvereniging die actief leden werft onder onze studenten. De overige verenigingen werven vooral tijdens het festival van EL CID (introductieweek van de Leidse studenten).

Afspraken maken met gemeenten en andere relevante partijen om mogelijk te maken dat studenten kunnen participeren in het studentenleven: mboRijnland heeft in 2025 intensief samengewerkt met gemeenten en onderwijsinstellingen om de deelname van mbo-studenten aan het studentenleven te vergroten. Zo participeert mboRijnland als volwaardig partner in de organisatie van de Leidse introductieweek EL CID, samen met ROC Mondriaan en de Leidse Instrumentmakers School. In 2025 namen mbo-studenten en -mentoren volwaardig deel aan de Leidse introductieweek EL CID. Mbo-mentoren volgden dezelfde gezamenlijke training als mentoren van andere onderwijsinstellingen, wat bijdroeg aan een gelijkwaardige positionering binnen het programma. Studenten konden deelnemen aan het volledige activiteitenaanbod en een studieblok op mboRijnland locatie volgen. Door de huidige opkomst (circa 10 procent) is het nog niet haalbaar om studieblokken per opleiding te organiseren. Mbo-studenten konden daarnaast, net als andere deelnemers, gebruikmaken van de centraal georganiseerde overnachtingsmogelijkheden; mboRijnland faciliteerde hierin geen eigen slaapvoorzieningen.

In 2025 hebben we voor het project inclusieve studentparticipatie en medezeggenschap een studentenonderzoek uit laten voeren door Young Inspiration. Samen met studenten onderzochten we hoe we onze aanpak van studentparticipatie duidelijker, aantrekkelijker en bruikbaarder kunnen maken. Het onderzoek bestond uit wandelganggesprekken, duo-interviews en studenten als co-onderzoekers. Op basis van de inzichten uit het onderzoek zijn we gestart met het opstellen van een visie op en een beleidsstuk over studentparticipatie. In 2026 wordt het stuk aangescherpt en voltooid. Daarnaast voerden we samen met de Studentenraad twee pilots uit voor locatiepanels en scherpten we de werkwijze daarvan verder aan. Tot slot investeerden we in een landelijk netwerk met andere mbo-instellingen, waarmee we via de MBO Raad stappen hebben gezet richting professionalisering en uitbreiding.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht? Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?De effectiviteit wisselt per activiteit
Waar merken we dat aan?

1.2 Verbeteren studentenwelzijn, versterken integrale veiligheid op school en bij het leerbedrijf en het vergroten van de toegankelijkheid

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Aansluiten bij de bestaande integrale aanpak Gezonde School en de programma’s Welbevinden op school en Helder op school;
• Uitbreiding sociaal veiligheidsplan
• Inzet op de vier thema’s uit de verbeteragenda passend onderwijs;
• Andere activiteit(en), namelijk:* Integrale begeleiding * Locatieplannen
Toelichting op de invulling van de activiteitenBegeleiding Ondersteuning Studiesucces (BOSS) heeft in 2025 op verschillende manieren bijgedragen aan het versterken van studentenwelzijn. De inzet richtte zich onder meer op groepsdynamica, financieel welzijn en het tegengaan van eenzaamheid. Deze aanpak sluit aan bij de integrale benadering van Gezonde School en de programma’s Welbevinden op school en Helder op school, waarbij welzijn, preventie en ondersteuning in samenhang worden benaderd. Studentenwelzijn is daarnaast verbonden aan bredere initiatieven binnen mboRijnland, zoals deelname aan Pride Leiden en de activiteiten van de Werkgroep Diversiteit en Inclusie. Vanuit de middelen van de werkagenda is een projectleider ingezet om deze thema’s verder te versterken. De werkgroep is zichtbaar binnen de organisatie en fungeert als aanspreekpunt voor inclusiviteitsvraagstukken.

Binnen het project Integraal Begeleiden is gewerkt aan de ontwikkeling van een praktisch onderbouwde begeleidingsmethodiek die aanvullend is op de bestaande ondersteuning. Centraal staat een multidisciplinaire aanpak waarin professionals rondom de student samenwerken. Deze werkwijze draagt bij aan tijdige signalering van ondersteuningsbehoeften en aan het versterken van passende begeleiding binnen het onderwijsproces.

Het versterken van integrale veiligheid vond plaats via een maatwerkaanpak per locatie. Hierbij lag de nadruk op het versterken van onderlinge verbinding, het opbouwen van vertrouwen en het verder ontwikkelen van locatiegebonden veiligheidsplannen. Door deze aanpak krijgt sociale veiligheid een zichtbare en structurele plek binnen de dagelijkse onderwijspraktijk. Tijdens de managementdagen in 2025 (Grote Yurt) stond sociale veiligheid centraal. Teamleiders, directeuren en bestuurders gingen met elkaar in gesprek over de betekenis van sociale veiligheid binnen mboRijnland en over ieders rol in het creëren van een veilige en inclusieve leer- en werkomgeving. Deze gesprekken hebben bijgedragen aan meer bewustzijn en gedeeld eigenaarschap binnen de organisatie.

In het Strategisch Huisvestingsplan is expliciet rekening gehouden met de diversiteit van studenten en hun behoeften. Samen met studenten is een beoordeling uitgevoerd van de fysieke toegankelijkheid van de gebouwen. Daarnaast is een pilot gestart met de ZenZone, een ruimte waar studenten zich kunnen terugtrekken voor rust en herstel. Deze initiatieven dragen bij aan een inclusieve en veilige leeromgeving.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?De effectiviteit wisselt per activiteit
Waar merken we dat aan?Tijdens de mboRijnland managementdagen 2025 (grote yurt) hebben we ingezet op gedeeld eigenaarschap voor het thema sociale veiligheid. We zien dat het nu breder leeft in de organisatie. Er is meer bewustzijn ontstaan over subtiele vormen van uitsluiting en het belang van een cultuur waarin iedereen zich durft uit te spreken. De aandacht tijdens de yurt en daaruit voortkomende besprekingen zorgden voor onderlinge verbinding: de erkenning dat veiligheid niet een ‘project’ is, maar een gedeelde verantwoordelijkheid. Leidinggevenden zijn gevraagd na de yurt aan de slag te gegaan met gesprekken binnen hun eigen team. Enkele teams zijn hier al actief mee bezig. De succesvolle Pride heeft de wens om een Gender and Sexuality Alliance op te richten nieuw leven ingeblazen. De werkgroep Diversiteit & Inclusie is goed zichtbaar binnen de organisatie. Daardoor konden in 2025 verscheidene inclusiviteits- vraagstukken bij de werkgroep worden ingediend. We werkten intensiever samen met gemeenten. De ZenZoneis geopend en er is grote waardering voor de mogelijkheid zich op een specifieke plek terug te kunnen trekken. De ruimte wordt dagelijks gebruikt.

1.3 Versterken van de begeleiding (op school en bij overgang naar werk/vervolgstudie), verminderen aantal vsv’ers

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Faciliteren en begeleiden van de terugkeer naar school;
• Extra begeleiding in het onderwijs/bpv;
• Inzet op goede voorbereiding op de overstap naar de arbeidsmarkt;
• Nazorg bieden aan studenten die dat nodig hebben;
• Voortzetten en uitbreiden van de bestaande vsv-aanpak. Maken van nieuwe plannen met streefwaarden en monitoring i.s.m. gemeenten/RMC;
• Andere activiteit(en), namelijk:* Integrale begeleiding (zie doelstelling 1.2)
Toelichting op de invulling van de activiteitenIn 2025 heeft mboRijnland de bestaande vsv-aanpak voortgezet en verder ontwikkeld in voorbereiding op de nieuwe programmaperiode. Samen met scholen, doorstroompunten en gemeenten zijn regionale programma’s opgesteld, waarin maatregelen en effectindicatoren zijn vastgelegd voor het verminderen van voortijdig schoolverlaten en het bevorderen van een duurzame uitstroom naar werk of vervolgopleiding. Het overgangsdocument is vastgesteld en voor Zuid-Holland Oost is een vernieuwd monitoringskader ingericht. Daarnaast zijn aanvullende afspraken gemaakt om jongeren effectiever naar een passende plek te begeleiden. Hiermee is een stevige basis gelegd voor het nieuwe regionale programma vsv en duurzaam werk.

Binnen het Stagepact is gericht ingezet op het versterken van de begeleidingskwaliteit in de beroepspraktijkvorming. De inzet richtte zich op betere ondersteuning van studenten tijdens hun stage en het vergroten van kansengelijkheid. Een nadere toelichting op de uitvoering en resultaten is opgenomen bij doelstelling 2.2.

De onderwijsuitvoering heeft in 2025 extra aandacht besteed aan begeleiding in de klas, onder meer via integrale begeleiding en de inzet van jongerencoaches bij specifieke opleidingen. Deze aanpak draagt bij aan vroegsignalering en gerichte ondersteuning van studenten, waardoor uitval wordt voorkomen en studiesucces wordt bevorderd.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Effectief
Waar merken we dat aan?In het studiejaar 2024-2025 daalden de uitvalcijfers opnieuw bij mboRijnland. In 2025 konden we 58 procent van de jongeren plaatsen in duurzaam werk of een vervolgopleiding. In 2026 lopen nog begeleidingstrajecten met jongeren die in 2025 hun diploma hebben behaald.

1.4 Versterken van de beroepsgerichte route, het stimuleren van de in- en doorstroom

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Aansluiting tussen onderwijsinstellingen (vo-mbo-ho) versterken door afstemming inhoud en inrichting onderwijsprogramma, met focus op opleidingen die nodig zijn voor maatschappelijke opgaven en waar studenten drempels ervaren;
• Met partners in het onderwijs zorgen dat leerlingen en studenten in verschillende fases van hun opleiding kunnen kennismaken met het beroepsonderwijs
Toelichting op de invulling van de activiteitenIn 2025 heeft mboRijnland samen met vo-scholen en regionale partners gewerkt aan het versterken van de aansluiting tussen onderwijsinstellingen. De focus lag op vakinhoudelijke afstemming binnen opleidingen die bijdragen aan maatschappelijke opgaven, onder andere op het gebied van cybersecurity, data & privacy, AI en robotica. Daarnaast is ingezet op het versterken van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) en op kennismaking met het mbo via lessen en activiteiten op mbo-locaties. In het verslagjaar lag de nadruk vooral op kennisdeling, evaluatie en de voorbereiding van pilots die in 2026 verder worden uitgevoerd en geborgd.

Om leerlingen vroegtijdig kennis te laten maken met het beroepsonderwijs zijn verschillende activiteiten georganiseerd in samenwerking met vo-scholen en regionale partners. Zo zijn oriënterende gesprekken gevoerd met vo-scholen over de begeleiding van havo-leerlingen zonder diploma richting het mbo. mboRijnland was daarnaast betrokken bij oriëntatieactiviteiten zoals Techniek Tastbaar, waarbij jongeren en hun ouders op een laagdrempelige manier kennismaken met technische opleidingen en beroepen. Ook zijn meeloopdagen voor vo-scholieren georganiseerd en is de beroepenmanifestatie Go4It mede-georganiseerd, gericht op tweedejaars vmbo-leerlingen. Tijdens deze activiteiten maakten leerlingen kennis met verschillende domeinen van mboRijnland en met de mogelijkheden binnen het beroepsonderwijs.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Effectief
Waar merken we dat aan?Er ontstond meer samenhang tussen onderwijsprogramma’s. Voor vo-leerlingen werd het mbo zichtbaarder. We hebben een inhoudelijke basis gelegd voor doorlopende leerlijnen. We zien dat aan: de ontwikkeling van gezamenlijke onderwijsprojecten door vo en mbo; de structurele kennisdeling met partners; lessen en workshops op mbo-locaties; de toegenomen aantrekkingskracht van het thema cybersecurity (keuzedeel); de concrete voorbereiding van pilots en gezamenlijke leeromgevingen.

1.5 Verminderen van laaggeletterdheid

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Deelname aan of medewerking verlenen aan het Nationaal Groeifondsproject LLO collectief,
• Andere activiteit(en), namelijk; * Taal- en rekenschool
Toelichting op de invulling van de activiteitenmboRijnland is penvoerder voor het LLO-Collectief Midden-Holland en medeondertekenaar van de LLO-Collectieven Holland Rijnland en Zuid-Holland Centraal. In dit kader is in 2025 intensief samengewerkt met regionale partners aan de voorbereiding van een gezamenlijke subsidieaanvraag gericht op de verdere ontwikkeling van Leven Lang Ontwikkelen (LLO). De uitslag hiervan wordt in 2026 verwacht. Het gezamenlijke aanvraagproces heeft geleid tot een sterkere regionale samenwerking en een gedeelde basis voor duurzame ontwikkeling van LLO-activiteiten. Vanuit College Start-Up zijn daarnaast diverse maatwerktrajecten uitgevoerd gericht op het versterken van basisvaardigheden binnen de zorgsector.

De taal- en rekenschool heeft haar activiteiten in 2025 voortgezet. Deze voorziening richt zich met name op interne studenten en draagt bij aan het versterken van basisvaardigheden en studiesucces. Met de voortzetting van deze activiteiten blijft mboRijnland investeren in het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid binnen de eigen studentpopulatie.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Effectief
Waar merken we dat aan?Een eerste resultaat is een betere samenwerking in de arbeidsmarktregio’s. Dit heeft een relatie met de mogelijke toekenning van de subsidie.

Deelnemers van de maatwerktrajecten in de zorg zijn goed ondersteund in hun basisvaardigheden.

De resultaten van de taal-en rekenschool zijn wisselend.

2.1 Een weloverwogen studiekeuze voor een kansrijk beroep, duurzame perspectieven op de arbeidsmarkt en baanzekerheid, bekendheid met omscholingsmogelijkheden – Verplichte maatregel

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Investeren in extra capaciteit en kwaliteit op LOB, met name voor de opleidingen verbonden met de maatschappelijke opgaven;
• Extra fte voor LOB;
• Meer en effectieve oriënterende beroeps- of bedrijfsbezoeken;
• Meer/beter begeleiden van studenten bij het kiezen van een stageplek en –richting;
• LOB bijscholingscursus of –training voor docenten loopbaanbegeleiders
• Afspraken met werkgevers over gezamenlijke inzet op voorlichting, zoals oriënterende bedrijfsbezoeken, met name in sectoren met maatschappelijke opgaven
Toelichting op de invulling van de activiteitenIn 2025 heeft mboRijnland verder geïnvesteerd in het versterken en zichtbaarder maken van loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) als integraal onderdeel van de onderwijsprocessen. Daarbij lag de nadruk op kwaliteit, samenwerking en aansluiting bij opleidingen die bijdragen aan maatschappelijke opgaven. LOB wordt steeds meer verbonden aan instroom, onderwijsuitvoering en beroepspraktijkvorming, waardoor studenten gerichter worden begeleid bij hun loopbaanontwikkeling. De pilot M-jaar, uitgevoerd binnen het OCW-oriëntatietraject, is in 2025 voortgezet en wordt verder doorontwikkeld, hoewel deze nog niet volledig volgens de nieuwe richtlijnen is ingericht.

Om de uitvoering van de werkagenda te ondersteunen zijn tijdelijke fte’s ingezet voor LOB. Deze inzet heeft bijgedragen aan betere afstemming tussen procesgroepen, versterking van kennisdeling en een duidelijkere positionering van LOB binnen de organisatie.

In samenwerking met de Community is de communicatie rondom oriënterende activiteiten vernieuwd. Hierdoor zijn opleidingen en studenten beter bereikt en is deelname aan beroeps- en bedrijfsbezoeken gestimuleerd. Deze activiteiten dragen bij aan een realistisch beeld van sectoren met maatschappelijke opgaven en ondersteunen studenten bij het maken van weloverwogen keuzes.

Er zijn stappen gezet in het versterken van de aansluiting tussen LOB en beroepspraktijkvorming. Door loopbaangesprekken en -ervaringen nadrukkelijker onderdeel te maken van voorlichting, instroom en onderwijsuitvoering worden studenten beter ondersteund bij het kiezen van een passende stageplek en leerroute.

De professionalisering van docenten en loopbaanbegeleiders kreeg onder meer vorm via de Conferentie Basisvaardigheden en het ontwerptraject binnen de mboRijnland Academy. Hiermee is een eerste stap gezet richting verdere ontwikkeling van deskundigheid op het gebied van LOB.

Met werkgevers zijn afspraken gemaakt over gezamenlijke voorlichting en oriëntatieactiviteiten, waaronder bedrijfsbezoeken in sectoren met maatschappelijke opgaven. Regionale afstemming tussen vo, mbo en hbo is nog in ontwikkeling; via bijeenkomsten van het mbo-expertisepunt LOB is wel inhoudelijk afgestemd over thema’s als instroom, uitstroom en wetgeving.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?De effectiviteit wisselt per activiteit
Waar merken we dat aan?De investering in tijd en menskracht heeft de samenwerking tussen procesgroepen en de projectgroep LOB versterkt. Daardoor is kennisdeling bevorderd en is de LOB in de hele organisatie beter gepositioneerd. In de training van voorlichters, intakers en adviseurs besteden we nadrukkelijk aandacht aan loopbaangesprekken en -ervaringen. We merken dit ook in de samenwerking met het vo. We zijn uitgenodigd om bij een vo-conferentie over LOB een workshop te geven. De activiteiten met betrekking tot effectievere oriënterende beroeps- en bedrijfsbezoeken heeft bijgedragen aan een toegankelijker en aantrekkelijker aanbod van oriëntatieactiviteiten. Zoals de inzet van arbeidscoaches, samenwerkingscontracten met bedrijven en MDT-instellingen, en de intensieve samenwerking binnen oriëntatietrajecten en het M-jaar.

2.2 Kwalitatief goede stageplekken, geen stagediscriminatie, passende stagevergoeding – Verplichte maatregel

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Professionaliseren stagebeleid en professionalisering stagebegeleiders o.a. om stagediscriminatie te voorkomen en tegen te gaan;
• Studenten op de hoogte brengen van de wijze waarop ze (binnen en buiten de instelling) stagediscriminatie kunnen melden;
• Sociale normstelling rondom stagediscriminatie (visie uitdragen en voorbeeldfunctie innemen bij begeleiding van studenten);
• Instellen toegankelijk, laagdrempelig meldpunt stagediscriminatie met ondersteuning voor student;
• Regionale werkwijze ontwikkelen voor opvolgen van meldingen en aanpakken van stagediscriminatie;
• Meldingen van stagediscriminatie doorgeven aan SBB;
• Stagematching bij eerste stage van BOL-studenten in jaar 1;
Toelichting op de invulling van de activiteitenIn 2025 heeft mboRijnland verdere stappen gezet in het bevorderen van gelijke stagekansen en het versterken van de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming. Binnen landelijke en regionale netwerken vervult mboRijnland een actieve rol, onder meer via samenwerking met de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), de MBO Raad, de Haagse Aanpak en sinds 2025 ook de Leidse Aanpak. In het verslagjaar is één anonieme melding van stagediscriminatie ontvangen en conform afspraken gedeeld met SBB.

De procesleiders beroepspraktijkvorming van alle Colleges zijn aangesloten bij het Stagepact en vertalen het beleid naar de onderwijspraktijk. De inzet van een projectleider Stagepact, een expert stagediscriminatie en een beleidsspecialist studentenwelzijn draagt bij aan structurele agendering en voortgang. Tijdens collegedagen zijn workshops verzorgd om de kwaliteit van stagebegeleiding te versterken en stagediscriminatie bespreekbaar te maken. Daarnaast zijn interactieve modules, voortgekomen uit de Haagse Aanpak, verder ontwikkeld om stagediscriminatie beter te herkennen en aan te pakken. Verdere uitwerking van vaste contactmomenten en een sterkere verbinding met loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) vragen nog aandacht.

Om studenten beter te informeren en te ondersteunen is het studentenportaal uitgebreid met toegankelijk materiaal over gelijke stagekansen en het melden van stagediscriminatie. Via een instellingsbrede campagne wordt gewerkt aan sociale normstelling, terwijl lesbrieven bijdragen aan het vergroten van kennis over rechten, plichten en het stageproces.

Het project objectieve stagematching voor eerstejaars BOL-studenten is in 2025 afgerond en geëvalueerd. Op basis van de opgedane ervaringen wordt gewerkt aan een passende uitbreiding naar andere opleidingen.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Effectief
Waar merken we dat aan?Wij zien dat het thema van gelijke stagekansen breed leeft in de organisatie. De zichtbaarheid van het Stagepact, online en offline, is groot. Teams vragen actief naar ondersteuning, tools en training. Door bewust de connectie te maken met diversiteit en inclusie, ontstaat bovendien een bredere invulling van het thema gelijke kansen; niet alleen vanuit de beroepspraktijkvorming, maar ook gelinkt aan sociale veiligheid en inclusief onderwijs.

2.3 Bij- en omscholing van werkenden en werkzoekenden in de regio (op maat modulair en via BBL)

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Vergroten van het aanbod en de bekendheid van BBL-opleidingen, met name degenen die zich richten op de maatschappelijke opgaven;
• BBL-opleidingen afstemmen op wat zij-instromers al kennen en kunnen;
• BBL-aanbod expliciet bekend maken in de regio;
• Vergroten aanbod certificaatgericht onderwijs leidend tot certificaten of praktijkverklaringen;
• Sluiten van regionale arrangementen met bedrijfsleven gericht op de maatschappelijke opgaven in de regio om opleidingsbehoefte en -aanbod goed op elkaar aan te sluiten;
• Leveren van bijdrage aan arbeidsmarktinfrastructuur, waaronder deelname aan de RMT, om begeleiding naar mbo-scholing mogelijk te maken;
• Andere activiteit(en), namelijk:
* Jongerenbedrijfsscan
Toelichting op de invulling van de activiteitenBij het vormgeven van om- en bijscholing werkt mboRijnland intensief samen met arbeidsmarktpartners. De Centra voor Innovatief Vakmanschap (CIV’s) spelen hierin een aanjagende rol door onderwijs, werkveld en regionale opgaven met elkaar te verbinden. Binnen de samenwerking Via Delta, samen met drie andere roc’s, is in 2025 verder gewerkt aan het vergroten van de toegankelijkheid van het LLO-aanbod en het versterken van BBL-opleidingen. Deze samenwerking draagt bij aan een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

In 2025 is bouwsteen 3 van de LLO-katalysator toegekend, waarbij mboRijnland als penvoerder optreedt. Binnen deze subsidie werken de betrokken roc’s aan de verdere professionalisering van Leven Lang Ontwikkelen en aan het versterken van regionale samenwerking rondom scholing en duurzame inzetbaarheid.

Inspelend op de groeiende vraag naar scholing voor laaggeletterden heeft mboRijnland drie subsidieaanvragen ingediend binnen het LLO-Collectief Laaggeletterden. Hiermee wordt ingezet op het uitbreiden van maatwerktrajecten en het versterken van basisvaardigheden, zodat meer werkenden en werkzoekenden duurzaam kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Effectief
Waar merken we dat aan?De blijvende focus op welzijn, zorg, veiligheid en toezicht vertaalt zich in 2025 in een substantiële groei van LLO-activiteiten in deze domeinen. Ook praktijkleren met een praktijkverklaring kent een sterke groei en vergroot daarmee de kansen voor mensen die nog niet duurzaam aan het werk zijn. LLO is door de actieve deelname van mboRijnland aan de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur inmiddels een essentieel onderwerp op de meerjarenagenda van de arbeidsmarktregio’s.

3.1 Een betere beheersing van het Nederlands en rekenen onder mbo-studenten, het versterken van de kwaliteit van docenten Nederlands en rekenen.

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Investeren in wegwerken corona-achterstanden van studenten die instromen vanuit het vo;
• Nederlands en rekenen worden aantrekkelijk en passend bij de leef- en beroepscontext van de student, aangeboden met meer mogelijkheden tot differentiatie per onderwijsniveau;
• Maatregelen om specifieke groepen studenten extra te ondersteunen bij Nederlands en rekenen;
• Maatregelen om professionalisering van onderwijspersoneel m.b.t. Nederlands en rekenen te bevorderen (staat in de werkagenda mbo onder 3.3)
• Andere activiteit(en), namelijk:
* Taal- en rekenschool
* Projectgroep basisvaardigheden”
Toelichting op de invulling van de activiteitenIn 2025 heeft het project Basisvaardigheden een belangrijke volgende stap gezet in het versterken van de kwaliteit en positionering van de generieke onderdelen binnen mboRijnland. Een organisatiebrede nulmeting Nederlands, Engels en rekenen onder eerstejaarsstudenten, met een deelname van 78 procent, bood een scherp beeld van het instroomniveau. De resultaten laten zien dat studenten, met name op het gebied van Nederlands en rekenen, lager instromen dan cohort 2024-2025. Dit onderstreept de urgentie van het project. Daarnaast hebben we stevig ingezet op professionalisering en zichtbaarheid. De Conferentie Basisvaardigheden bracht meer dan 300 generieke docenten samen rondom didactische vernieuwing en inhoudelijke versterking. Met de lancering van het platform voor open leermiddelen is een duurzame infrastructuur gerealiseerd voor kennisdeling, lesinspiratie en het benutten van bewezen effectieve aanpakken op het gebied van de generieke onderdelen. De succesvolle Battle Basisvaardigheden droeg bij aan het versterken van het imago en de waardering van de generieke onderdelen onder studenten.

In 2025 is verder gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van het burgerschapsonderwijs. Op verschillende plekken binnen de organisatie zijn docenten ingezet op basis van het bekwaamheidsprofiel Docent Burgerschap. Waar nodig, is aanvullende bijscholing aangeboden via de Leergang Burgerschapsonderwijs in het mbo, die tweemaal is uitgevoerd: in company in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam en extern met Hogeschool Leiden. Meerdere docenten hebben aan deze leergang deelgenomen. De evaluaties waren positief en het merendeel van de deelnemers behaalde een certificaat. Daarnaast is gerichte scholing aangeboden op het thema financiële educatie, onder meer in de vorm van masterclasses. Hiermee kregen docenten handvatten om financiële zelfredzaamheid structureel te integreren in het burgerschapsonderwijs. Tevens is gestart met een verkennend onderzoek naar een geschikte examenleverancier en een passend exameninstrument voor het nieuwe instellingsexamen Burgerschap.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Effectief
Waar merken we dat aan?We zijn in staat geweest om taal en rekenen goed op de kaart te zetten. Docenten worden (bij)geschoold en steeds meer docenten rekenen zijn bezig met het halen van hun bevoegdheid voor dit vak. We werken hard aan beroepsgerichte opdrachten en lessen voor taal en rekenen. Dit verschilt echter wel van docent tot docent. De Leergang Docent Rekenen/Gecijferdheid ondersteunt dit proces. We zijn in staat om beter maatwerk aan te bieden, omdat we via onze nulmetingen veel data hebben waarop we ons onderwijs kunnen afstemmen. We hebben ook hard gewerkt aan een verhoging onder studenten van de waardering voor en de betrokkenheid bij de vakken taal, rekenen en burgerschap. Dit hebben we gedaan met behulp van The Battle. Daar worden studenten door gamification uitgedaagd om met de hele klas mee te doen aan een roc-brede competitie. In 2025 deden ruim 2.000 eerstejaarsstudenten mee aan The Battle. Ten slotte zijn we steeds beter in staat om studenten op individueel niveau en tempo te laten examineren.

3.2 Verbeteren van de kwaliteit van burgerschapsonderwijs

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Docenten aanstellen op basis van het bekwaamheidsprofiel;
• Bijscholing waar nodig;
• Maatregelen om professionalisering van docenten te bevorderen in relatie tot het bekwaamheidsprofiel burgerschap (staat in de werkagenda onder 3.3);
• Andere activiteit(en), namelijk:
"Visie op burgerschap”
Toelichting op de invulling van de activiteitenOok in 2025 stelden we weer docenten aan op basis van het bekwaamheidsprofiel. Met dien verstande, dat we nu specifiek hebben geworven en geselecteerd op docenten Burgerschap. Om te voldoen aan het bekwaamheidsprofiel hebben we een bijscholing aangeboden in de vorm van de Leergang Burgerschapsonderwijs. Meerdere docenten hebben deze leergang gevolgd. Deze is twee keer aangeboden: in company met de Hogeschool van Amsterdam en extern met de Hogeschool Leiden en de mboRijnland Academie. Er was de mogelijkheid tot bijscholing op het onderwerp financiële educatie.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Effectief
Waar merken we dat aan?Collega's die de leergang hebben gevolgd, waren positief. De meeste collega's hebben het certificaat behaald. De bijscholing is afgesloten met een bewijs van deelname.

3.3 Het werken in het mbo aantrekkelijker maken – Verplichte maatregel

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Ambitieuze en realistische plannen met kwantitatieve doelstellingen maken in samenspraak met de ondernemingsraad op de volgende thema's:
* Inschaling onderwijspersoneel
* Professionalisering onderwijspersoneel
* Werkdruk onderwijspersoneel
* Begeleiding van startend onderwijspersoneel
• Onderdeel van het loopbaanbeleid vormen de kwaliteitscriteria voor doorstroom van docenten van LB naar LC en LD en de eventuele limiteringen aan de aantallen die kunnen doorstromen en welke consequenties dit heeft voor het ontwikkelperspectief van docenten in verhouding tot het totale aantal onderwijsgevenden/personeelsbestand in de instelling;
• Intensiveren van de inzet op zij-instromers in het aannamebeleid;
• Andere activiteit(en), namelijk;
* Herijking functiehuis
* Focus professionalisering docenten
* Gesprekken ondernemingsraad over carrièreperspectief
* Eigenaarschap van medewerkers vergroten
Toelichting op de invulling van de activiteitenmboRijnland werkt aan een toekomstbestendige functiemix en professionele ontwikkeling van onderwijspersoneel. In 2025 is gestart met de actualisatie van het functiehuis; in 2026 worden de docentfuncties geactualiseerd op basis van MBO‑sectorprofielen. Hiermee ontstaan duidelijke loopbaanpaden van instructeur naar docent en naar andere functies binnen de organisatie. De huidige functiemix (40% docent B, 60% docent C/D) laat zien dat er al een stevige basis is in de hogere schalen.

Het is belangrijk dat medewerkers zelf regie nemen over hun ontwikkeling en actief het gesprek voeren met hun leidinggevende over doorgroei en professionalisering. Deze dialoog vormt de basis voor gerichte doorstroom binnen de functiemix. We zetten daarom in op leiderschap bij medewerkers en hebben de OR gevraagd de achterban te stimuleren om ontwikkelgesprekken actief op te pakken. Zo vergroten we samen de bewustwording van doorstroommogelijkheden en versterken we een cultuur waarin ontwikkeling centraal staat.

Als opleidingsschool investeren wij structureel in de instroom van nieuwe docenten. Dit houdt het aandeel docenten B relatief hoog, maar tegelijkertijd zien we structurele doorstroom via professionaliseringstrajecten, maatwerk en externe instroom waarbij de volledige functiemix wordt benut (B, C én D). Dit ondersteunt onze visie op kwaliteit, professionalisering en carrièreperspectief.

De strategische leeragenda, inclusief digitale bekwaamheid en basisvaardigheden, is in (door)ontwikkeling. We faciliteren actief de doorstroom van LB naar LC. Dat zoem we als onderdeel van ons kwaliteitsbeleid. Daarnaast bieden we leergangen aan voor wettelijke basisvaardigheden. We onderzoeken we de relatie met de doorstroom van B naar C. Scholing vraagt tijd en middelen, maar levert direct waarde op voor teams. Om professionalisering en vervanging beter te ondersteunen, onderzoeken we de inzet van een interne flexpool onderzocht.

De werkdruk is in 2024 aantoonbaar afgenomen. We meten die opnieuw in maart 2026 via het medewerkersonderzoek. Teams hebben daarnaast ruimte om binnen het werkdrukplan flexibel om te gaan met professionalisering gedurende het jaar.

De functiemix monitoren we actief. In tertiaal 1 van 2026 vraagt het College van Bestuur aan elk College en cluster een planning en onderbouwing, gericht op verdere ontwikkeling van de functiemix. De voortgang hiervan koppelen we structureel terug aan de ondernemingsraad.

Als partner in de opleidingsschool verzorgt mboRijnland jaarlijks het werkplekleren en de begeleiding van een grote groep startende docenten, zowel studenten van de lerarenopleidingen als zijinstromers. Door te investeren in instroom én doorstroom, en door de volledige functiemix te benutten, versterken wij onze teams en bouwen we aan toekomstbestendig onderwijs.

Sinds 2025 maakt mboRijnland deel uit van Onderwijsregio Groene Hart en werken wij samen met de VO- en PO-scholen en opleidingsinstituten aan het werven, matchen, opleiden en begeleiden en professionaliseren van onderwijspersoneel. Thema’s die goed aansluiten bij de strategische (HRM-) agenda van mboRijnland. Daar waar mogelijk zullen wij door actieve deelname aan de onderwijsregio de kansen benutten voor meer samenwerking en synergie met andere scholen in de regio Groene Hart. Hetzelfde geldt voor de onderwijsregio Leiden, Duin- en Bollenstreek.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Een klein beetje effectief
Waar merken we dat aan?Er is sprake van doorstroom en beweging, maar de groei naar de streefwaarden verloopt geleidelijk. De instroom van startende docenten en de natuurlijke uitstroom door vergrijzing creëren weliswaar ruimte in de formatie, maar zetten tegelijkertijd druk op het tempo van doorstroom en de borging van kennis. Daarbij kijken we samen naar de benodigde acties en ondersteunende maatregelen om de functiemix verder te ontwikkelen en de kwaliteit van het onderwijs duurzaam te borgen.

In 2024 is de opleidingsschool geaccrediteerd. Voor de onderwijsregio Groene Hart is zij de basis voor een regionale opleidingsschool vo/mbo. In dat kader breidden we de opleidingsschool in 2025 uit met vo-scholen in het Groene Hart. Dat proces gaat in 2026 door. Hiermee borgen we ook bij deze vo-scholen de kwaliteit van het samen opleiden en professionaliseren. Zo kunnen we ook onze docenten-in-opleiding meer variatie in leerwerkplekken en een breder beroepsbeeld bieden. Ook op de andere thema’s van de onderwijsregio zien wij de meerwaarde en het effect van de onderwijsregio. Een voorbeeld hiervan is de opzet van extra begeleiding van startende docenten door pensionado’s. Dat is in het verslagjaar als pilot gestart. We zetten het project in 2026 voort.

3.4 Zorgen dat het mbo op het gebied van onderzoek en innovatie een gelijkwaardige partner is in de onderzoeks-kennisnetwerken

Welke activiteiten vanuit de werkagenda zijn uitgevoerd in 2025?• Intensivering van bestaande practoraten dan wel oprichting van nieuwe practoraten;
• Uitbreiding en meer zichtbaar maken van excellentiemogelijkheden;
• Andere activiteit(en), namelijk:
* Verbinden van practoraten, onderzoek en innovatie aan de brede onderwijsvisie;
* Verbinden van de practoraten d.m.v. structurele bijeenkomsten
* OCW door werkbezoek aan mboRijnland kennis laten maken met praktijkonderzoek;
* Herpositioneringsdocument CIV's en practoraten ontwikkeld, dat zorgt voor een structurele inrichting en inbedding van de CIV's en practoraten (onderzoek) binnen mboRijnland
Toelichting op de invulling van de activiteitenIn 2025 hebben we uitvoering gegeven aan de strategische ambitie om practoraten, onderzoek en innovatie steviger en zichtbaarder te positioneren binnen mboRijnland. De focus lag op het vergroten van samenhang, het versterken van de rol van praktijkgericht onderzoek in relatie tot de onderwijsvisie en het realiseren van structurele borging.

De practoraten functioneren in toenemende mate als verbindende schakels tussen onderwijs, werkveld en innovatie. De betrokkenheid van docenten en studenten bij praktijkgericht onderzoek is verder gegroeid. De rol van docent-onderzoeker is verder geprofessionaliseerd. Onderzoeksvraagstukken sluiten steeds beter aan bij de onderwijsontwikkeling en bij actuele vraagstukken uit het werkveld.

Een belangrijk resultaat in 2025 was de versterkte onderlinge verbinding tussen practoraten, onder andere door structurele afstemming en kennisdeling. Daarnaast ontwikkelden we een herpositioneringsdocument voor de CIV’s en practoraten, waarmee we de kaders hebben vastgesteld voor een duurzame inrichting en inbedding van praktijkgericht onderzoek binnen mboRijnland.

Ook extern hebben we de positionering van praktijkgericht onderzoek versterkt. We werken intensiever samen met het werkveld, het hbo en met universiteiten. Het werkbezoek van het ministerie van OCW heeft bijgedragen aan de zichtbaarheid en erkenning van het praktijkonderzoek binnen het mbo.
Is de uitvoering van de activiteit(en) verlopen zoals bedacht?Ja, geldt voor de meeste activiteiten
Wat is het effect van de activiteit(en)?Effectief
Waar merken we dat aan?De uitvoering is grotendeels volgens de beoogde koers verlopen, met waar nodig bijstellingen passend bij de ontwikkelfase van practoraten en de organisatie.

Hoofdstuk 14


Duurzaamheids-verantwoording

Duurzaamheid is integraal opgenomen in de missie van mboRijnland: ‘Wij leiden op voor een inclusieve en duurzame samenleving’. Vanuit deze missie werken wij doelgericht aan het versterken van duurzaamheid en inclusie in onze organisatie en ons onderwijs. De Beweging Duurzaam mboRijnland zet hierop in. In 2025 hebben we binnen deze beweging verdere stappen gezet. We behaalden in 2025 een podiumplek in de categorie Kickstarters van de SustainaBul MBO. Deze erkenning drukt waardering uit voor de stappen die we zetten. De gebeurtenis gaf inzicht in de mooie initiatieven die plaatsvinden op het gebied van duurzaamheid.

We zetten in het verslagjaar ook de eerste stappen in duurzaamheidsverantwoording. Hiervoor gebruiken we de ‘Handreiking vrijwillige duurzaamheidsverantwoording’. We rapporteerden over de thema’s waarover we konden rapporteren, gericht op de minimaal vereiste indicatoren. Met deze duurzaamheidsverantwoording krijgen we inzicht in waar we staan en welke stappen we kunnen zetten. We geven duurzaamheid hiermee een integrale plek in onze organisatie.

14.1 Duurzaamheid: van strategie naar beleid en uitvoering

14.1.1 Duurzaamheid als onderdeel van onze strategie en PDCA-cyclus

We werken vanuit onze strategische agenda. Hierin zijn de missie en de vijf strategische pijlers leidend. Dit zie je terug in de formats van onze plannen, in de voortgangsrapportages en de aanbiedingsformulieren bij besluiten.

Bij nieuwe ontwikkelingen en plannen geeft men aan hoe deze bijdragen aan onze doelstellingen. Duurzaamheid en inclusie zijn daarin prioriteiten. Zo borgen we dat die thema’s consequent meegaan in nieuwe plannen en ontwikkelingen. We nemen ze ook mee in het actualiseren van bestaande visies, beleid, afspraken en overeenkomsten. Duurzaamheid krijgt hierdoor een plek in alles wat we doen. Zowel management als toezichthouders worden hierover geïnformeerd.

In het verslagjaar 2024 beschreven we de ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid. Vanaf 2025 voegen we deze duurzaamheidsrapportage daaraan toe.

14.1.2 Duurzaamheidsbeleid, doelstellingen en acties

mboRijnland werkt toe naar een organisatie waarin duurzaam denken én doen integraal onderdeel is van ons handelen. We willen een positieve bijdrage leveren aan de toekomst van onze studenten en volgende generaties. We bieden goed onderwijs, waarbij we zowel in ons onderwijs als in onze bedrijfsvoering aandacht hebben voor duurzaamheid. Zo dragen we bij aan een duurzame samenleving voor onze studenten, collega’s en partners van nu en volgende generaties.

We vergroten onze handafdruk en verkleinen onze voetafdruk. Onze handafdruk vergroten we door studenten en medewerkers te informeren over duurzaamheid en hen te faciliteren in het maken van duurzame stappen. Onze voetafdruk verkleinen we door duurzame stappen te zetten in onze manier van werken, in onze gebouwen en bedrijfsvoering.

We gebruiken de Sustainable Development Goals (SDG’s) en Whole School Approach (WSA) als kompas om vorm te geven aan duurzaamheid in alle domeinen van onze organisatie. We kiezen zo voor een brede en integrale blik op duurzaamheid. Om duurzaamheid concreter te maken, spreken we naast de 17 SDG’s ook over de drie P’s: people, planet en prosperity. Deze lijn is ook terug te vinden in ons duurzaamheidsrapport.

Duurzaamheid vraagt om een brede beweging in de organisatie. Iedereen levert vanuit de eigen rol en het eigen vakgebied een passende bijdrage. We geven uitvoering aan deze beweging door langs vier sporen te werken: inspireren en informeren, grote lijnen uitzetten, community opbouwen en uitbouwen, en faciliteren.

14.1.3 Belangrijkste ontwikkelingen in 2025

In 2025 lag de focus op het stimuleren van de duurzame beweging, het verduurzamen van de bedrijfsvoering en deelname aan de SustainaBul MBO. Dit leidde in het verslagjaar tot de volgende concrete resultaten:

Het Plan van Aanpak Beweging Duurzaam mboRijnland
Het College van Bestuur stelde in 2025 het Plan van Aanpak Beweging Duurzaam mboRijnland vast. Het plan geeft inzicht in onze definitie van duurzaamheid en de aanpak op hoofdlijnen. We verankeren duurzaamheid hiermee meer structureel en integraal in het onderwijs en in de organisatie. Gedurende het verslagjaar zetten we de eerste stappen in de uitvoering van het plan.

Het Plan van Aanpak Duurzaamheid is intern gepubliceerd, en is vooralsnog nog niet extern gepubliceerd.

Duurzaamheid in de PDCA-cyclus
Duurzaamheid kreeg een duidelijke plek in de PDCA-cyclus van de organisatie. We namen duurzaamheid op in de kaderbrief 2026, in het format van de aanbiedingsformulieren en de tertiaalrapportages. Met deze stappen waarborgen we structurele aandacht voor het thema bij het maken van plannen, beslissingen en monitoren van de voortgang.

Deelname aan de SustainaBul MBO
We behaalden een podiumplek in de categorie Kickstarters. Onze deelname aan dit event leverde een goede nulmeting op. Het heeft inzicht en waardering voor de mooie stappen die we al zetten en laat zien waar de kansen liggen voor doorontwikkeling.

Verankering op directieniveau
Het eigenaarschap voor het thema duurzaamheid is sinds 2025 ook op directieniveau verankerd. De directeur Service & Strategie is erbij betrokken geraakt. Voorheen was het thema alleen op bestuursniveau belegd. Deze verbreding is van grote waarde voor het verankeren van het thema in de organisatie. Ook is het waardevol voor het vergroten van het draagvlak en versnellen van de beweging duurzaamheid binnen mboRijnland.

Communicatieplan
We stelden in 2025 een communicatieplan voor duurzaamheid op. Dit voeren we sindsdien structureel uit. Dit is essentieel voor het informeren, inspireren en faciliteren van de organisatie en voor het vergroten van de duurzame beweging.

14.1.4 Verantwoordelijkheid voor duurzaamheid en toegewezen middelen

In 2025 was 0,4 fte toegewezen aan het duurzaamheidsbeleid op het functieniveau van specialist. Aan het einde van het kalenderjaar was dit 0,5 fte, waarvan 0,1 fte op het functieniveau van ondersteuner. Het thema duurzaamheid is bij één van de directeuren en bij één van de bestuursleden in portefeuille belegd.

De focus van deze inzet ligt op het inzetten, verbreden en versnellen van de Beweging Duurzaam mboRijnland. De praktische doorvertaling in het werk krijgt vorm in de lijnorganisatie als integraal onderdeel van ieders werk. Daar is op dit moment nog geen specifieke fte aan toegewezen.

Aanvullend op deze inzet was er in 2025 geen budget toegewezen aan duurzaamheidsbeleid.

mboRijnland belegt de verantwoordelijkheid voor duurzaamheid nu specifiek bij de volgende functionarissen op de volgende niveaus:

Verantwoordelijkheid voor duurzaamheid

NiveauSpecifieke functiesBeschrijving hoe/welke verantwoordelijkheid is belegd
Toezichthoudendn.v.t.
Bestuurlijklid College van Bestuur• het belang van duurzaamheid uitdragen, daarnaar handelen en collega’s aansporen daarnaar te handelen;
Managementdirecteur Service & Strategie• stimuleren tot en sturen op het uitvoeren van de prioriteiten die van toepassing zijn op het eigen College of centrum;
• opnemen van duurzaamheidsdoelen in de college- en centrumplannen en in de tertiaalrapportages.
Operationeelspecialist Concernbeleid & Strategie• thema algemeen agenderen en leiding nemen in het vormgeven van de vier procesmatige sporen uit het plan van aanpak;
• hierin samenwerken met de werkgroep en het betrokken/inhoudelijk verantwoordelijke team;
• de werkgroep voorzitten en vormgeven;
• prioriteiten bespreken en agenderen bij relevante teams/werkgroepen/procesgroepen.

14.2 People

Mensen zijn de kern van ons werk als onderwijsinstelling. Een essentieel onderdeel van onze kerntaak is gelijke kansen bieden. Dat is zichtbaar in ons primaire proces en onze strategische koers. Hieronder een greep uit de ontwikkelingen en thema’s waar we in 2025 voortgang hebben gemaakt.

14.2.1 Goede gezondheid en welzijn

Met de strategische pijler Oog voor elkaar, vitaal en veilig borgen wij aandacht voor welzijn in alles wat we doen. We investeren onder andere in duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en loopbaanontwikkeling van medewerkers en studenten. Het doel daarvan is een gezonde en veilige leer- en werkomgeving. In het verslagjaar lag de focus onder meer op het vergroten van sociale veiligheid. Meer informatie daarover vindt u in hoofdstuk 4.3.

14.2.1.1 Veiligheid en tevredenheid over omgang met klachten en meldingen

Veiligheid is een belangrijke voorwaarde voor sociale en fysieke gezondheid. Mocht er sprake zijn van een incident of klacht, dan is het essentieel om degene die de klacht of het incident meldt, goed op te vangen.

We bevragen studenten ieder jaar naar hun gevoel van veiligheid en hoe zij vinden dat de school omgaat met klachten. Onderstaande tabellen tonen de resultaten van afgelopen jaren.

Studenten:

Wat vind je van hoe school omgaat met klachten?

Wat vind je van hoe school omgaat met klachten?SlechtNeutraalGoed
202334%28%38%
202434%40%26%
202532%30%38%
Bron: STO vraag Q19



Het percentage studenten dat de omgang met klachten als ‘slecht’ ervaart, is in 2025 licht afgenomen naar 32 procent tegenover 68 procent van de studenten die dit neutraal of positief ervaart.

Voel je je veilig op school?

Voel je je veilig op school? Niet veiligNeutraalWel veilig
20235%13%82%
20247%21%73%
20254%13%83%
Bron: STO vraag Q05

 

In 2025 gaf 4 procent van de studenten aan zich niet veilig te voelen op school. 83 procent geeft aan zich wel veilig te voelen. Dat is een aanzienlijke stijging vergeleken met 2024 en een kleine stijging vergeleken met 2023.

Medewerkers:

Tevreden over manier van opvangen?

Tevreden over manier van opvangen?JaNee
Na melding over ongewenst gedrag door collega39%61%
Na melding over ongewenst gedrag door student66%34%
Bron: Medewerker onderzoek 2024

 

In het medewerkersonderzoek, dat eens per twee jaar plaatsvindt, worden medewerkers op verschillende onderwerpen bevraagd. Het meest recente onderzoek vond plaats in 2024.

In het onderzoek is niet naar de afhandeling van meldingen in het algemeen gevraagd. Wel is specifiek gevraagd of de medewerker te maken heeft gehad met ongewenst gedrag door collega’s of studenten, of hij hier een melding van heeft gemaakt en hoe tevreden hij is over de manier waarop hij is opgevangen.

14.2.1.2 Beleid en doelstellingen op sociale en fysieke gezondheid

Het integrale veiligheidsbeleid van mboRijnland is erop gericht om samen een veilige en goede sfeer in en om de school te creëren. Het integrale veiligheidsbeleid heeft expliciet aandacht voor sociale veiligheid, fysieke veiligheid en digitale veiligheid. Het kent vijf pijlers:

  • veilig en inclusief leer- en werkklimaat;
  • veiligheid in curriculum;
  • veiligheid bij incidenten;
  • een veilige infrastructuur;
  • een veilige digitale infrastructuur.

mboRijnland werkte het beleid verder uit in de veiligheidsketen in de handreiking ‘Preventie, aanpak en omgang met een melding van grensoverschrijdend gedrag’. De handreiking bevat verwijzingen naar andere handreikingen, processen en protocollen die gericht zijn op preventie, optreden/handelen en nazorg.

Eind 2025 waren de doelstellingen uit het beleid nog niet gekoppeld aan een tijdsbepaling. In hoofdstuk 4.3 van dit jaarverslag beschrijven we de acties die mboRijnland in het verslagjaar ondernam in het kader van integrale schoolveiligheid. 

14.2.1.3 Incidenten en meldingen

In hoofdstuk 4.3 en hoofdstuk 4.5 in dit jaarverslag vindt u meer informatie over het aantal meldingen over veiligheid, grensoverschrijdend gedrag en incidenten, met de bijbehorende toelichting.

De tabel in hoofdstuk 4.3 toont op de regel ‘Ongeval/gezondheid’ ook het aantal meldingen van ongevallen of gezondheidsmeldingen. In 2025 waren er in totaal 16 meldingen. Bij deze 16 meldingen was sprake van gezondheidsincidenten zonder blijvend letsel, zowel binnen als buiten de school. Een verdere analyse laat zien dat het geen ernstige meldingen betrof. Er waren in 2025 geen bedrijfsongevallen.

14.2.2 Kansengelijkheid

In het kader van kansengelijkheid zette mboRijnland in 2025 mooie stappen om drempels voor ontwikkeling te verlagen:

  • College Start-Up schafte studieboeken aan voor studenten die deze zelf niet konden betalen. We geven deze boeken in bruikleen aan studenten op niveau 1 en niveau 2 die dit nodig hebben.
  • mboRijnland vroeg samen met partijen in de drie arbeidsmarktregio’s de subsidie voor het LLO-Collectief laagopgeleiden en laaggeletterden aan, gericht op het doorbreken van barrières als gevolg van laaggeletterdheid. In Midden-Holland zijn we de penvoerder en in Holland Rijnland medeondertekenaar. Beide subsidievragen zijn eind januari 2026 toegekend. In Zuid-Holland Centraal is de subsidie helaas niet toegekend.
  • Als mbo-instelling zetten we in 2025 de overstap naar een sociaal incassobureau in gang.
  • We zetten stappen om te komen tot een armoedebeleid gericht op studenten. In 2026 zullen we dit beleid opleveren en vaststellen.

14.2.3 Diversiteit, inclusie, gelijke kansen

14.2.3.1 Beleid en doelstellingen

In ons streven naar een inclusieve samenleving staan we voor complexe uitdagingen. Uitdagingen die zich ook afspelen binnen de muren van onze onderwijsinstelling. We willen een veilige, inclusieve en ondersteunende omgeving creëren voor iedereen. Een plek waarin we diversiteit erkennen en waarderen. Waarin iedere student en medewerker zich gezien, gehoord en ondersteund voelt.

We geven dit handen en voeten door een cultuur te versterken waarin we diversiteit vieren. Waarin ruimte mag zijn voor verschillen. Een cultuur die bijdraagt aan het mentale welzijn, het studiesucces en de professionele ontwikkeling van studenten en medewerkers. Het uiteindelijke doel van dit project is nadrukkelijk geen statisch eindpunt, maar een blijvende inzet voor het versterken van diversiteit en inclusie. 

In het projectplan zijn de volgende beoogde effecten en resultaten opgenomen:

Projectplan beoogde effecten en resultaten

Voor studentenVoor medewerkers
verhoogd gevoel van verbondenheid, sense of belongingtoename van werktevredenheid
afname van vroegtijdig schoolverlatenprofessionele ontwikkeling op gebied van diversiteit en inclusie
versterking van mentale welzijnversterking van het teamgevoel

14.2.4 In cijfers

14.2.4.1 Studenten

Leeftijdsverdeling studenten eind 2025
mboRijnland verzorgt zowel mbo-onderwijs, vavo en LLO-onderwijstrajecten. Het grootste deel van onze studenten is tussen de 17 en 21 jaar oud. Zoals zichtbaar is in onderstaande tabellen geven wij onderwijs aan studenten van alle leeftijden.

Leeftijdsverdeling studenten

t/m 1617 t/m 1819 t/m 2122 t/m 2526 t/m 3031 t/m 4041 t/m 5051 t/m 6061+
20231.6756.2574.9481.6086076133451568
20242.0066.2954.8281.5685885213441448
20252.0486.6864.8811.4705424963321359

Geslachtverdeling studenten
Percentage studenten verdeeld naar man, vrouw, overig en niet-geregistreerd

Onderstaande tabellen tonen de geslachtverdeling van onze studenten. De eerste tabel toont de verdeling uit onze bronsystemen, met als peildatum 31 december 2025 en met enkel de man-vrouwverdeling.

Geslachtverdeling studenten

ManVrouw
202348,8%51,2%
202449,9%50,1%
202549,7%50,3%
Bron: PowerBI

In het studententevredenheidsonderzoek vragen we studenten naar hun gender. Die data leveren onderstaand overzicht op. In 2025 waren er naast man/vrouw ook andere antwoordopties toegevoegd. Studenten die ‘Anders’ invulden, konden vervolgens een toelichting geven. In de toelichting werd een paar keer transgender of ‘X’ aangegeven. Verder werden veel zelfstandige naamwoorden opgegeven.

Genderverdeling studenten

ManVrouwNon-binairWil ik niet zeggenAnders
2023xxxxx
202445,02%54,98%xxx
202543,95%52,25%0,60%1,25%1,96%
Bron: STO vraag Q1 Ik ben...

Herkomst studenten per 31 december 2025
Aantal Nederlandse, Europese en niet-Europese nationaliteiten die voorkomen onder studenten

Studenten verdeeld naar herkomst

EuropeseNederlandseNiet-EuropeseOnbekend
202332915.23862030
202437215.23066931
202539415.27089936

Bovenstaande tabel toont het aantal studenten onderverdeeld naar nationaliteit. Meer dan 90 procent van de mboRijnland studenten heeft een Nederlandse nationaliteit. Er zijn kleine ontwikkelingen zichtbaar: het aandeel studenten met een Europese nationaliteit groeide de afgelopen jaren van 2,03 procent in 2023 naar 2,37 procent in 2025. Het aandeel studenten met een niet-Europese achtergrond groeide van 3,82 procent in 2024 naar 5,42 procent in 2025.

Uitstroom weergegeven in kalenderjaar
Onderstaande grafiek toont het aantal en percentage van studenten dat mboRijnland heeft verlaten voor afronding van de opleiding in het kalenderjaar waarover wordt gerapporteerd. Deze data kunnen afwijken van cijfers die eerder in het jaarverslag zijn gedeeld. Dit als gevolg van het feit dat doorgaans per studiejaar wordt gerapporteerd over uitstroomcijfers.

Uitstroom tijdens kalenderjaar in aantallen

Uitstroom tijdens kalenderjaar in %

14.2.4.2 Medewerkers

Leeftijdsverdeling medewerkers

t/m 2525 t/m 3031 t/m 4041 t/m 5051 t/m 6061+
202328149381374483284
202429129401386483274
202523144396414474280

Geslachtverdeling medewerkers per 31 december 2025 ingedeeld per salarisgroep
Verdeeld naar man, vrouw, overig en niet-geregistreerd

Geslachtverdeling medewerkers per salarisgroep

2023
Man
2023
Vrouw
2024
Man
2024
Vrouw
2025
Man
2025
Vrouw
Leraar in opleiding LB231 12
Leraarschaal LB116240115234120245
Leraarschaal LC198305189306193311
Leraarschaal LD293130312432
Schaal 02342633
Schaal 03 3 3 2
Schaal 04288311
Schaal 05629742642
Schaal 0697027713169
Schaal 07248021762479
Schaal 08276421701559
Schaal 09557863746589
Schaal 10257832853485
Schaal 11195016531553
Schaal 12385743624566
Schaal 13 3 311
Schaal 15575665

De bovenstaande tabel toont het medewerkersbestand verdeeld over geslacht en naar salarisgroep. Over de jaren heen ligt de geslachtverhouding van het personeelsbestand van mboRijnland vrij stabiel op 34 procent man tegenover 66 procent vrouw. Twee collega’s staan geregistreerd als neutraal. In verband met mogelijke herleidbaarheid is deze informatie niet zichtbaar en zijn deze personen aan de categorie ‘vrouw’ toegevoegd.

Samenstelling medewerkersbestand naar herkomst met peildatum 31 december 2025
De onderstaande tabel toont het medewerkersbestand verdeeld naar herkomst. Deze tabel laat zien dat afgerond 99 procent van de medewerkers een Nederlandse nationaliteit heeft. Over de afgelopen jaren heeft gemiddeld 0,53 procent van de medewerkers een Europese nationaliteit en 0,64 procent een niet-Europese nationaliteit.

Medewerkers verdeeld naar herkomst

EuropeseNederlandseNiet-EuropeseOnbekend
202381.677122
202491.68310
2025101.709111

Uitstroom
De onderstaande grafiek toont het aantal en percentage medewerkers dat de organisatie heeft verlaten vergeleken met het totale aantal medewerkers.

Uitstroom medewerkers in aantallen

Uitstroom medewerkers in %

Samenstelling van management en toezicht van de organisatie
De onderstaande tabellen laten de geslachtverdeling zien in het management en het toezicht. Onder management vallen alle functies met een HR-verantwoordelijkheid. Binnen mboRijnland gaat het dan om College van Bestuur, directeuren en teamleiders.  

Bijna alle medewerkers uit onderstaand overzicht hebben de Nederlandse nationaliteit. De groep medewerkers met een niet-Nederlandse nationaliteit is erg klein. In verband met herleidbaarheid is in onderstaande tabel daarom geen informatie over nationaliteit opgenomen. Om diezelfde reden is ook de informatie over loonschalen van de leden van de ondernemingsraad niet opgenomen. Categorieën met zeer kleine aantallen zijn in verband met herleidbaarheid niet afzonderlijk opgenomen. In 2023 ging dit om twee personen. Deze zijn aan loonschaal 12, vrouw toegevoegd

Geslachtverdeling management en toezicht naar functie en loongroep

LoonschaalMan
2023
Vrouw
2023
Man
2024
Vrouw
2024
Man
2025
Vrouw
2025
CvBWNT212121
Directie15575665
Teamleider12294031433342
RvT - voorzitterWNT101010
ORn.v.t.8411494

Leeftijdsopbouw management en toezicht

202320242025
RvT (voorzitter)111
51-60111
CvB333
51-60113
61+22
Directie121111
41-50543
51-60456
61+322
Teamleider697575
31-40161518
41-50182223
51-60252824
61+101010
Eindtotaal859090

14.3 Planet 

Er is maar één planeet en daar moeten we zuinig op zijn. Dat besef is er. We zetten steeds meer concrete stappen om hiernaar te handelen. Met het strategisch huisvestingsplan als basis werken we intensief aan toekomstbestendige huisvesting, met duurzaamheid en betaalbaarheid als belangrijke uitgangspunten. We maken daarin steeds bewuste keuzes. Daarbij hebben we aandacht voor mens, materiaal en milieu. We streven naar een gezonde en inclusieve leer- en werkomgeving, naar circulaire oplossingen en CO2-reductie als belangrijke pijlers.

In het verslagjaar vertaalde dit streven zich in maatregelen voor isolatie, verwarming, zonnepanelen en duurzame materiaalkeuzes. Ook bereidden we, voor onderwijsdoeleinden, de plaatsing van een Ecoplant voor op één van onze locaties. Daarmee maken we het opwekken van zonne-energie meer zichtbaar voor studenten. In de aanbesteding van het nieuwe energiecontract hebben we de eis voor groene energie opgenomen.

4.3.1 Energieverbruik in cijfers

De onderstaande tabel laat het energieverbruik en gasverbruik zien van de zes locaties die mboRijnland in eigendom heeft.

Op de meeste locaties was in 2025 een afname in energieverbruik zichtbaar, vergeleken met 2024 en 2023. Desondanks laat de tabel een toename zien in energieverbruik en gasverbruik. De reden is dat twee van de zes locaties pas inzicht hebben in verbruik sinds oktober 2025.

Energieverbruik en opwekking (op locaties in eigendom van mboRijnland)

202320242025
Energieverbruik in kWh1.967.9742.057.7712.457.960
Verbruik stadswarmte in kWh n.v.t.n.v.t.n.v.t.
Gasverbruik in kWh 3.151.6703.422.8104.030.000
Duurzaam opgewekte energie in kWh en percentageonbekendonbekendonbekend
Toelichting herkomst duurzame energie n.v.t.n.v.t.n.v.t.

14.4 Prosperity

Het thema welvaart (prosperity) staat voor een circulaire economie, waarin mensen zinvol en betekenisvol kunnen werken en leven. Waarin zij een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Dit raakt de kern van ons werk als onderwijsinstelling. Hier zetten wij ons iedere dag samen voor in. Het bieden van kwaliteitsonderwijs is dan ook één van de SDG’s. Vanuit het thema duurzaamheid kijken we daarbij naar duurzaamheid in het onderwijs, duurzame samenwerkingen en verantwoorde consumptie en productie.

14.4.1 Duurzaam onderwijs en duurzame samenwerkingen

Onderwijs is een krachtig instrument om onze positieve impact, onze handafdruk, te vergroten. We leren studenten wat duurzaamheid is en waarom dit belangrijk is. We bieden hun handelingsperspectief. Zo creëren we bewustwording en dragen we bij aan het verkleinen van het gevoel van angst en machteloosheid die veel jongeren ervaren. Wat betekent wereldburgerschap? Hoe kan je in je vakmanschap (nu en in de toekomst) tot bewuste keuzes komen? In het bewustwordingsproces zijn dit relevante vragen.

Studenten komen in het onderwijs al op verschillende manieren in aanraking met de thematiek. Onze deelname aan de SustainaBul MBO heeft hun inzicht gegeven in hoe duurzaamheid op dit moment is vervlochten in ons onderwijs.






Steeds meer duurzaamheidsvraagstukken uit de praktijk en het werkveld vinden hun weg naar het onderwijs en naar onze studenten. Dit is onder andere het resultaat van de samenwerking met regionale partners. Bijvoorbeeld via onze Centra voor Innovatief Vakmanschap (CIV’s). Door deel te nemen aan verschillende challenges en evenementen, komen steeds meer studenten in aanraking met duurzaamheidsvraagstukken. Die vraagstukken integreren we meer en meer in burgerschapslessen en vakspecifieke lessen. Ook het groeiende LLO-aanbod werkt mee aan een duurzame samenleving. Dat draagt bij aan de ontwikkelkansen van werkenden, werkzoekenden en organisaties in de regio. We willen duurzaamheid verder meenemen in internationaliseringsaanvragen van studenten. De afgelopen jaren zagen we het aantal studenten toenemen, dat het keuzedeel ‘Duurzaamheid in beroep’ volgt.

mboRijnland zet dus op verschillende manieren in op het thema duurzaamheid in het onderwijs en in onze vormen van samenwerking. Maar die inzet is nog niet altijd structureel en nog niet in alle opleidingen geborgd. Dat is een belangrijke doorontwikkeling.

 14.4.1.1 Hoe duurzaamheid is vervlochten in het onderwijs

mboRijnland gebruikt de Whole School Approach als referentiekader om duurzaamheid structureel binnen onze organisatie en het onderwijsaanbod te verankeren. Dit kader ondersteunt ons bij het samenhangend en duurzaam integreren van duurzaamheid in beleid, onderwijs, samenwerking en organisatieontwikkeling. De SDG’s vormen de inhoudelijke basis.

14.4.1.2 Verantwoorde consumptie en productie

Een andere impactvolle manier om onze handafdruk te vergroten en onze voetafdruk te verkleinen, is door verantwoorde consumptie en productie.

Duurzaamheid heeft een duidelijke plek in het inkoop- en aanbestedingsbeleid van mboRijnland. Een van de inkoopdoelstellingen is ‘het doelmatig, duurzaam en doeltreffend inkopen en daarmee het realiseren van toegevoegde waarde voor het onderwijs’. In het beleid zijn de volgende uitgangspunten opgenomen:

Maatschappelijke uitgangspunten 

  • Duurzaam inkopen: Bij iedere inkoop onderzoeken we hoe we kunnen bijdragen aan de SDG’s. Bij aanbestedingen streven we ernaar ten minste de minimum duurzaamheidseisen toe te passen zoals vermeld in de MVI-criteriatool.
  • Social return: Bij iedere inkoop toetsen we of het meenemen van social return mogelijk en haalbaar is. Als dit zo is, verlangt mboRijnland van de leverancier om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een werkplek te geven voor die specifieke opdracht bij mboRijnland.

Economische uitgangspunten

  • Verbinding met de regio: mboRijnland werkt zo veel mogelijk samen met regionale partijen om zo het regionale netwerk te vergroten.
  • Verbinding met het onderwijs: We intensiveren waar mogelijk de samenwerking tussen leveranciers en het onderwijs. We doen dit door in aanbestedingen eisen of wensen op te nemen over stageplaatsen, gastlessen, bedrijfsbezoeken, inzet als leerwerkbedrijf of andere onderwijsgerelateerde zaken.

Het kernteam van een aanbesteding maakt een gezamenlijke afweging over de toepasbare duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Het team houdt rekening met interne en externe kaders en overwegingen. De contracteigenaar maakt hierin een uiteindelijke keuze.

 

14.5 Goed bestuur/governance

Goed bestuur vormt een essentiële randvoorwaarde om onze maatschappelijke taak zorgvuldig en effectief te kunnen blijven vervullen. Om bij te dragen aan een duurzame en inclusieve samenleving. Hieronder geven we een overzicht van de afspraken en regelingen die bij mboRijnland van toepassing zijn.

14.5.1 Regelingen gerelateerd aan organisatiecultuur

Regelingen gerelateerd aan organisatiecultuur

IndicatorRelevante regelingLink naar regeling
Van toepassing zijnde Code Goed BestuurDe Code Goed Bestuur in het mbo 2020 is op mboRijnland van toepassing. Goed bestuur - MBO Raad
Van toepassing zijnde klokkenluidersregeling en beschrijving hoe deze regeling klokkenluiders beschermtmboRijnland heeft een klokkenluidersregeling. De regeling hing onder de Wet Huis voor klokkenluiders en is inmiddels aangepast naar aanleiding van de Wet bescherming klokkenluiders. De regeling beschermt klokkenluiders overeenkomstig het stelsel van de Wet bescherming klokkenluiders. De regeling beschermt klokkenluiders overeenkomstig het stelsel van de Wet bescherming klokkenluiders. Bestuurlijke documenten - mboRijnland

14.5.2 Onwettig gedrag en fraude

IndicatorToelichting
Beschrijving van het beleid en doelstellingen voor het voorkomen van onwettig gedrag en fraude, inclusief mogelijkheden om dit te signaleren en aan te pakken.mboRijnland hanteert een integriteitscode, waarin onder meer spelregels zijn opgenomen over hoe om te gaan met publieke middelen. Hiermee voldoen we aan de eisen van de branchecode Goed Bestuur in het mbo. Integriteitscode mboRijnland
Beschrijving hoe het onderzoek naar incidenten plaatsvindt, bij wie dit als verantwoordelijkheid is belegd en aan wie de resultaten worden gerapporteerd.De integriteitscode beschrijft de verantwoordelijkheden bij het naleven van de code. Afhankelijk van het type signaal/incident vindt onderzoek plaats. In geval van overtreding is mogelijk sprake van plichtsverzuim; onderzoek en verantwoordelijkheid zijn in de lijn belegd conform de procuratieregeling.
Het aantal meldingen van onwettig gedrag en fraude in het rapportagejaar.In 2025 waren er geen meldingen van zakelijke fraude of onwettig gedrag.

14.5.3 Politieke invloed en betrokkenheid

IndicatorToelichting
Een beschrijving hoe de verantwoordelijkheid voor politieke betrokkenheid is belegd en verankerd in de organisatie.mboRijnland kent geen directe of indirecte politieke betrokkenheid bij het bestuur van de stichting. Noch de Raad van Toezicht, noch het College van Bestuur is politiek benoemd. De leden van de ondernemingsraad en studentenraad zijn evenmin politiek gekozen of benoemd.
Toelichting op de doelstellingen ten aanzien van politieke invloed en betrokkenheid.n.v.t.